De Wooncoöperatie, die komt er wél!

Verslag van het congres, maandag 28 mei 2018, Den Haag

“Vandaag leren we van experts en pioniers hoe we de wooncoöperatie gezamenlijk een stap verder kunnen brengen”, opende Marceline Schopman het congres op 28 mei. Die ochtend waren ruim 200 mensen uit alle hoeken van het land naar de Remise in Den Haag gekomen om de stand van zaken van de wooncoöperatie te bespreken en te leren van elkaars wooncollectieven. Er werd feestelijk stilgestaan bij de successen die zijn behaald sinds het eerste landelijke congres in 2016. Toch bleek ook dat de oprichting van een wooncoöperatie niet zo eenvoudig is. Een actieve overheid en corporatie zijn nodig om de realisatie tot een succes te maken. In de woorden van minister Ollongren later op de dag: “We hebben het kindje leren lopen, nu moeten we het helpen naar volwassenheid”.

Lancering Magazine

Als eerste kwam Tineke Lupi, projectleider bij Platform31 op het podium om het nieuwe magazine te lanceren. De Wooncoöperatie, die komt er wél! brengt de groeiende beweging van wooncoöperaties in beeld aan de hand van ervaringen van pionierende initiatieven, corporaties, gemeenten, banken en betrokken aanjagers. Lupi is vanaf begin 2014 vanuit Platform31 betrokken bij het onderwerp, eerst als coördinator van het Experimentenprogramma en daarna van het Actieprogramma Wooncoöperaties. Op de vraag wat deze programma’s hebben opgeleverd, vertelt ze dat Platform31 vooral probeert de randvoorwaarden te creëren door zaken uit te zoeken, tools te ontwikkelen en partijen bij elkaar te halen. Het feit dat er steeds meer mensen enthousiast met een wooncoöperatie bezig zijn, laat zien dat er een behoefte is. Nu staan we volgens Lupi voor de uitdaging om de beweging verder uit te bouwen.

Trotse wethouder

Joris Wijsmuller, de afgelopen vier jaar wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur in Den Haag, is een wooncoöperatie-aanjager van het eerste uur en was nauw betrokken bij de oprichting van Woonvereniging Roggeveenstraat. Mede door zijn toedoen werd onder de noemer Haagse Kracht eigen initiatief vanuit burgers centraal gesteld in het Coalitieakkoord 2014-2018. Wijsmuller is trots op de vele initiatieven in Den Haag, waarin de stad al een lange geschiedenis kent. Hoewel hij optimistisch is over de mogelijkheden, verloopt de realisatie van de wooncoöperatie door de bureaucratie volgens hem nog te stroef. Hij riep partijen dan ook op zich ook de komende jaren hard te maken voor het creëren van meer ruimte voor de wooncoöperatie.

Wooncoöperaties als onderdeel van een bredere beweging

Frans Soeterbroek, socioloog en ‘de ruimtemaker’ voor bewonersparticpatie in stadsontwikkeling, volgt de ontwikkelingen op het gebied van bottom-up initiatieven in Nederland al jaren. Dat inspireert velen. Zo haalde Richard Bacon, die in Engeland zelfbouw via een wettelijke regeling op de kaart heeft gezet, recent Adri Duivesteijn aan als zijn grote voorbeeld. Dit is volgens Soeterbroek ook een illustratie van het feit dat het allemaal nog niet zo hard gaat hier, onder andere door de fragmentatie tussen groepen die met soortgelijke initiatieven bezig zijn. Soeterbroek ziet wooncoöperaties en zelfbouwers als onderdeel van een bredere beweging richting meer zeggenschap en eigenaarschap van burgers over de eigen woning en leefomgeving (‘menselijk geluk centraal’) en benadrukte dat de verschillende groepen veel aan elkaar kunnen hebben in het doorbreken van de instituties waar ze allen tegenaan lopen. Hij schetste een onderscheid tussen de neoliberale stad (competitie tussen steden, marktwerking en burger als consument) en de coöperatieve stad (de rechtvaardige, inclusieve stad, gemeenschap centraal en de burger als producent). Dit onderscheid ligt volgens Soeterbroek ten grondslag aan het diepere verhaal achter de beweging en haar tegenslagen.
De vervolgvraag is hoe die bredere beweging tot zijn doel van een coöperatieve stad komt. Volgens Soeterbroek zijn strijders, doorzetters en co-creators allen nodig, maar is een speciale rol weggelegd voor die van de happy infiltrator. Dit is een manier waarop burgers ten opzichte van de systeemwereld zowel wrijving zoeken als meebewegen door deze van binnenuit te hacken. Denk aan het van binnenuit veranderen van regels en structuren, door het onderwerp op de agenda te zetten, te mobiliseren en waar nodig ontregelende acties te organiseren. Soeterbroek nodigde iedereen in de zaal uit om hieraan mee te doen.

Feestelijke lancering koplopers

Na Soeterbroeks prikkelende woorden was het tijd om het initiatief van De Roggeveenstraat in Den Haag in het zonnetje te zetten. Als eerste koploper in het programma van Platform31 zijn ze heel dicht bij de oprichting van hun wooncoöperatie. De Autoriteit Woningcorporaties, die de overdracht van de woningen door Haag Wonen moet goedkeuren, hangt nog op een laatste check. Daarmee konden initiatiefnemer Hanno van Mechelen, bestuursleden Jan van der Zwan en André van Soelen en de Haagse wethouder Wonen Joris Wijsmuller gefeliciteerd worden met hun succes en bedankt voor hun pionierswerk. Zij erkenden de afgelopen vier jaar een soms moeilijke en lange weg te hebben afgelegd, maar kijken toch positief terug op het proces. In de woorden van André: ‘Toen Hanno tegen me zei “Dré, we gaan de straat kopen” dacht ik “Wat een lijpkees is dat. Maar dingen zijn mogelijk. Als je daarin gelooft, ook met je buren, dan krijg je kracht om door te zetten’. De bewoners namen van het moment gebruik om woningcorporatie Haag Wonen, de gemeente Den Haag en Platform31 te bedanken voor hun hulp en medewerking. “Het was mede dankzij hun betrokkenheid dat het ons is gelukt dit te bereiken”, aldus Hanno die inmiddels lid Raad van Toezicht is geworden. Zijn gouden tip voor andere initiatiefnemers is om te investeren in relaties en te zoeken naar het gemeenschappelijke belang. Jan benadrukte dat je je verbeelding moet gebruiken. De wethouder prees de initiatiefnemers om hun lange adem en sloot af met een boodschap aan woningcorporaties om wooncoöperaties niet te zien als bedreiging, maar als een verrijking.

20180528 105803

Met de feestelijke lancering van de Roggeveenstraat kwam er een einde aan het plenaire ochtenddeel. Hierin werd duidelijk dat er door initiatieven en betrokken partijen veel pionierswerk wordt verricht waardoor er volop kansen liggen voor wooncoöperaties. Daartoe dient het proces wel minder stroperig en gefragmenteerd te worden. Ook zijn er nog de nodige taaie institutionele barrières te slechten. In de sessies stonden ervaringen en oplossingen hierbij centraal.

Visie op de toekomst

Na de deelsessies en excursies begon het plenaire middagdeel met een bevlogen verhaal van Adri Duivesteijn over zijn visie op de wooncoöperatie. Duivesteijn refereerde naar het onderscheid dat Soeterbroek in zijn lezing in de ochtend uiteenzette tussen de neoliberale en coöperatieve stad, dat meer dan ooit speelt. Duivesteijn ziet dat woningen vooral worden gezien als investering, met name in de grote steden. Hij benadrukte het recht op wonen en op zelfbeschikking over die woning voor iedereen. De wooncoöperatie is daarbij geen nichemarkt, maar staat voor een grote verandering richting een meer rechtvaardige manier van wonen en betere woonomgeving. Juist nu er veel gebouwd moet worden, staan we volgens Duivesteijn voor een fundamentele keuze voor meer van hetzelfde of ruimte voor de burger. Dit pleidooi werd met veel applaus onthaald. Vervolgens werd de vraag gesteld hoe hier te komen. Maarten van Poelgeest, procesbegeleider binnen het Actieprogramma Wooncoöperaties, benadrukte het belang van een expertise- en aanjaagcentrum. Volgens Duivesteijn moeten we meer een voorbeeld nemen aan onze buurlanden als Duitsland en Zweden, waar zulke kenniscentra al lang bestaan en ook fungeren als landelijke belangenbehartiger. Daarnaast dragen ze, aldus Van Poelgeest, bij aan standaardisering die het oprichten van een wooncoöperatie vergemakkelijkt.

Panelgesprek met stakeholders

In het panelgesprek was het woord aan Marnix Norder (Aedes), Laurens Ivens (Amsterdam), Ninke Happel (Het Rotterdams Woongenootschap) en Tineke Lupi (Platform31) om vanuit hun positie een reactie te geven op wat er tijdens het congres aan bod is gekomen. Een van de discussiepunten was de coöperatieve houding van de corporatiesector. Initiatieven ervaren weerstand, zo werd ook vanuit de zaal gesteld. Volgens Norder staan corporaties in principe positief tegenover de wooncoöperatie, maar moet niet verwacht worden dat de sector als trekker optreedt. “De kracht van wooncoöperaties is dat het een initiatief is van onderop, en dat moet het vooral blijven”. Als initiatiefnemer stelde Happel dat zij graag meer samenwerking met corporaties zou willen, bijvoorbeeld bij financiering en het verkrijgen van grond. Lupi deed een moreel appel op Aedes en de aangesloten corporaties om niet alleen de interne bedrijfsvoering, maar hun maatschappelijke rol wat meer mee te laten wegen. ‘De meeste wooncoöperaties willen betaalbare huisvesting realiseren, net zoals de corporatie. Je geeft dus iets door’. Laurens Ivens, wethouder Wonen in Amsterdam en voorzitter van een actieteam in de stad, beaamde dit. Wooncoöperaties zijn volgens hem een goed alternatief voor corporaties die bezit nu verkopen aan particulieren. Zo levert het een bijdrage aan het behouden van betaalbare woonruimte in steden, in plaats van afbraak daarvan. Ivens is daarbij ook voorstander van ontwikkelingen in nieuwbouw, waarbij de gemeente via de grondprijs kan sturen. Naar aanleiding van een vraag uit het publiek over in hoeverre en hoe de wooncoöperatie kan bijdragen aan de algehele leefbaarheid in de buurt eromheen, werd door de panelleden het belang van inclusiviteit en betrokkenheid bij de buurt genoemd als voorwaarde: “Het mogen geen eilandjes worden”.

Het kind helpen naar volwassenheid

De verwachtingen waren hooggespannen voor de toespraak van de Minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren. Zij begon haar verhaal met het feliciteren van de Roggeveenstraat. Ollongren ziet graag dat er ruimte wordt gegeven aan initiatieven zoals de wooncoöperatie. Vanwege het maatschappelijk rendement dat het oplevert is het volgens haar een goed alternatief op de woningmarkt. De minister is tevreden met de ontwikkelingen die met het actieprogramma zijn ingezet en wil graag een verdere bijdrage leveren. Daartoe zal het experiment met de verkoopregels vanuit woningcorporaties, dat eind dit jaar zou aflopen, voor onbepaalde tijd worden verlengd. Streven is het na overleg met de sector wettelijk te verankeren, mits er meer initiatieven komen. Daarnaast komt er een stimuleringsregeling om wooncoöperaties bij de financiering te ondersteunen. Hoe deze regeling eruit komt te zien moet nog worden uitgewerkt, maar er is een bedrag voor gereserveerd in de rijksbegroting. Ten slotte staat de minister positief tegenover het idee van een expertise- of kenniscentrum zodat betrokkenen van elkaar kunnen blijven leren. “Anders moet iedereen zelf het wiel uitvinden”.

De kracht van samenwerking

Hamit Karakus, directeur bij Platform31, sloot af door terug te blikken op het Actieprogramma. Hij gaf aan dat Platform31 zijn rol als kennis- en netwerkorganisatie heeft vervuld door een kennisdossier op te bouwen en partijen met elkaar te verbinden. Het is nu tijd om alle kennis die is ontwikkeld te gaan ontsluiten, waarbij een rol is weggelegd voor Cooplink als netwerk van wooncoöperaties. Ook benadrukte Karakus het belang van een goede samenwerking tussen de driehoek van bewonersinitiatief, gemeente en corporatie, wat volgens hem met het succes van de Roggeveenstraat mooi is belicht. Tenslotte bedankte hij de deelnemers, de gemeenten en corporaties en in het bijzonder Adri Duivesteijn.

  • Download de presentaties en verslagen van de sessies hieronder.
20180528 160707

Presentaties en verslagen

Presentaties in het ochtenprogramma


Excursies

Sessie 1


Sessie 2


Sessie 3


Sessie 4


Sessie 5


Sessie 6


Sessie 7