Den Bosch en regiogemeenten: vijf vuistregels voor succesvolle uitstroom uit beschermd wonen

Interview met Ann Meijer, procesmanager gemeente Den Bosch

Den Bosch doet als centrumgemeente samen met omliggende regiogemeenten onderzoek naar de uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Voor uitstroom uit het beschermd wonen is integrale samenwerking nodig tussen gemeente, corporaties en GGZ-instellingen. Dit klinkt logisch, maar is in de praktijk van gemeenten en samenwerkingspartijen een enorme organisatorische opgave. Partijen en wet- en regelgeving zijn sectoraal opgesplitst waardoor de integrale opgave in feite niemands eindverantwoordelijkheid is. Dit geldt voor afstemming in de uitvoering, maar ook voor afstemming in beleid. In Den Bosch is een procesmanager aangetrokken die de regie in dit proces heeft genomen. Er zijn vanuit de praktijk mooie instrumenten ontwikkeld die ‘het weer thuis wonen’ tot een succes maken.

Regiovisie met een SMART-doelstelling

“In de Regiovisie Beschermd Wonen & Maatschappelijke – en Verslaafdenopvang 2016-2020 is een kwantitatieve doelstelling voor de uitstroom uit voorzieningen bepaald. De ambitie is om de capaciteit van 320 plaatsen terug te brengen tot 145 plaatsen. Bij het beschermd wonen is daarbij uitgegaan van een uitstroom van tachtig procent van de cliënten over een looptijd van acht jaar. Bij de maatschappelijke opvang is als uitgangspunt genomen dat mensen niet langer dan drie maanden in de opvang verblijven. Op basis van die cijfers, is er een onderbouwde aanname gemaakt van de uitstroom uit het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang naar de centrumgemeente en de regiogemeenten. De ‘last’ wordt samen gedrag”, licht de procesmanager toe

Wat zijn jullie gaan doen om mensen uit beschermd wonen zich weer thuis te laten voelen in de wijk ?

“In Den Bosch zijn we veel meer vraaggericht gaan werken dankzij de inbreng van ervaringsdeskundigen. Het mooie aan de aanpak is dat niet eerst beleid is bedacht en toen uitgevoerd. De dagelijkse praktijk en behoeften van cliënten waren continu leidend. Hiervoor is aanpassing van de werkprocessen nodig. Abstracte concepten zijn concreet gemaakt en managers en bestuurders sloten periodiek aan bij de werksessies. Bijzonder is dat veel gebruik is en wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid van (ex) GGZ-cliënten. Vanaf het vroege begin is een klankbordgroep ingesteld met ervaringsdeskundigen en familieleden, waarvoor per lid tevens een vergoeding beschikbaar werd gesteld. Zij dachten mee in het beleid en de totstandkoming van de werkprocessen. De inzet van ervaringsdeskundigheid in een hulpverleningstraject opent weer andere mogelijkheden, omdat deze ‘(oud) lotgenoten’ veel beter in staat zijn op gevoelsniveau contact te leggen. Daarmee ontstaan er andere ingangen voor de behandeling/begeleiding of geeft het net dat extra steuntje in de rug. Ook is een apart budget beschikbaar om in bijzondere of afwijkende situaties toch maatwerk te kunnen bieden. Dit draagt bij aan daadwerkelijke vraaggerichtheid en de mogelijkheid om tot creatieve oplossingen te komen.”

Wat is jullie kader?

“Wij – gemeente, de klankbordgroep en het veld – hebben een aantal praktische en handzame afspraken gemaakt. In de regio Den Bosch noemt dit men dit de ‘vijf vuistregels’. Die maken het mogelijk dat mensen met psychische kwetsbaarheden zich thuis voelen in de wijk.
Bij de vuistregels gaat het om schijnbaar eenvoudige dingen. Zaken die voor ieder mens belangrijk zijn. Maar voor mensen die het (net) niet zelf kunnen redden, zijn dat vaak de dingen die moeilijk(er) te regelen zijn. In de praktijk blijkt financiën één van de grootste stressfactoren te zijn, die de balans in iemands leven flink verstoort. De komende tijd ligt er willen we samen met de sociale dienst meer maatwerk en duurzame oplossingsrichtingen ontwikkelen.

Thuis in de wijk door vijf vuistregels

  1. Goed wonen en een veilig thuis,
  2. Gezonde financiën en geen onnodig financieel gedoe,
  3. Een waardevolle daginvulling en doen wat bij iemand past,
  4. Goede ondersteuning die echt bij iemand past en
  5. Een fijne leefomgeving voor en met iedereen.

De vuistregels zijn door de bestuurders als standaard werkwijze omarmd. Vervolgens ontstond de behoefte om de visie en vuistregels daadwerkelijk te gaan toepassen. Dat vormde de start van de pilot ‘Thuis in Zuidoost’, waarin de werkwijze in praktijk is gebracht. We leren nog steeds dagelijks. Ook de regio is enthousiast over de aanpak en in verschillende regiogemeenten wordt ook uitvoering gegeven aan Thuis in de Wijk.

Naast de vuistregels zijn andere instrumenten en voorzieningen gerealiseerd zoals het boekje ‘wijknetwerk in beeld’ voor professionals, een 24uurs meldpunt en er is een ‘Eropaf team’. Als er een melding bij dit team komt, is er binnen vier uur een maatschappelijk werker of andere professional aan huis. Deze houdt ‘de casus’ vast, totdat reguliere hulpverlening is ingesteld.”