Omdenken en doen: gemeenten gaan voor mensenrechten-proof woonwagenbeleid

Aan de slag met lokaal woonwagenbeleid

In navolging van het nieuwe landelijke Beleidskader (juli 2018) zijn gemeenten op weg naar nieuw woonwagen- en standplaatsenbeleid dat past binnen de mensenrechtelijke kaders. De basis voor dit nieuwe mensenrechten-proof woonwagenbeleid is dat recht dient te worden gedaan aan de culturele identiteit van woonwagenbewoners. Deze identiteit wordt onder meer uitgedrukt door het leven in een woonwagen. De gemeenten staan voor de opgave om het beleidskader te implementeren. Een aantal gemeenten ging aan de slag met de woonbehoefte-inventarisatie, de bewonersparticipatie en- vertegenwoordiging, toewijzingscriteria en uitbreidingslocaties voor standplaatsen. Toch zijn er ook vragen en zijn er veel gemeenten die nog geen start hebben gemaakt.

Om gemeenten te ondersteunen en de vernieuwing van woonwagenbeleid te versnellen startte Platform31 een kennis- en leerprogramma. In vier bijeenkomsten behandelen we een aantal belangrijke thema’s (pdf). We delen de voornaamste bevindingen uit deze bijeenkomsten met u. Daarnaast stippen we belangrijke mensenrechtelijke overwegingen aan en noemen we goede voorbeelden van bewonersparticipatie; aspecten die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling van een mensenrechten-proof woonwagenbeleid.

Een flinke omslag: van normalisatie naar mensenrechten-proof beleid

Bij de startbijeenkomst viel op dat de gemeenten een flinke omslag moeten maken: het jarenlange gevoerde beleid gericht op ‘normalisatie’ van de behandeling van woonwagenbewoners maakt in veel gemeenten plaats voor beleid waarmee de woonwagencultuur wordt beschermd en gefaciliteerd (Loven en Huijbers 2019). ‘Normalisatie’ was sinds jaren ’90 in veel gemeenten het uitgangspunt, wat inhield dat de overheid woonwagenbewoners net als ‘gewone burgers’ moest behandelen. Daar hoorde een huisvestingsbeleid bij dat gelijk moest zijn voor alle burgers. Het normalisatiebeleid leidde tot minder aandacht voor de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners. Er werden in veel gemeenten geen nieuwe woonwagens toegelaten en bij vertrek of overlijden van de bewoner werden de standplaatsen opgeheven.

Afgelopen jaren hebben zich verschillende mensenrechtelijke ontwikkelingen voorgedaan die duidelijk hebben gemaakt dat normalisatiebeleid in strijd is met de mensenrechten en dus niet meer mag (voor een overzicht, zie Huijbers & Loven 2019). In 2018 kwam het Rijk daarom met het Beleidskader lokaal woonwagen- en standplaatsenbeleid. Daarin kregen gemeenten handvatten aangereikt om woonwagenbeleid binnen het mensenrechtelijke kader te ontwikkelen. De gemeenten staan nu voor de opgave om een omslag te maken in beleid en uitvoering. Zij dienen de woonwagencultuur te beschermen en te faciliteren, door het leven in de woonwagen én in familieverband mogelijk te maken. Dit leidt tot vragen bij veel gemeenten en woningcorporaties. In welk opzicht verschillen de behoeften van woonwagenbewoners van die van andere bewoners? Hoe verhoudt de bijzondere behandeling van woonwagenbewoners zich tegenover die van andere woningzoekenden?

Meerwaarde van mensenrechten voor de praktijk

Veel gemeenten stellen zich – ondanks de komst van het beleidskader – terughoudend op, mede omdat ze bang zijn om juridisch op de vingers getikt te worden. Uit de Community of Practice (CoP)-bijeenkomsten is gebleken dat kennis van de mensenrechtelijke overwegingen onontbeerlijk is voor het maken van mensenrechten-proof lokaal woonwagenbeleid en het laten landen hiervan binnen de eigen gemeente. Mensenrechten en juridisch bindende uitspraken rond woonwagenbewoners, maar ook oordelen van het College voor de Rechten van de Mens, brengen diverse verplichtingen met zich mee. Zo dienen gemeenten de behoefte aan woonwagenstandplaatsen te inventariseren, een wachtlijst aan te leggen en woonwagenstandplaatsen uit te breiden als dat nodig is om ervoor te zorgen dat woonwagenbewoners binnen afzienbare tijd kans te maken op een woonwagen.

Mensenrechten zorgen echter ook voor een borging van de menselijke waardigheid, inclusiviteit en een versterking van de Nederlandse democratische rechtsstaat. Daarnaast kunnen mensenrechten een rol spelen in het bevorderen van de maatschappelijke positie van woonwagenbewoners en het creëren van begrip voor het ‘nieuwe’ woonwagenbeleid. Tot slot kan naleving van de mensenrechten bijdragen aan de continuïteit van beleid. Een goede mensenrechtelijke fundering van beleid draagt bij aan de toekomstbestendigheid en verkleint de kans dat de zaken die nu gedaan worden in een later stadium teruggedraaid dienen te worden.

Wie zijn de woonwagenbewoners en wat houdt de woonwagencultuur in?

Het leven in een wagen, het wonen in familieverband en het rondreizen zijn belangrijke aspecten van de woonwagencultuur. De verplichting tot bescherming van deze cultuur vloeit onder meer voort uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het EVRM is een Europees verdrag waarin mensen- en burgerrechten voor alle inwoners van de verdragsluitende staten zijn geregeld. De Nederlandse overheid – zowel nationaal als lokaal – is hieraan gebonden. Het recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven, en het eigen huis (artikel 8 EVRM) is voor het standplaatsenbeleid bijzonder relevant. In opeenvolgende rechtszaken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), de rechtelijke instantie die toeziet op de naleving van het EVRM, heeft de betekenis van dit recht voor woonwagenbewoners zich steeds verder uitgekristalliseerd. In verschillende uitspraken heeft het EHRM geoordeeld dat bewoning van een woonwagen essentieel onderdeel is van de cultuur en traditie van Roma en reizigers. En dat juist deze cultuur door de overheid moet worden beschermd. Dat betekent ook dat de overheid het mogelijk moet maken om volgens deze cultuur te leven, bijvoorbeeld door rekening te houden met de woonbehoefte van woonwagenbewoners in de ruimtelijke ordening.

Bouwen aan vertrouwen en bewonersparticipatie

Het belang van het vertrouwen tussen woonwagenbewoners en gemeenten was de rode draad van de CoP-bijeenkomsten. In het nieuwe beleidskader wordt gevraagd om een nadrukkelijke inzet op een duurzame dialoog en een actieve en constante betrokkenheid van woonwagenbewoners. Maar hoe bouw je aan het vertrouwen? Tijdens de bijeenkomsten zijn er verschillende goede voorbeelden voorbijgekomen waarin het gesprek tussen woonwagenbewoners en gemeente, na wederzijds aftasten, op gang is gekomen. Uit de bijeenkomsten blijkt dat bewonersparticipatie op verschillende manieren vorm kan krijgen. Vaak neemt de gemeente het voortouw, maar ook bewoners nemen het initiatief. We noemen drie voorbeelden.

  • Arnhem: Niet over ons maar met ons gepraat

Zo hebben bewoners in Arnhem de Huurdersvereniging Woonwagenbewoners Arnhem (HWA) opgericht. In de woonwagengemeenschap van Arnhem leefde lange tijd het gevoel niet gehoord te worden door de gemeente. De belangrijkste wens van de woonwagenbewoners was om in familieverband samen te leven, maar de toename van het aantal standplaatsen liet op zich wachten. In de Arnhemse woonwagengemeenschap bestond ook de wens om een serieuze gesprekspartner te zijn van de gemeente en de corporaties en daarom is gekozen voor de vorm van een huurdersvereniging. HWA praat nu mee over de stedelijke woonvisie en onderhandelt mee in de prestatieafspraken.

De afgelopen vijf jaren is er in Arnhem veel veranderd. In 2016 is gemeente Arnhem officieel van het ‘afbouwbeleid’ afgestapt. Nu is er een overlegstructuur en zijn er op regelmatige basis gesprekken tussen de gemeente en de woonwagengemeenschap. “Er wordt nu niet over ons, maar met ons gepraat”, aldus voorzitter Tonnie Bosvelt. Zo heeft de HWA in 2015 input geleverd voor de gemeentelijke woonvisie. Ook heeft de gemeente in 2017 de opdracht gegeven tot het doen van een woonbehoeftenonderzoek (pdf), dat is uitgevoerd door het Huurdershuis in samenwerking met de woonwagenbewoners.

  • Jeugdwerk als de ‘brug’ in Eindhoven

In Eindhoven is op initiatief van de gemeente een klankbordgroep samengesteld die bestaat uit vertegenwoordigers van alle vijftien woonwagenlocaties in de stad. Ook dankzij de inzet van jeugdwerk is gewerkt aan het aanhalen van de banden met de woonwagengemeenschap. Het jeugdwerk fungeert als een brug richting de woonwagengemeenschap. Een jeugdwerker merkt in zijn werk op dat er bijkomende positieve gevolgen zijn van intensief contact met bewoners: ze komen eerder naar hem toe met een hulpvraag, en zijn ook makkelijker bereid een melding te maken van zaken die spelen binnen de gemeenschap. Hij zit in zijn werk het toekomstbeeld van bewoners centraal en met name die van de kinderen. Dit sluit volgens hem aan bij de waarden en normen van woonwagenbewoners, waar familie op de eerste plaats komt. De gesprekken tussen de gemeente en de klankbordgroep worden open en eerlijk gevoerd. Soms knettert het, maar het gesprek loopt. De gemeente zet zich bewuster in om het beheer van de locatie op orde te houden en beschouwt dit ook als randvoorwaarde voor goed contact en vertrouwen van de bewoners.

  • Woonwagenbelangen Amsterdam

Ook in Amsterdam is er sprake van een positieve ontwikkeling in het contact tussen de woonwagengemeenschap, vertegenwoordigd door Woonwagenbelangen Amsterdam (WWBA), en de gemeente. WWBA is in 2009 opgezet op initiatief van Sabina Achterbergh (voorzitter Vereniging Sinti Roma Woonwagenbewoners Nederland) en is sindsdien gesprekspartner van de gemeente. Met ondersteuning van adviesorganisatie voor bewoners Woon! heeft WWBA haar standpunten op papier gezet en treedt zij in periodiek overleg met de gemeente. Zo heeft WWBA recentelijk onder andere meebeslist over de opzet van het woonbehoeftenonderzoek – van de opzet van de vragenlijst tot de keuze voor het onderzoeksbureau Labyrinth Onderzoek & Advies. Ook praat WWBA mee over het gemeentelijke beleidsstuk over woonwagenbeleid, dat begin 2020 wordt gepubliceerd. M. Schmidt, secretaris bij WWBA, geeft aan dat er wat hem betreft nog veel werk te verzetten is, maar dat hij een positieve ontwikkeling ziet in de relatie met de gemeente.

Kansen voor 2020

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat het loont om serieus werk te maken van het gesprek, omdat gemeente en bewoners daarmee samen een basis leggen voor het woonwagenbeleid van de toekomst. Ze dienen als inspiratie en misschien ook als hulpstuk voor andere gemeenten die aan de slag willen met het beleidskader. Duidelijk is dat er nog veel praktische vragen beantwoord dienen te worden bij de vertaling van het beleidskader naar lokaal beleid. Platform31 blijft de kennisontwikkeling hierover stimuleren en deelt de uitkomsten van de bijeenkomsten met u.

Community of Practice Lokaal woonwagenbeleid

Een belangrijk onderdeel van het kennis- en leerprogramma is de Community of Practice Lokaal woonwagenbeleid. In september 2019 startten we met twee CoP’s met beiden ongeveer twintig deelnemende gemeenten van uiteenlopende omvang. Op basis van een inventarisatie van de vragen van gemeenten en het Beleidskader van BZK kwamen we tot een aantal hoofdthema’s (pdf). In de vier CoP bijeenkomsten komen deze thema’s en vragen terug.

De aanmelding voor de Community of Practice is gesloten. Hou onze website in de gaten voor nieuws of abonneer u op onze nieuwsbrief. Heeft nu nog vragen, neem contact op met: