Organisatienetwerken, houd de buitenwereld op de radar!

Een organisatienetwerk staat altijd midden in de maatschappij. De deelnemende organisaties pakken samen een maatschappelijke opgave op. Ze verenigen zich om dat issue. Het werken in zo’n netwerk is echt anders. Het vraagt de nodige energie en aandacht van alle betrokkenen. En dat heeft ook weer een risico. Namelijk dat het binnen het netwerk vooral over het netwerk zelf gaat en daardoor de relatie van het netwerk met de buitenwereld van de radar verdwijnt. Terwijl het netwerk juist bedoeld is om een verschil te maken voor een opgave in die buitenwereld en partijen in die buitenwereld uiteindelijk moeten zeggen of dat gelukt is of niet. De deelnemers van de leerkring, allen netwerkmanagers, herkenden die paradox. Met elkaar vonden ze ook om de legitimatie van hun netwerk – want daar gaat het dan om – te versterken.

Door Jochum Deuten, m.m.v. Paul Doevendans en Manon de Caluwé

Niet vanzelf

Bij maatschappelijke legitimatie gaat het om wezenlijke vragen. Is er steun voor de ambitie van het netwerk? Erkent de achterban de noodzaak tot samenwerking en het vormen van een netwerk, om zo buiten de staande organisaties een passende aanpak te ontwikkelen? Krijg het netwerk het vertrouwen van de maatschappij om issues op te pakken? En, worden de opbrengsten gewaardeerd door cliënten en hun belanghebbenden?

Maatschappelijke legitimatie komt niet zomaar naar je toe; je moet er toch echt zelf op uit als netwerk. En zoals bij wel meer aspecten van het werken in netwerken, werkt legitimatie net wat anders dan bij reguliere maatschappelijke organisaties. Er zijn nog geen vastliggende legitimatieprocedures, zoals verplichte verantwoordingsinformatie, of een governance code. Vormen van formele en georganiseerde legitimatie ontbreken (nog) bij netwerken. Zie daar de noodzaak én ruimte voor het creatief verstevigen van de legitimatiebasis van je netwerk.

Zelf-legitimatie is niet genoeg

De huidige praktijk in de netwerken laat zich het beste beschrijven als zelf-legitimatie. Het zijn de partners zelf die beproeven hoe het gaat met het netwerk en daar wel of niet steun aan geven. Zo kan de stuurgroep het jaarverslag vaststellen en dat in de eigen organisatie nog eens agenderen. Professionals kunnen kritisch reflecteren op hun eigen werk tijdens een werksessie.

Veel netwerken lijken dat genoeg te vinden. “We doen goede dingen en het netwerk levert toch iets moois op voor onze bewoners/cliënten? En, we kijken daar toch samen naar, vanuit het perspectief van degene voor wie we het doen?” klinkt het dan. ”Bovendien, zit de maatschappij wel te wachten op een verhaal over de legitimatie van ons als netwerk?”
Daarmee hebben netwerkpartners een punt. Omdat een netwerk bestaat uit een divers gezelschap van partijen, brengt iedereen vanuit de eigen sector of het eigen domein normen en ervaringen mee. Dit geeft een rijke, stevige basis voor de legitimatie. Zeker als deze partijen zich ook opstellen als vertegenwoordiger van hun bewoners en cliënten.

Redenen om extra werk te maken van legitimatie:

  • Een deel van de netwerken merkt dat er om gevraagd wordt; het moet. Er zijn bijvoorbeeld subsidieverstrekkers (fondsen, ministeries) die graag willen weten hoe het netwerk zich ontwikkelt en welke waarde het oplevert. Of er is een toezichthoudende instantie achter een van de partners, zoals de Autoriteit woningcorporaties, die duidelijkheid wil. Of de gemeenteraad vraagt de wethouder zich te verantwoorden over voortgang op de opgave.
  • Een andere reden is moreel van aard: het hoort. Je werkt met publiek geld en je hebt soms verstrekkende invloed op het leven van mensen. Het is niet meer dan logisch dat je hier ‘vergunning’ voor vraagt, er actief verantwoording over af legt en open staat voor kritische vragen. Immers, zitten mensen wel altijd te wachten op jouw oplossing of interventie op de opgave?
  • Netwerk Mooi Maasvallei werkt bijvoorbeeld aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en ziet in de praktijk veel discussie over de wenselijkheid van goedbedoelde leefstijlinterventies bij inwoners. De scheidslijn tussen goede bedoelingen en je bemoeien met iemands leven, is soms dun. Daarom is dat onderwerp van gesprek bij de verantwoording. Het netwerk zoekt bewust de gelegenheid om hierover het gesprek aan te gaan. Dat helpt om weer scherp te krijgen wat van belang is en op welke manier men te werk wil gaan.
  • Netwerken kunnen ook een soort eigen belang als drijfveer hebben; het loont. Voordat je je verhaal deelt met de buitenwereld, moet je dat zelf wel eerst op orde hebben. Dat werkt ook als bindmiddel tussen de partners. De reacties die je daarop krijgt, bieden weer kans om vooruit te komen. Fundamenteler is het besef dat je als netwerk pas een verschil kunt maken als je omgeving je steunt in de ambitie en met je meewerkt in de realisatie. Een stevige legitimatiebasis vergroot gewoon je slagkracht.

Veel meer mogelijk dan een jaarverslag

Werk maken van netwerklegitimatie hoeft zeker niet gelijk heel zwaarwichtig te zijn, blijkt uit een snelle inventarisatie bij de deelnemers van de leerkring. Stiekem gebeurt er best veel: er zijn diverse contacten met organisaties buiten het netwerken, bijvoorbeeld tijdens (werk)bezoeken, er is een heldere website, belanghebbenden worden uitgenodigd voor een event. Of er worden casusbeschrijvingen opgesteld en gedeeld, om de winst van de nieuwe werkwijze te presenteren. Ook netwerken die aanwezig zijn op een bepaalde plek, zoals het Huis in de wijk van de Ruwaard in Oss, bouwen in zekere zin dagelijks en heel praktisch aan een legitimatiebasis. Werken aan legitimatie kan op heel veel manieren.

Door de reeds bestaande contacten met de wereld buiten het netwerk verder uit te bouwen en te orkestreren, is de legitimatiebasis snel te verstevigen. Een waarde-definitie en de monitoring daarvan kunnen daarin richting geven. Dat zal per netwerk verschillend zijn, afhankelijk van wat je als netwerk wilt betekenen voor de maatschappij. Netwerken die werken aan concrete resultaten – een betere hulpverlening, bouwen aan een leefbare wijk – hebben het daarbij misschien iets makkelijker. Partijen in de maatschappij zullen hier makkelijker erkenning en waardering over kunnen uitspreken. Netwerken die zich richten op de innovatie van werkwijzen en vooral indirecte waarde willen leveren, moeten hun ‘leeropbrengst’ tonen. Voor bewoners is dat minder tastbaar en lastiger te beoordelen. Maar deze netwerken kunnen wel legitimatie ontlenen aan vakbroeders en -zusters binnen de partnerorganisaties en in het land die zeggen: ‘ga door met deze vernieuwing’.

Maatwerk

Bij het uitbouwen van de legitimatiebasis is het belangrijk rekening te houden met de karakteristieken van een netwerk:

  • Partners van een netwerk gedragen zich vaak als kikkers in een kruiwagen. Ze zullen verschillende accenten leggen en bepaalde aspecten uitvergroten. Dat kan het voor het buitenwereld verwarrend maken. Hoe breng je toch een beetje eenheid in die verscheidenheid, en zet je die diversiteit zelfs in als kracht?
  • Het netwerk vormt zich rond een maatschappelijke opgave. Die opgave is in beweging. Het is onderwerp van discussie, wordt opnieuw gedefinieerd, er ontstaan nieuwe inzichten en er zijn nieuwe ontwikkelingen. In de energie-opgave is dat bijvoorbeeld goed zichtbaar. Dat betekent ook dat de inhoud van de legitimatie voortdurend in ontwikkeling is. Zorg er dus voor dat partijen buiten het netwerk die ontwikkeling wel kunnen volgen.
  • Netwerken zijn voor de buitenwereld toch nog een beetje vreemd fenomeen. De buitenwereld weet vaak nog niet goed wat ze kunnen verwachten en welke eisen ze aan het netwerk kunnen stellen. Maar dat verandert snel. Zo experimenteert de landelijke visitatie-organisatie van woningcorporaties momenteel met netwerk-visitaties. En zijn de eerste netwerken bezig met een governance code. De eerste vormen van formele legitimatie staan blijkbaar om de hoek. Maar voordat we daar zijn, is het belangrijk om ‘de maatschappij’ mee te nemen in het bijzondere karakter van een netwerk.

Legitimatie-Tetris

Het bouwen aan legitimatie valt goed te vergelijken met een spelletje Tetris; het computerspelletje waarbij je neervallende puzzelstukjes zo snel en slim mogelijk op elkaar moet stapelen. Legitimatie kun je ook zien als een voortdurende stroom aan mogelijke legitimatie-blokjes, die je met slim draaien en positioneren in elkaar zet. Met een beetje zelf-legitimatie via de partners. Met praktische legitimatie tijdens de dagelijkse uitvoering. Met bewust georganiseerde legitimatie door bijvoorbeeld managers van alle partners te laten reflecteren op de actuele ontwikkelingen. En toch ook met een toegankelijk en speels jaarverslag, een Youtube-filmpje en website. En wie weet: misschien met over een tijdje ook wel een verplichte, formele legitimatie in de vorm van netwerkvisitatie of een speciale netwerk-governance code?

Over leerkring 'Waardevol samenwerken in een netwerk'

In de Leerkring ‘Waardevol samenwerken in een netwerk’ legden 14 ervaren netwerkmanagers hun ervaringen én vragen bij elkaar. Ze zijn dagelijks druk met het begeleiden van hun lokale of regionale organisatienetwerk in de zorg, het wonen, de energie of de leefbaarheid van wijken. Ze beoefenen eigenlijk een nieuw vak. Ze kunnen niet terugvallen op handleidingen, beproefde methoden of standaarden. Ze ontdekken stap voor stap wat werkt.

Meerdere experts – Manon de Caluwé, Paul Doevendans, Jochum Deuten, Netty van Triest en Mirjam Fokkema – ondersteunden hen daarbij, door hun ervaring en vragen te scherpen aan bestaande kennis en nieuw ontwikkelde denkmodellen.

In deze reeks berichten belichten we de belangrijkste inzichten uit de leerkring ‘Waardevol samenwerken in een netwerk’, over het opkomende fenomeen organisatienetwerken.