Participatie aardgasvrij: raad Goeree-Overflakkee stelt kaders en stimuleert

Op Goeree-Overflakkee daagt de gemeente haar bewoners uit om zelf een alternatief te kiezen voor verwarmen met aardgas. De raad stelde duidelijke kaders waar de plannen aan moeten voldoen en de gemeente biedt bewoners ondersteuning. Bewoners zijn blij met hun invloed op het proces, maar vragen zich ook af tot hoe ver hun verantwoordelijkheid reikt.

Bewoners in Goeree-Overflakkee worden door hun gemeenteraad uitgenodigd om een actieve rol te spelen in de warmtetransitie. De gemeenteraad wil graag samen met bewoners per woonkern op zoek naar de beste oplossing voor een aardgasvrije wijk. Wel stelde de raad duidelijke kaders over waar de warmteoplossing aan moet voldoen en hoe het participatieproces eruit moet zien. In het dorp Stad aan ’t Haringvliet is een aantal geïnteresseerde bewoners de afgelopen vijf jaar samen met de gemeente actief aan de slag gegaan om die oplossing te vinden. Samen met experts onderzoeken zij de mogelijkheid om over te stappen op groene waterstof. Alle bewoners uit Stad aan ’t Haringvliet worden hier regelmatig over geïnformeerd en gaan in gesprek met elkaar tijdens inwonersavonden.

Hoewel de actieve bewoners enthousiast zijn over hun positie in de planvorming, was het voor hen aanvankelijk onduidelijk hoe ver hun verantwoordelijkheid reikt. De bewoners bleken meer invloed te hebben dan zij in eerste instantie vermoedden en maken hiermee inmiddels groot verschil in de planvorming. Veel dorpsgenoten verloren het vertrouwen in de warmteplannen naarmate het participatieproces langer duurde en het aanbod onvoldoende concreet was. Met een duidelijk en individueel aanbod per adres neemt het vertrouwen toe.

Van één pilot-gebied naar een plan voor heel Goeree-Overflakkee

De gemeente Goeree-Overflakkee wil in 2050 een eiland zijn waar alle woningen en gebouwen duurzaam verwarmd worden. Dit doel wil de gemeente stapsgewijs bereiken. Eén van de eerste stappen die de gemeente nam is het vinden van een geschikte locatie voor één pilot waarbij een hele dorpskern vanaf 2025 aardgasvrij wordt. In de zoektocht naar een geschikte kern stelde de dorpsraad van Stad aan ’t Haringvliet zich in 2017 kandidaat. Daar onderzoeken verschillende bewoners op dit moment samen met de gemeente en andere projectpartners de mogelijkheid van groene waterstof als collectieve warmtebron. Inmiddels is er voor de pilot een subsidie beschikbaar gesteld vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) als proeftuin. In 2021 stelde de gemeente een transitievisie warmte en participatiekaders op voor de hele gemeente. Daarin staan verschillende fasen richting aardgasvrij in 2050 beschreven. In de eerste fase wordt nu, naast de pilot in Stad aan ’t Haringvliet, in drie andere kernen (totaal vijftien) gewerkt aan uitvoeringsplannen die na 2025 van start moeten gaan.

Hoe werkt groene waterstof als collectieve warmtebron?

Met bepaalde aanpassingen kan waterstofgas aardgas vervangen als warmtebron. De duurzaamheid van waterstof als alternatieve warmtebron hangt af van de productiewijze. Op dit moment wordt voor de elektrolyse om waterstof te produceren vooral gebruik gemaakt van stroom uit aardgas. Hier komt CO₂ bij vrij. In de toekomst zal waterstof steeds vaker CO₂ -arm of neutraal worden geproduceerd. Bij de productie van groene waterstof vindt de elektrolyse plaats met hernieuwbare elektriciteit als bron.

Wanneer waterstof als collectieve energiedrager wordt ingezet hoeft bij de eindgebruiker alleen de aardgas cv-ketel vervangen te worden door een waterstof cv-ketel. Ook moet er worden overgestapt op elektrisch koken. Het bestaande leidingwerk kan grotendeels benut worden voor het transport van waterstof. Wel moet de hele buurt in één keer overstappen op waterstof. Want er kan geen waterstofgas én aardgas tegelijkertijd door dezelfde leidingen stromen. Waarschijnlijk speelt waterstof in de periode tot 2030 geen significante rol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De hernieuwbare elektriciteit om waterstof te maken is eerst nodig om de elektriciteitsvoorziening te verduurzamen. Voorlopig wordt de techniek in de gebouwde omgeving alleen nog in pilots toegepast om ervaring op te doen.

Omdat waterstof voor het verwarmen van huizen en gebouwen nog niet veel gebeurt, hebben de bewoners en andere betrokkenen afgesproken dat het dorp alleen overstapt op aardgas wanneer acht beloften worden waargemaakt. De beloften zijn: veilig of anders niet, altijd warm, betaalbaar, voldoende draagvlak, groen, het kan, het mag en vertaalbaar (zie ook: beloften).

Op zoek naar draagvlak in Stad aan ’t Haringvliet

De plannen om waterstof als alternatief voor aardgas in te zetten in Stad aan ’t Haringvliet groeien met vallen en opstaan. Een kleine groep bewoners (Voorheen ca. 30 inmiddels 12 ‘tafelaars’) staat al vijf jaar samen met de gemeente aan de lat om bewoners en ondernemers in het dorp (628 adressen met een aardgasaansluiting) te informeren en overtuigen van de alternatieve warmtebron. Dit terwijl veel mensen vragen hebben over de techniek en de rol van een potentiële waterstofleverancier nog niet is ingevuld. Niet iedereen is dan ook enthousiast: één bewoner uit het dorp maakte zelfs een documentaire tegen waterstof.

Desalniettemin vertelt Nynke Maliepaard dat veel van haar buren positief zijn: “Dit komt ook door de hoge energieprijzen.” Stad Aardgasvrij heeft inmiddels ca. 300 vragen ontvangen en deze zo goed mogelijk beantwoord. Men is vooral nieuwsgierig naar wat de overstap financieel betekent en welke aanpassingen in huis gemaakt moeten worden. De projectorganisatie zet in op het persoonlijke gesprek met de inwoners om zorgen weg te nemen en vragen te beantwoorden. Voldoende draagvlak voor waterstof als alternatieve bron is ontzettend belangrijk om te komen tot een uitvoerbaar plan dat voldoet aan de eisen van de gemeente. “Veel leveranciers willen pas echt in gesprek over prijzen en technische haalbaarheid als zij zeker weten dat de bewoners van het aanbod gebruik zullen maken”, vertelt Maliepaard. Tegelijkertijd willen bewoners ook weten waar ze voor ‘tekenen’. Een kip-ei-verhaal dus, waardoor de geplande draagvlakmeting in de zomer van 2022 te vroeg kwam. “De draagvlakmeting is uitgesteld. Er waren signalen dat de inwoners eerst wilden weten wat een overstap naar aardgasvrij voor hen persoonlijk betekent. De projectorganisatie zet daarom nu eerst in op een persoonlijke schouw van alle woningen en gebouwen met een aardgasaansluiting zodat bewoners en ondernemers weten wat ze kunnen verwachten.” Ook stelde de initiatiefgroep samen met de gemeente, projectpartners en andere belanghebbenden de acht beloften op waar het uitvoeringsplan straks aan moet voldoen. Op deze manier hoopt Stad aan ’t Haringvliet de bewoners voldoende te informeren en overtuigen.

De gemeente jaagt het initiatief voor participatie bij bewoners aan

In het document ‘participatiekaders klimaatkrachtig Goeree-Overflakkee’ stelt de gemeenteraad dat elk dorp “zelf bepaalt hoe ze klimaatkrachtig wordt en wat daarvoor nodig is. (…) Het eigenaarschap van het plan ligt bij het dorp”. Daarmee legt de raad het initiatief voor participatie en de plannen bij de bewoners. Tegelijkertijd realiseert de raad zich ook dat dit initiatief niet vanzelf ontstaat. Het participatiekader beschrijft verschillende rollen die bewoners kunnen aannemen (van consument tot eigenaar). De rol van de gemeente wordt afhankelijk van de positie die bewoners kiezen groter of kleiner. Wel jaagt de gemeente in alle kernen in elk geval het participatieproces aan door een participatiebegeleider aan te stellen.

Raadslid Corné Grinwis legt uit dat bewoners niet op de hoogste treden van de participatieladder staan, maar op de trede daaronder (coproduceren). “Zelf organiseren en meebeslissen gingen ons net iets te ver. Als raad moet je het algemeen belang kunnen blijven vertegenwoordigen. Die ruimte hebben we gehouden en communiceren we duidelijk.” Wanneer minimaal 70% van de huishoudens het plan ondersteunt keurt de raad het plan goed, mits er ook “rekening wordt gehouden met kwetsbare doelgroepen en het voorstel hier een oplossing voor biedt”. Wanneer het dorp er zelf niet uitkomt, behoudt de gemeente de mogelijkheid om de regierol terug te pakken. Deze regels gelden ook voor de pilot in Stad aan ’t Haringvliet.

Bewoners hebben meer invloed dan zij verwachtten

Hoewel het participatieproces, in vergelijking met de andere kernen van Goeree-Overflakkee, minder georganiseerd van start ging, voldoet het wel aan de voorwaarden die de gemeenteraad later opstelde. De bewoners zijn zelf aan zet en werken hun ideale warmte-oplossing uit. De actieve bewoners zijn tevreden over het participatieproces en voelen zich serieus genomen. “We hadden meer invloed dan we aanvankelijk dachten”, vertelt Maliepaard. De groep bewoners kreeg hulp van een externe participatiebegeleider en kreeg de ruimte om veel verantwoordelijkheid op zich te nemen. Ze zetten in op waterstof als mogelijke oplossing en ondernemen acties vanuit verschillende werkgroepen (tafels) om te komen tot een uitvoeringsplan waar draagvlak voor is. De gemeente, de projectpartners en de participatiebegeleider helpen de bewoners om in contact te komen met de juiste partijen, zoals het ministerie, wetenschappers en producenten.

Onduidelijkheid zorgt voor onrust

De onzekerheid rondom waterstof als alternatieve warmtebron vraagt volgens Maliepaard wel om een lange adem van bewoners. “Een aantal bewoners is al weer uit de initiatiefgroep gestapt. Ook de participatiebegeleider is destijds gestopt toen de draagvlakmeting weer werd uitgesteld.” Dit heeft zijn weerslag op het vertrouwen dat je opbouwt in de gemeenschap. De coronamaatregelen deden hier nog een schepje bovenop. “Ondanks de digitale bijeenkomsten zag ik om me heen dat sommige mensen, die voorheen enthousiast of geïnteresseerd waren, het idee hadden dat het plan niet meer doorgaat”, vertelt Maliepaard. Andere bewoners ontwikkelen juist een afwachtende houding. “Zij hadden het gevoel dat de gemeente ‘uiteindelijk toch beslist’ en haakten af in het participatieproces. Je hebt als bewoner veel veerkracht nodig om enthousiast te blijven en het belang van het proces te zien.” Hoewel een deel van de bewoners in Stad aan ’t Haringvliet dus maatschappelijk betrokken is (geraakt), bleef de individuele betrokkenheid bij de plannen voor de warmtetransitie mede om deze redenen aanvankelijk achter. De verwachting is dat het aantal individueel betrokken mensen door de mogelijkheid van een persoonlijke schouw van hun woning snel sterk zal toenemen.

Inschatting van de betrokkenheid van bewoners in de zomer van 2022. Door de persoonlijke schouw van de woningen is de individuele betrokkenheid in de afgelopen maanden (naar verwachting) sterk toegenomen.
Inschatting van de betrokkenheid van bewoners in de zomer van 2022. Door de persoonlijke schouw van de woningen is de individuele betrokkenheid in de afgelopen maanden (naar verwachting) sterk toegenomen.

Betrokkenheid

Mensen kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij de warmteplannen in hun wijk. Ze kunnen individueel betrokken zijn (hun eigen huis verduurzamen), maar ook maatschappelijk betrokken (zich breder inzetten voor de wijkplannen). Lees hier meer over verschillende vormen van betrokkenheid.

Organisatiestructuur: wie is er nu verantwoordelijk?

De participatiekaders voor de warmtetransitie zijn opgesteld nadat de pilot in Stad aan ’t Haringvliet al van start was gegaan. Daardoor was het voor bewoners bij de start onduidelijker welke positie zij in het participatieproces hadden ten opzichte van de trajecten die later in andere kernen zijn gestart. Ook de relatie met de externe participatiebegeleider vertroebelde het zicht. “We hadden een goede participatiebegeleider, maar hij vormde ook een extra schakel tussen ons als bewoners, de gemeente en de projectorganisatie.”

Toen de participatiebegeleider stopte werd voor de bewoners duidelijk dat de huidige organisatiestructuur niet voldeed. “De doorlooptijd was te lang en als bewoners hadden wij heel veel uitvoering op ons bordje,” vertelt Maliepaard. De groep bewoners stuurde vervolgens twee keer een stevige brief naar het college. En er werd geluisterd. “We willen terug naar een adviserende positie en minder in de uitvoering zitten.” Daarom is er, in samenspraak met de bewoners, een nieuwe organisatiestructuur ontwikkeld. Het projectteam is een meer onafhankelijke uitvoeringsorganisatie geworden. Daarnaast is een klankbordgroep van Ministeries, toezichthouders en maatschappelijke organisaties gevormd die vanaf de zijkant meekijken. “Als bewoners willen wij de waakhond van het dorp worden om de belangen van onze mede bewoners goed te kunnen borgen”, benadrukt Maliepaard.

Organisatiestructuur

In Stad aan ’t Haringvliet is het regieteam (bestaande uit: (externe) projectmanager, programmamanager duurzaamheid (gemeente), innovatie-expert Stedin, participatiebegeleider, manager vastgoed woningcorporatie Oost West Wonen en communicatieadviseur duurzaamheid gemeente) verantwoordelijk voor het tot stand komen van de warmteplannen. Zij stemden voorheen af met de drie werkgroepen (‘tafels’) die worden gevuld door bewoners (tafelaars) (techniek, financiën en communicatie). Sinds 2020 (na het uitwerken van de deelonderwerpen) zijn de tafels samengevoegd tot één tafel met bewoners. Het regieteam rapporteert aan de stuurgroep (wethouder, bestuurder OostWest Wonen, vertegenwoordiger Stedin, de participatiebegeleider en twee bewoners) die beslisrecht heeft over de plannen en de werkwijze. De stuurgroep en het projectteam worden ondersteund door een klankbordgroep (o.a. ministerie BZK en EZ; de tafelaars, brancheorganisatie Verbond van Verzekeraars, Milieudienst Rijnmond, VR-RR, ACM, NIPV, SodM etc.). Zij ondersteunen bij het uitwerken en uitvoerbaar maken van de beloften. De klankbordgroep werkt vanuit de inhoud en heeft een adviserende rol.

Een uitgebreide reflectie op de rol van de raad

De raad heeft als democratisch gekozen orgaan drie verschillende taken: kaders stellen voor beleid, controleren of het college dat beleid goed uitvoert en het vertegenwoordigen van het volk. Voor de warmtetransitie heeft de gemeenteraad van Goeree-Overflakkee opvallend actief stilgestaan bij haar eigen rol. In een werksessie met het college heeft de raad uitvoerig besproken hoeveel ruimte de gemeente wil geven aan bewoners in het participatieproces van de warmtetransitie en welke rol de raad hier zelf in pakt.

De gemeenteraad kiest uiteindelijk voor een terughoudende maar wel stimulerende opstelling. Bewoners moeten veel ruimte krijgen om zelf te bepalen, maar krijgen ook duidelijke kaders mee. Raadslid Grinwis denkt dat bewoners deze rol ook van de gemeenteraad verwachten. “Als bewoner wil je niet dat een belang zomaar wordt doorgedrukt. Daar moet de raad scherp op zijn.”

In de praktijk blijkt dat je aan deze kaders moet blijven sleutelen. Want 70% draagvlak van de huishoudens, wat betekent dat bijvoorbeeld precies? “Bij het invullen van de draagvlakmeting ontstonden verschillende vragen: telt de stem van huishoudens met een warmtepomp ook mee? En hoe gaan we om met de stem van bedrijven? En wat betekent een lage opkomst?” vertelt Maliepaard. Deze vragen zijn teruggelegd bij de gemeenteraad.

Kaders in Goeree-Overflakkee

De raad van Goeree-Overflakkee stelt verschillende voorwaarden aan de warmteplannen die in de verschillende dorpen moeten worden ontwikkeld. Ook heeft de raad regels opgesteld voor het participatieproces voor het ontwikkelen van deze warmteplannen. Deze kaders zijn terug te vinden in de transitievisie warmte en participatiekaders. Enkele voorbeelden zijn:

  • De warmteplannen moeten betrouwbaar, betaalbaar en haalbaar zijn.
  • Bewoners mogen zelf initiatief nemen om plannen te ontwikkelen, de gemeente ondersteunt.
  • Minimaal 70% van de huishoudens, maatschappelijke organisaties en bedrijven met een gasaansluiting moet de plannen actief steunen.
  • De raad neemt de plannen over mits deze ook rekening houden met kwetsbare doelgroepen.

De raad controleert vanuit een klankbordgroep

Ook over de manier waarop de raad het ontstaan van de warmteplannen kan ‘controleren’ is nagedacht. Er is een interne klankbordgroep ingericht waarin raadsleden kunnen deelnemen om informeel met de wethouder in gesprek te gaan. “In de klankbordgroep kunnen we vrij uitwisselen, zonder dat het gesprek direct heel politiek wordt”, vertelt Grinwis. Hij benadrukt dat de raad op deze plek vooral in de gaten houdt of er in de plannen ook voldoende oog is voor zwakkeren in de samenleving. “Als de kosten een probleem blijken, moeten we als gemeente instrumenten bouwen waarmee we mensen tegemoet kunnen komen”. Het is voor de raad wel heel belangrijk om op tijd te worden geïnformeerd door het college. “Gebeurd dit niet, dan kunnen wij niet meer bijsturen.”

Contact tussen raadsleden en bewoners is belangrijk

De volksvertegenwoordigende rol is een minder besproken punt. Deze rol is voor raadsleden soms lastig in te vullen, zegt Maliepaard, die zelf raadslid was van 2018 tot maart 2022. “Je wilt als raadslid het proces niet verstoren, maar wil wel een gevoel krijgen van het sentiment in een dorp.” Ook Grinwis vindt dat de raad pas in actie hoort te komen er signalen naar boven komen dat de uitvoering niet goed gaat. “Er is niks vervelender dan een politieke partij die tijdens de uitvoering de hele tijd van alles gaat roepen.” Wel vindt hij het de verantwoordelijkheid van individuele politieke partijen om regelmatig met bewoners in gesprek te gaan en eens aan te sluiten bij een informatieavond. “Voor onze fractie is de verbinding met bewoners een speerpunt. We willen vaker aansluiten bij bewonersavonden om te weten: wat leeft er nu precies.” Maliepaard geeft aan dat zulk contact voor bewoners heel belangrijk is. Zij hebben meer behoefte aan contact met raadsleden dan nu het geval is. “Je moet echt in gesprek met het dorp om te weten wat er speelt.”

Meer informatie