Hoe de gebouwde omgeving uitnodigt tot ontmoeten

“Bij het ontwerpen van inclusieve buurten moet zowel de ontmoeting in de ruimte tussen de woningen, als de privacy van de bewoner in zijn huis, tot hun recht komen. Corporaties, gemeenten en architecten moeten gezamenlijk hun aandacht verleggen van een woning voor iedereen naar een buurt(je) voor iedereen”, stelt Ianthe Mantingh, Zijdekwartier architecten, in de publicatie Ontwerp van ontmoeten. In dit artikel geeft zij inzicht in haar ontwerpfilosofie.

Door Ianthe Mantingh, Zijdekwartier architecten

Je bent onderweg naar huis na een drukke werkdag. Het is een mooie nazomermiddag. Je loopt over het marktplein en het is nog gezellig druk: mensen doen de laatste koopjes, nemen een borrel op het terras. Je hoort het geroep van de marktlieden. Je hoort gelach en geklets. Je wandelt een straatje in. Hier verstomt het geluid van het plein al wat. Je zwaait naar een bekende aan de overkant van de straat. Je loopt een steegje in waar een buurtgenoot koffie drinkt op een bank en je maakt een praatje. Dan wandel je de entree van je woning binnen waar de onderbuurman je bij de brievenbus vriendelijk vraagt of jij wat minder met de deuren wilt slaan. ‘Natuurlijk! Geen probleem’. Je weet dat hij overdag slaapt omdat hij nachtdiensten draait. In de binnentuin spelen de kinderen buiten, je hoort geroezemoes uit de keukens. Op de brede galerij staan de planten nog prachtig in bloei, straks even water geven! En zo kom je thuis, jouw eigen plekje, je eiland van rust in dat buurtje waar je je zo prettig thuis voelt.

Dit voorbeeld schetst hoe prettig het kan zijn om op een informele manier contact te hebben met de mensen in je directe leefomgeving; je eigen buren en mensen uit de buurt. Het voorbeeld schetst ook hoe de kwaliteit van de route die jij elke dag aflegt onderweg van straat naar huis, kan bijdragen aan het onderhouden van die contacten. Soms zit je elkaar als buren wat ‘in de weg’, maar je kunt meer hebben van je buurtgenoten als je elkaar een beetje kent. Door contact kweek je begrip voor elkaar. En dat begrip kan uiteindelijk zelfs uitgroeien tot een beetje omkijken naar elkaar.

Daarnaast zal je ook meer zorgdragen voor je omgeving, als je je meer thuis voelt in je buurt. Maar dan moet je, zoals in het voorbeeld van de wandeling van straat naar huis, wel de ruimte hebben om elkaar te kúnnen ontmoeten. Juist in de wijken waar relatief veel kwetsbare mensen wonen zullen we extra ons best moeten doen vluchtige ontmoetingen de ruimte te geven. Omdat juist deze groep mensen zoveel baat kan hebben bij een woonomgeving waar ze zich veilig en geaccepteerd voelen en buren op een informele manier iets voor elkaar willen betekenen. En dat begint bij het hebben van terloopse ontmoetingen, die bijdragen aan het thuisvoelen in de buurt.

Rutger Bregman stelt in zijn boek De meeste mensen deugen: “Het meest voor de hand liggende middel dat we hebben tegen intolerantie, overlast, eenzaamheid, en passiviteit en vóór zorgzaamheid, veiligheid, integratie en gezondheid, is contact. Vanuit contact ontstaat vertrouwen, bekend maakt bemind.” Daarom leggen we in de publicatie Ontwerp voor ontmoeten uit hoe het contact tussen buurtgenoten en bezoekers, tussen vreemden en bekenden bevorderd kan worden in een wijk. En we laten zien hoe het ontwerp van de gebouwde omgeving contact hebben makkelijker kan maken.

Ik citeer psycholoog Gordon Allport: “vooroordelen, haat en racisme komen voort uit een gebrek aan contact”. En zoals zijn leerling Pettigrew later bewees: contact werkt. “Contact leidt tot meer vertrouwen, saamhorigheid en meer hulp over en weer. Het helpt om de wereld te zien door de ogen van de ander. En het verandert je als persoon: mensen met een diverse vriendengroep zijn ook toleranter tegenover vreemden.” Contact is bovendien besmettelijk: “wie ziet dat zijn buurman een goede relatie heeft met anderen, begint te twijfelen aan zijn vooroordelen.”

Bij het ontwerpen van inclusieve buurten is het van belang dat zowel de ontmoeting in de ruimte tussen de woningen, als de privacy van de bewoner in zijn huis, tot hun recht komen. Het is belangrijk dat corporaties, gemeenten en architecten gezamenlijk hun aandacht verleggen van ‘een woning voor iedereen’ naar ‘een buurt(je) voor iedereen’.