Leerplicht voor alle nieuwkomers

Interview met Geert Teisman, Hamit Karakus en Maarten Smidts

Een verplicht schakeljaar voor nieuwkomers in Nederland. Dat is de belangrijkste aanbeveling van de wetenschappelijke board van Platform31. Integreren in Nederland gebeurt nu nog te vrijblijvend, te versnipperd en komt te laat op gang. Professor Geert Teisman, voorzitter van de wetenschappelijke board, Hamit Karakus, directeur Platform31 en programmadirecteur Maarten Smidts van het Platform Opnieuw Thuis over lessen en obstakels.

Wat is de achtergrond van dit praktijkadvies van Platform31?

Karakus: ‘We hebben de afgelopen jaren veel pieken in de instroom gehad, er was sociale onrust, soms zelfs lichte paniek. Kunnen we deze instroom wel aan? Onze wetenschappelijke board heeft nu samen met gemeenten en overheid teruggekeken op deze periode. Wat gaat goed, waar loopt het vast in de keten?’ ‘Het is goed om nu na 2,5 jaar hoge instroom de balans op te maken’, zegt ook programmadirecteur Smidts. ‘Hoe richten we het proces van vluchteling tot inwoner zo efficiënt mogelijk in? Wat zijn de lessen?‘

Wat zijn de belangrijkste problemen die boven kwamen drijven?

Teisman: ‘Nieuwkomers blijken moeilijk een plek op de arbeidsmarkt te bemachtigen en dat zorgt voor opgetrokken wenkbrauwen bij burgers in het land. Het is een bekend probleem dat al jaren speelt. Daarop hebben we als wetenschappers vanuit diverse disciplines – en in stevige gesprekken met mensen uit de praktijk van nationale opvang en lokale inburgering – verder ingezoomd. Een aantal problemen ligt buiten ons bereik, zoals het feit dat veel nieuwkomers lager geschoold zijn dan waar in Nederland behoefte aan is. Maar we zien ook dat we de integratie, overigens met beste bedoelingen, wat inefficiënt aanpakken. Daar kunnen we wel iets aan doen.’

‘Dat heeft een aantal aspecten. In de eerste periode nadat asielzoekers zich in Nederland melden worden ze vluchtelingen vooral behandeld als ‘u mag nog niet blijven, u mag niets doen’. Dat is begrijpelijk vanuit de procedure, maar zeer onverstandig vanuit de ontwikkeling van deze mensen. Ze hebben op eigen kracht de grens van Nederland bereikt. Ze hebben voldoende energie. Wat wij vervolgens doen is ze een half jaar of langer trainen in passiviteit. En je brengt ze ook nog op het idee dat je in Nederland een uitkering gewoon voor niets krijgt. Dat er ook gewerkt moet worden, komt pas later, te laat, aan bod.’

Teisman vervolgt: ‘Een tweede probleem is dat we vluchtelingen als één grote categorie zien. Op allerlei beleidsvelden in Nederland wordt gesproken over maatwerk, maar hier zetten we analfabeten en academici samen in één taalklas. Dat is niet te doen voor de leerkrachten.’

‘Het derde punt is dat het leeuwendeel van de vluchtelingen voorbij de leerplichtige leeftijd is, maar niet overeen geschikte startkwalificatie beschikt. We hebben leerplicht voor iedereen die in Nederland geboren wordt, waarom niet voor nieuwkomers op latere leeftijd? Ze staan voor een enorme klus. Ze moeten de taal leren, leren hoe de samenleving werkt en ervoor zorgen dat hun opleidingsniveau op het niveau van Nederland komt. Daar is een professionele aanpak voor nodig en die is er nu niet. Het is zo verbrokkeld. Gemeenten hebben geweldig werk verzet, maar vinden allemaal weer het wiel uit. Daarom zeggen wij: sluit een alliantie met de experts – de werkgevers en onderwijsinstellingen in de regio en zorg voor die professionaliteit.’

Karakus: ‘Ik merkte aan tafel toch ook vaak irritatie en frustratie uit het veld over regelgeving, over beleid dat soms de voortgang in de weg staat, over bureaucratie. Leg deze lessen vast in een goed proces, in een draaiboek. Een ander vraagstuk dat naar voren kwam was: hoe werkgevers zo ver te krijgen dat ze aan de slag gaan met statushouders. Als ik echter met werkgevers spreek, merk ik een enorme wil om wat te doen, maar ook zij lopen tegen obstakels op. Die moeten we weghalen.’

Ook Platform Opnieuw Thuis, dat 16 juli de werkzaamheden beëindigt, maakt met een manifest de balans op. In het manifest zijn aanbevelingen opgenomen over de huisvesting van de statushouders. Wat zijn de problemen op dit gebied?

Smidts: ‘We hebben eveneens teruggekeken en dan vooral naar de huisvesting van statushouders. De gemeenten hebben een enorme opgave verricht, ze hebben er in een korte tijd spreekwoordelijk een stad bijgebouwd. Dit zorgt soms voor onrust onder de bevolking. ‘Een vluchteling krijgt zó een huis en mijn zoon wacht al twee jaar op een woning’, klinkt het dan.

We zeggen nu: leer van de hoge instroom van asielzoekers, er was tijdelijk een hoge vraag naar woningen, daar moet de woningmarkt beter op kunnen reageren. Wij pleiten voor een flexibel segment in de woningmarkt voor spoedzoekers. Een brede groep – van studenten, mensen die geschieden zijn, arbeidsmigranten en ook statushouders, die snel en meestal tijdelijk een woning nodig hebben. Door hier als gemeenten en corporaties een serieus segment van te maken, gaat de woningmarkt veel efficiënter functioneren en daar profiteert iedereen van. Er zijn hier ook verschillende mooie voorbeelden van te vinden in het land waar dit gedaan wordt, zoals de Genderhof in Eindhoven of startblok Riekerhaven in Amsterdam. In deze laatste worden jonge statushouders samen met Nederlandse jongeren gehuisvest, een heel mooi voorbeeld van tijdelijke huisvesting met gemixte doelgroepen. Een dak boven je hoofd en je kunt gelijk aan de slag met je integratie. We moeten ons voorbereiden op wat we niet weten en dat vraagt dus om flexibiliteit. Het kan zijn dat volgend jaar de instroom weer toeneemt, daar moet je op voorbereid zijn.’

Hoe verhoudt het manifest zich tot het praktijkadvies?

Smidts: ‘Ze zijn niet los van elkaar te zien. Die flexibiliteit van de woningmarkt zorgt ervoor dat mensen ook sneller die woningmarkt op kunnen vanuit de azc’s. Mensen moeten zo snel mogelijk die samenleving in. Daarom zeggen wij: zorg dat mensen zo snel mogelijk een dak boven hun hoofd hebben. Dan ga je pas meedoen. Het schakeljaar, waar Platform31 voor pleit, kan een belangrijk instrument zijn naar volwaardig inwonerschap.’

Het schakeljaar moet verplicht worden gesteld voor elke statushouder. Is het huidige beleid te vrijblijvend?

Teisman: ‘Precies. Omdat het nu weinig verplichtend is, creëer je ook lamlendigheid. We moeten in Nederland niet zo huiverig zijn om zaken verplicht te stellen. De ondertitel van ons advies is niet voor niets: verplichtend, intensief en vroegtijdig. We pleiten voor een schakeljaar waarin 38 uur per week wordt gewerkt aan integratie, werk én taal.’

Karakus: ‘Ja, we weten inmiddels hoe funest het is als nieuwkomers gaan rondzwerven. Hoe langer ze wachten, hoe moeilijker het op de arbeidsmarkt wordt. In plaats daarvan zouden we hen een jaar lang moeten klaarstomen voor werk. Door uit te gaan van wat deze mensen wél kunnen. Wat zouden zij morgen kunnen doen? Werk, daar moet alles opgericht zijn. Ga echt in gesprek, nu blijft het nog vaak een papieren werkelijkheid. En wordt er soms te veel van de nieuwkomers gevraagd, terwijl niet iedereen even zelfstandig is. Juist daar moeten we hen op voorbereiden in het schakeljaar. Er is maatwerk nodig. En stel het gewoon verplicht, daar hebben de nieuwkomers echt geen problemen mee. Ze willen juist aan het werk om hun leven op te bouwen.’

Teisman: ‘Ik denk dat we een sterk verhaal hebben. De samenleving wordt harder ten opzichte van asielzoekers. Dan kun je die hardheid uiten door te roepen dat de grenzen dicht moeten. Maar je kunt ook zeggen dat we de vrijheid van de mensen accepteren om hier een nieuw leven op te bouwen, en dat we daarvoor wel een verplichtende startconditie hebben. Stel dat we in Nederland de leerplicht los zouden laten, dan hadden we een drop-outprobleem van hier tot Vladivostok. Daar is geen discussie over, de leerplicht is gewoon een hulpmiddel om later verder te komen. Dat geldt ook voor het door ons genoemde schakeljaar.’

Hoe nu verder? Luistert Den Haag naar deze adviezen?

Karakus: ‘Er is zeker draagvlak, dit advies komt juist uit het veld, uit de praktijk. We hebben veel geleerd van de afgelopen periode. Het zou toch gek zijn als we de lessen laten verdampen. Er zal heus weer een piek komen.’

Smidts: ‘Ik ben wel optimistisch. Zowel voor de aanbevelingen uit ons manifest als het praktijkadvies. Ik geloof dat de boodschap wel aankomt. Waar ik soms bang voor ben, nu de instroom afneemt, is dat de energie van het dossier afgaat. Terwijl we nu voor de opgave staan om mensen te laten integreren en participeren. Huizen bouwen is makkelijker.’

Teisman: ‘Ik hoop dat politieke partijen en daarbij horende bestuurders dit echt oppakken. Ik vind het belangrijk dat de rijksoverheid het initiatief neemt en regio’s oproept met een goed voorstel te komen en te zorgen voor accreditatie en monitoring. Zo moeilijk is het allemaal niet. En we kunnen elke keer wel denken dat we de laatste asielzoeker hebben gehad, maar dat is niet het geval. Zelfs als er maar 1.000 per jaar binnenkomen is het cruciaal om ze met meer snelheid en professionaliteit in Nederland te integreren.’

Lees het praktijkadvies