Ondernemerschap: een kans voor statushouders?

Een verkenning door de ogen van ondernemende nieuwkomers

De afgelopen jaren zijn tal van initiatieven als paddenstoelen uit de grond geschoten om statushouders tot ondernemerschap te stimuleren. Er is allerhande particulier initiatief, zoals Eritrea Fietst (‘Haags bedrijf wil Eritrese statushouders aan het werk krijgen’), maar ook gevestigde vluchtelingenorganisaties zoals het Universitair Asiel Fonds in Utrecht (UAF) en VluchtelingenWerk Nederland (via het project Startbaan) stimuleren ondernemerschap van statushouders. Daarnaast zijn er verschillende regionale uitvoeringsorganisaties voor zelfstandigen en gemeentelijke of regionale ondernemerssteunpunten met aparte programma’s voor vluchtelingen/statushouders.

De vraag die in deze longread centraal staat is of ondernemerschap voor statushouders een mogelijk meer effectieve route naar snellere arbeidsparticipatie, inburgering en integratie dan de loondienst. Is het inderdaad gemakkelijker voor statushouders om een eigen bedrijf te beginnen dan om zich in te vechten in de ‘witte’ kantoortuinen van de Nederlandse publieke sector of het bedrijfsleven? Waarom kiezen statushouders voor ondernemerschap, is het hun eigen keuze of doen ze het uit frustratie omdat de reguliere arbeidsmarkt hen weinig kansen biedt? Wat zijn de voordelen ervan en met welke problematische barrières, drempels en uitdagingen zien zij zich geconfronteerd? En zijn deze mogelijk te slechten?

Voor het beantwoorden van bovenstaande vragen spraken we met zeventien statushouders en een drietal experts: Katja Rusinovic (Haagse Hogeschool), Arend Odé (Sociale Economische Raad) en Robert Kloosterman (Universiteit van Amsterdam). In de slotparagraaf doen we een achttal aanbevelingen om het ondernemerschap van statushouders meer adequaat te stimuleren en te faciliteren.

Cover ondernemerschap een kans voor statushouders