Kansenongelijkheid terugdringen? Gebruik de 'capability approach'

Interview met Céline Janssen, TU Delft

Steeds vaker klinkt de roep om rechtvaardige, of inclusieve, steden. Maar wat kan daar precies onder worden verstaan, een rechtvaardige stad? Een belangrijk kenmerk van zo’n stad is kansengelijkheid. Volgens Céline Janssen, promovenda aan de TU Delft, kan de capability approach een bijdrage leveren aan het detecteren en verkleinen van kansenongelijkheid. Platform31 interviewde haar erover.

Céline Janssen promoveert momenteel op het onderwerp sociale duurzaamheid in gebiedsontwikkeling. Haar fascinatie hiervoor ontstond door de groeiende aandacht voor sociale doelen in stedelijke ontwikkeling, zoals die van de inclusieve, rechtvaardige en toegankelijke stad. Janssen legt uit: “Over klimaatduurzaamheid en economische duurzaamheid is al meer bekend, maar de sociale dimensie wordt eigenlijk nog steeds minder goed begrepen.”

Sociale duurzaamheid in gebiedsontwikkeling

“In een gebiedsontwikkelingsproject komen veel beleidsdoelen samen. Sociale duurzaamheid is een van die doelen waar óók wat aan gedaan moet worden, maar dit blijkt in de praktijk vaak lastig”, aldus Janssen. Ze geeft aan dat er in het begin van een project vaak wel aandacht voor is, maar dat de uitwerking en het resultaat nog te wensen overlaten. Wellicht komt dit doordat er nog geen goede manier is om sociale duurzaamheid te meten. Vaak worden namelijk alleen indicatoren als de hoeveelheid groen of afstand tot voorzieningen in een buurt gemeten – fysieke indicatoren. Maar, “dat zegt nog niets over hoe jij en ik het welzijn erváren, dat kan hartstikke anders zijn,” aldus Janssen. De capability approach – bedacht door Amartya Sen – kan een goed instrument zijn om dat te veranderen. Dat deed Janssen besluiten om deze aanpak in haar promotieonderzoek uit te diepen.

Capability approach

Wat zijn capabilities eigenlijk? Volgens Janssen laat de term zich niet makkelijk vertalen. Janssen: “Het idee is dat je mensen wel voorzieningen kan aanreiken, maar de manier waarop iemand zo’n voorziening vertaalt naar een mogelijkheid is eigenlijk verschillend voor iedereen, en dat is je persoonlijke capability.” Janssen legt het uit aan de hand van een voorbeeld over fietsen. Voor de capability fietsen, oftewel de mogelijkheid om te fietsen, heb je allereerst een materiële voorziening nodig: een fiets. Maar daarnaast spelen er nog veel andere factoren mee: je persoonlijke vaardigheid (kun je fietsen?), je fysieke omgeving (is er bijvoorbeeld een fietspad voor je deur?), en je sociale omgeving (is het geaccepteerd dat je de fiets pakt of maakt iedereen in jouw omgeving gebruik van de auto?). Capabilities gaan dus over de relatie tussen een individu en zijn of haar omgeving. Als je weet welke capabilities van waarde zijn voor een individu, maar ook voor een groep, kun je daar afspraken over maken. Je kunt dan bijvoorbeeld afspreken welke capabilities voor iedereen beschikbaar zouden moeten zijn.

Het uitgangspunt van de capability approach is dat ongelijkheden in kansen en mogelijkheden oneerlijk zijn. Janssen legt uit dat het niet het doel is dat iedereen dezelfde capabilities moet ervaren, of dat ieders capabilities maximaal vergroot moeten worden, maar dat het in eerste instantie belangrijk is om er bewust van te zijn dat eenzelfde voorziening misschien niet voor iedereen hetzelfde betekent. Alleen als je op zo’n manier gaat nadenken, kun je verschillen in capabilities waarnemen en er iets aan doen. Stel dat twee personen allebei even graag willen leren fietsen, maar de één geen familie of vrienden heeft die het hem of haar kunnen leren. Dan kun je wel een nieuw fietsnetwerk in een stad aanleggen, maar voor die specifieke persoon zouden enkele fietslessen misschien veel betekenisvoller zijn.

Capability approach in de praktijk: een evaluatief raamwerk

De capability approach kun je volgens Janssen zien als een raamwerk met een vergelijkende en evaluerende functie. Terugkomend op het voorbeeld van de fiets: je moet er niet van uitgaan dat iedereen hetzelfde is en een voorziening op dezelfde manier gebruikt, maar dat dit juist anders is. Zoals Janssen zegt: ”Het gaat ervan uit dat jij en ik anders zijn, dus er is misschien een reden dat jij een fiets anders gebruikt dan ik. Daarom zouden we niet de hoeveelheid fietsen moeten meten, maar we zouden moeten meten of jij en ik dezelfde capability hebben om te kunnen fietsen.” Eigenlijk verschuift deze benadering de meeteenheid van materialistische zaken naar een evaluatieve focus op de capability.

Maar hoe gebruik je dat raamwerk vervolgens in de praktijk? Janssen vertelt dat de toepassing van deze aanpak nog best lastig en vrij bewerkelijk kan zijn: “Het vraagt om wat meer onderzoek dan alleen op de fysieke manier naar gebiedsontwikkeling te blijven kijken. Daarvoor is het nodig om niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief naar bepaalde plekken te kijken. Je moet dus een manier vinden om mensen te bevragen.” Janssen geeft aan dat dit bijvoorbeeld kan door lokale stakeholders te betrekken bij een gebiedsontwikkelingsproces. Deze stakeholders, bijvoorbeeld een school of welzijnsorganisatie, weten vaak beter wat er leeft onder bewoners in een specifieke wijk omdat ze daar dagelijks mee in aanraking komen. Dit kan uitkomst bieden om relatief gemakkelijk de capabilities van een groep in kaart te brengen.

Wat het verder lastig maakt, is dat capabilities van mensen aan tijd onderhevig zijn en dus ook kunnen veranderen. Zo vertelt Janssen: “Het is belangrijk om veranderingen onder mensen in beeld te blijven houden en continu te evalueren.” Janssen geeft ons ook nog een belangrijke tip voor de toepassing in gebiedsontwikkeling: “Bouw genoeg flexibiliteit in een project in, zodat de gekozen interventie met de tijd kan meebewegen en deze mensen voortdurend in staat stelt om voorzieningen te gebruiken en in capabilities om te zetten.”

Rechtvaardige Stad

In het project ‘Rechtvaardige Stad’ verkent Platform31 de betekenis van de rechtvaardige (of inclusieve) stad. We verdiepen ons in literatuur over de rechtvaardige stad, waaronder de visie van Guido Walraven (Inholland) en Edwin Buitelaar (PBL). Daarnaast voeren we gesprekken met experts en gaan we op zoek naar concrete voorbeelden van programma’s, projecten en maatregelen waarmee gemeenten werk maken van meer rechtvaardige steden en wijken.

De komende maanden laten we in een reeks artikelen experts aan het woord over de rechtvaardige stad. In mei 2022 volgt een publicatie. ‘Rechtvaardige Stad’ wordt gefinancierd door het ministerie van BZK en het G40-stedennetwerk.

Meer weten? Neem contact op met Simone ’t Hooft (simone.thooft@platform31.nl | T: 06 30 12 76 01)