NPRZ: Tien jaar lang samenwerken aan meer kansen voor bewoners

Interview met Marco Pastors, directeur Nationaal Programma Rotterdam Zuid

Een gebiedsgerichte aanpak wordt gezien als het antwoord op multiproblematiek in de kwetsbare wijken. Een verbetering van de leefsituatie in zulke wijken vraagt om fysieke en sociale ingrepen van verschillende gradaties. Maar het verbinden van acties vanuit meerdere domeinen in de wijkaanpak blijkt een ingewikkelde klus. Verschillende partijen moeten goed samenwerken om de leefbaarheid van de wijk écht te verbeteren. In Rotterdam Zuid werkt men al bijna tien jaar gebiedsgericht samen. Platform31 zocht uit hoe de samenwerking in het gebied tot stand kwam en hoe er domeinoverstijgend wordt samengewerkt.

Nederland kent een rijke geschiedenis van werken aan de leefbaarheid in wijken. In gebieden waar de sociale en fysieke leefomstandigheden beduidend slechter waren dan elders, werkten gemeenten, het Rijk, bewoners, corporaties, welzijnsinstellingen en andere organisaties decennialang samen om de situatie te verbeteren. Maar vanaf 2011 trok het Rijk zich onder druk van de crisis en een andere politieke wind terug uit de wijkaanpak. Rotterdam Zuid was een uitzondering: hier stuurde het Rijk onverminderd door op een integrale wijkaanpak door het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) op poten te zetten.

Marco Pastors
Marco Pastors

On-Nederlandse problematiek

Begin 2011 signaleerde de commissie Deetman/Mans dat de sociaaleconomische problemen op Zuid in omvang en intensiteit ongekend waren voor Nederland. In twintig jaar tijd moet Zuid opklimmen tot het gemiddelde niveau van Rotterdam en de andere G4-steden. Drie concrete doelen staan centraal: betere schoolprestaties en -keuzes, meer inwoners aan het werk en betere woningen. Om focus aan te brengen prioriteert het NPRZ zeven van de zeventien wijken (die samen circa 80.000 inwoners tellen): Feijenoord, Afrikaanderwijk, Hillesluis, Bloemhof, Tarwewijk, Carnisse en Oud-Charlois. In deze wijken is de cumulatie van de problematiek het zwaarst, de omvang van de opgave het grootst en tegelijkertijd meest complex.

Onafhankelijk programmabureau voor domeinoverstijgende samenwerking

Voor het NPRZ is een onafhankelijk programmabureau opgericht dat onder leiding staat van directeur Marco Pastors. In het bestuur van het programma (voorgezeten door de burgemeester van Rotterdam) zitten vertegenwoordigers namens de gemeente, inwoners, woningcorporaties, het onderwijsveld, de werkgevers, de zorg, politie & OM, de cultuursector en het Rijk. Deze bestuursleden moeten bij hun achterban het benodigde mandaat organiseren en zijn verantwoordelijk voor hun eigen inzet op Zuid. Volgens Pastors is dit een randvoorwaarde om domeinoverstijgend werken goed tot stand te laten komen: “Het is heel belangrijk dat het programmabureau losgekoppeld is van alle partijen, omdat zij soms eigen belang boven gezamenlijk belang plaatsen. Wij houden in de gaten of de samenwerking tot stand komt en of afspraken worden nagekomen.”

Gedepolitiseerde aanpak

Het programmabureau heeft rechtstreeks toegang tot alle bestuurders wanneer afspraken niet worden nagekomen. Pastors: “Het is hun plan en het zijn hun handtekeningen die onder het plan staan. Zij hebben ons opgericht om zichzelf aan de afspraken te houden en daardoor hebben wij als programmabureau mandaat om er alles aan te doen wat nodig is om de afspraken in het 20-jarig programma te realiseren. Hiervoor hebben we zelfs aan Kamerleden gevraagd om moties in de Tweede Kamer in te dienen.” Heldere spelregels en een non-hiërarchische, gezamenlijke bestuurscultuur zijn hierin de succesfactoren. Bijkomend voordeel van het onafhankelijke programmabureau is dat de aanpak erdoor gedepolitiseerd is. Het zijn niet de politieke kleuren en stokpaardjes, maar gezamenlijk afgesproken en concrete doelen en acties die de klok slaan. Ook is het programmabureau in staat om de afgesproken langetermijnvisie in de gaten te houden, terwijl organisaties en bestuurders eerder de neiging hebben om in cycli van vier jaar (of korter) te denken.

Randvoorwaarden op orde

Wanneer opgaven zich opstapelen en clusteren binnen een gebied, verzamelen partijen zich in de wijkaanpak rondom de gezamenlijke ambitie: de leefbaarheid verbeteren. Toch blijkt dit lang niet altijd een gelukkig huwelijk. Domeinen aan elkaar verbinden is ingewikkeld, vooral als partijen niet gewend zijn om samen te werken. Het NPRZ probeert de samenwerking tussen partners in het gebied te stimuleren door de randvoorwaarden op orde te brengen. Er moet voldoende tijd, geld en capaciteit zijn om domeinoverstijgend te werken en gestelde doelen te behalen. Pastors: “Een succesfactor is het beperkte aantal kerninterventies dat is afgesproken: extra lestijd, beroepsoriëntatie van groep 6 tot en met de arbeidsmarkt, van uitkering naar werk en betere woningen om stijgers in de wijken vast te houden. Voor de verder weg liggende randvoorwaardelijke onderwerpen als schoon, heel en groen doen we het met het reguliere voorzieningenniveau van de stad.”

Binnen de gemeente is het de verantwoordelijkheid van wethouder Moti (onder andere portefeuillehouder NPRZ) om ervoor te zorgen dat ambtenaren de tijd en ruimte en krijgen om hun opgaven aan die van collega-ambtenaren en externe partijen te verbinden. Dat kan bijvoorbeeld door een lagere caseload toe te schrijven aan ambtenaren die op Zuid werken, zodat zij meer tijd hebben voor het samenwerken met andere domeinen. Het aan elkaar verbinden van opgaven en inzet kost immers veel overleg en afstemming. Het NPRZ zoekt dus niet naar het wondermiddel voor integraliteit, maar intensiveert op alle (relevante) domeinen de inzet.

Monitoren en bijsturen op resultaten

Het NPRZ maakt gebruik van een jaarlijkse monitor in de vorm van voortgangsrapportages. Met deze monitor wordt de voortgang en interactie inzichtelijk gemaakt. Wat zijn de effecten van de uitgevoerde interventies, en houdt iedereen zich aan de gemaakte afspraken? Het intensieve gebruik van data en monitoring helpt om een vinger aan de pols te houden in de wijken, partners scherp te houden en resultaten te verantwoorden tegenover de buitenwereld. Waar acties niet de gewenste effecten sorteren, kan op korte termijn worden bijgestuurd. Het NPRZ onderscheidt zich hierin door voortdurend naar de resultaten te kijken in plaats van alleen naar de geleverde inspanningen. Pastors legt dit uit: “Als mensen taalles moeten krijgen om aan het werk te kunnen gaan”, legt Pastors uit, “kijken we niet alleen naar deelnamecijfers van de taalcursus, maar naar het aantal mensen dat een baan krijgt. Of als er nieuwbouw moet komen, kijken we naar hoeveel nieuwe woningen er zijn gerealiseerd en niet hoeveel bouwvergunningen er zijn verleend. In bouwvergunningen kan je niet wonen!”

Positieve resultaten, onzekere toekomst

Inmiddels is het Nationaal Programma bijna halverwege de looptijd en is de tussenstand op te maken. De tussendoelstelling was om na tien jaar NPRZ (eind 2021) een kwart van het verschil met het G4-gemiddelde te hebben ingelopen. Veel indicatoren op de pijlers school, werk en wonen laten positieve ontwikkelingen zien, maar 13 van de 31 tussendoelstellingen zijn nog niet behaald. In de laatste voortgangsrapportage roepen burgemeester Aboutaleb en Pastors de NPRZ-partners op nog harder te werken: “Met meer middelen, via ongebaande paden en met een lange adem. En vooral: gezamenlijk.” De bestuurders verwachten dat Rotterdam Zuid hard geraakt wordt door de coronacrisis en dat alle zeilen bijgezet moeten worden om de klappen op te vangen. Er is de afgelopen tien jaar een stevige basis gelegd, maar het moge duidelijk zijn dat de tweede helft minstens even uitdagend wordt.

Dit artikel is gebaseerd op het onderzoek ‘Werken aan opgaven in de wijk’. Meer weten? Lees de uitgebreide casusbeschrijving in het rapport.

Innovatieprogramma ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’

In het innovatieprogramma ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’ formeert Platform31 een kennisgemeenschap van strategische beleidsmedewerkers uit koplopende gemeenten en corporaties. Het doel: op zoek gaan naar de werkzame bestandsdelen van domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken waar vernieuwende koppelingen tussen sociale en fysieke beleidsdomeinen centraal staan.