Groningse wijkschool: ontmoetingsplek en centrale rol in wijkaanpak

Interview met Wally van der Vlugt, directeur Katholieke Daltonschool Bisschop Bekkers

De Groningse wijk Paddepoel is een van de wijkvernieuwingswijken waar de gemeente en het Rijk (vanuit de Regio Deal) hun vizieren op richten. De opstapeling van opgaven, waaronder armoedeproblematiek en de transitie naar aardgasvrij, vragen om een brede gebiedsgerichte aanpak. Maar niet alleen overheidsinstanties dragen hun steentje bij. Midden in de wijk staat de Katholieke Daltonschool Bisschop Bekkers, een wijkschool waar meer wordt gedaan dan alleen lesgeven. Directeur Wally van der Vlugt is al 24 jaar werkzaam op de Daltonschool, waarvan 12 jaar als directeur. Als directeur zoekt ze aansluiting bij bestaande wijkvernieuwingstrajecten en smeedt ze nieuwe coalities, om de kinderen en gezinnen in de wijk extra ondersteuning te kunnen bieden. Platform31 spreekt met haar over de rol van de school in de brede gebiedsgerichte aanpak.

Hoe verhoudt uw werk zich tot de wijk Paddepoel?

“Vanuit mijn functie probeer ik verder te kijken dan de school. Toen ik zo’n twaalf jaar geleden begon, deed ik wat van alle schooldirecteuren verwacht wordt. Ik richtte me vooral op de kerntaken, zoals de kwaliteit van onze leerkrachten en het doen van klassenbezoeken. Ik merkte echter dat onze kinderen minder gezond en leerbaar binnenkwamen dan op andere scholen, wat resulteerde in leerachterstanden. De oorzaken hiervan liggen grotendeels buiten de school; het heeft te maken met de situatie waarin deze kinderen opgroeien. Daarom besloot ik meer aansluiting te zoeken bij instanties en initiatieven in de wijk. Samen met deze partijen kunnen we de randvoorwaarden op orde brengen en ervoor zorgen dat de kinderen niet al met een achterstand instromen.”

“Veel kinderen en gezinnen in Paddepoel hebben extra ondersteuning nodig. Die ondersteuning probeer ik samen met andere instanties in de wijk, zoals de gemeente, zorgorganisaties en sportclubs, te organiseren. Dat betekent extra werk verzetten: deels op school en deels in de wijk. Collega’s op andere scholen (waarmee we goed samenwerken) kijken er soms raar van op, want zij komen vaker in de klas en zijn het niet gewend zo veel overleggen in de wijk te hebben. Maar ik houd vast aan mijn werkwijze, want ik geloof dat we op deze manier kinderen een betere kans kunnen bieden. Het helpt enorm dat ik op uitvoerend niveau ondersteund word door onze brugfunctionaris Sandra.”

Wat doet een brugfunctionaris?

“Tien jaar geleden is vanuit de gemeente een brugfunctionaris bij ons geïnstalleerd, als een van de eerste twee scholen in Groningen. De brugfunctionaris is een contactpersoon die geen lesgeeft en geen andere taken heeft dan contact hebben met ouders en kinderen. Zij richt zich dus volledig op hoe het gaat met de kinderen op school en hun gezinnen. Alles staat in het teken van contact maken: ze is om kwart over acht op het schoolplein, heeft een koffietafel voor ouders om bij te praten, ze is altijd beschikbaar voor afspraken met ouders en/of kinderen en ze doet ook intakegesprekken. Zo krijgt ze een goed beeld van wat er speelt op school. Verder doet ze aan bemiddelen en signaleren. Zij ziet het wanneer kinderen of ouders niet goed in hun vel zitten en probeert te achterhalen waarom dat zo is. Continuïteit is hierbij van groot belang; onze brugfunctionaris zit er al tien jaar en is een bekend persoon geworden op school en in de wijk. Je kunt al je zorgen kwijt bij Sandra.

De brugfunctionaris is ook de verbinder tussen de school en wijkinstanties. Ze kent de hele sociale kaart van de wijk en kan zo nodig mensen naar een hulpverlener begeleiden. De brugfunctionaris werkt drempelverlagend voor alles waar ouders problemen mee hebben. Het wordt hen makkelijker gemaakt om hulp te krijgen, ook als het gaat om kleine dingen zoals het invullen van formulieren voor tegemoetkomingen. Het is belangrijk om te vermelden dat zij geen ‘slecht nieuws’-gesprekken doet, bijvoorbeeld over een onveilige thuissituatie of groot verzuim. Het gaat alleen om signaleren en hulp bieden.”

U staat in nauw contact met andere actieve partijen in de wijk. Hoe ziet deze samenwerking eruit?

“Met de wijken Selwerd, Paddepoel en Tuinwijk hebben we onze ideeën op papier gezet onder de noemer Wijkplan Positief Opgroeien SPT. In deze samenwerking zitten de drie scholen, de lokale kinderopvang, WIJ (welzijnsorganisatie, red.) en de gemeente. Samen met deze organisaties hebben we onze visie en bijpassende activiteiten vastgesteld. Een van de pijlers is bijvoorbeeld ‘Vreedzame Wijk’ omdat we dat een belangrijk thema vinden. Om het Wijkplan te realiseren is er geld voor een voorzitter, een vertegenwoordiger, activiteiten en ruimte voor ambtenaren om er tijd aan te besteden. Ook voeren we overleggen met leerplicht, politie, Veilig Thuis en andere relevante partijen.

Woningcorporaties zijn helaas niet aangesloten, maar we proberen hen te verleiden deel te nemen en hun rol op het gebied van leefbaarheid weer te pakken. Geen van de wijkorganisaties kan stilzitten. Dat kunnen we ons hier niet veroorloven. Daarom zetten we in op een samenwerking met een kleine kerngroep met relevante partijen. Samen hebben we een breed netwerk in de wijk.”

Waarom is het nodig om in de drie wijken in een coalitie samen te werken?

“Een groot probleem is de armoede in de wijk. Lang niet iedereen die het moeilijk heeft is in beeld bij de juiste instanties. We hebben veel te maken met nog niet gesignaleerde armoede. De laatste jaren is de armoedeproblematiek hier nog schrijnender geworden: 70% van onze kinderen op school komen uit gezinnen met lage inkomens. Opgroeien in armoede doet wat met kinderen. Zij schamen zich bijvoorbeeld omdat ze slecht gekleed gaan of beginnen moeilijk gedrag te vertonen. Wij proberen als school de ouders zo veel mogelijk te ontlasten. We vragen bijvoorbeeld geen geld voor schoolreisjes, bieden fruit en ontbijt aan alle kinderen en ook in andere protocollen proberen we rekening te houden met deze realiteit. Ook de gemeente doet haar best.

Maar de armoede staat natuurlijk niet op zichzelf. Daaronder spelen allerlei problemen in de wijk, bijvoorbeeld op het gebied van wonen en onderwijs. Draagkrachtigen trekken weg uit de wijk en worden vervangen door meer kwetsbare bewoners. Sociale huurwoningen worden hier bijna exclusief toegewezen aan zeer kwetsbare mensen, zoals werklozen, nieuwe Nederlanders en gescheiden mensen. Hun kinderen komen bij ons op school, waar ze natuurlijk welkom zijn. Tegelijkertijd sturen rijkere ouders met koopwoningen in de wijk hun kinderen naar ‘witte’ scholen elders in de stad. De gemeente probeert daar wat aan te doen, maar zonder ingrijpen van het ministerie houd je het niet tegen. Een tweedeling tussen scholen dreigt te ontstaan. In mijn beleving is het juist goed voor kinderen om in contact te komen met andere groepen en culturen. Zo leer je de maatschappij in al haar rijkdom kennen.”

Wat kan het Rijk doen om een tweedeling tussen scholen te voorkomen?

“Het Rijk moet vooral een heldere visie uitdragen. De laatste jaren zijn veel kwetsbare groepen aan hun lot overgelaten. Dat werkt sociale inclusie en kansengelijkheid tegen. Kinderen zijn daar uiteindelijk de dupe van. Gelukkig begint de mentaliteit van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wat te kantelen en ontstaan er goede ideeën. Maar ik ben van mening dat we het veel breder moeten aanvliegen; met alleen twee jaar brede brugklassen kom je er niet. Er is veel meer nodig om onze kinderen een gelijke kans te bieden. Ook laten vergaande hervormingen lang op zich wachten, omdat er veel tegengeluid is. Veel gymnasia zijn bijvoorbeeld tegen het bredebrugklasconcept. Daarom is een heldere visie van het Rijk nodig die daadkrachtig over gemeenten wordt gelegd.

Daarnaast zou het Rijk bepaalde financieringsstromen nóg meer gebiedsgericht in kunnen (laten) zetten. Bij ons wordt bijvoorbeeld de verlengde schooldag gefinancierd vanuit de Regio Deal, maar er is te weinig structureel geld om echt een verschil te maken. Maar als je het geld gebiedsgericht inzet, kun je meer impact maken.”

Welke rol vervult uw school in de wijk?

“Wij zijn een wijkschool en een centrale ontmoetingsplek in de wijk. Iedereen is welkom om koffie te komen drinken. Ook organiseren we activiteiten voor ouders en andere wijkbewoners. Mensen kunnen bijvoorbeeld computerles volgen bij ons. Ook hebben we een lege klas ingericht voor de scholing van bewoners om vrijwilligerswerk te doen in de wijk, idealiter richting een baan. Met dit soort initiatieven proberen we te stimuleren dat wijkbewoners in contact komen met elkaar en bij te dragen aan de leefbaarheid van de wijk. Indirect is dat ook positief voor de kinderen.

Op institutioneel niveau dragen we ons steentje bij in het Wijkplan Positief Opgroeien SPT en de verschillende andere wijkoverleggen waar we aan deelnemen. Toen ik hiermee begon, moest ik bij het schoolbestuur vaak uitleggen waarom ik zoveel wijkoverleggen voerde. De schoolresultaten van de kinderen blijven immers leidend, en die waren slecht. Met de jaren zijn de schoolprestaties verbeterd en inmiddels vervullen we een belangrijke plek in de wijk, maar het vergde een lange adem. Het nieuwe schoolbestuur zegt nu dat deze manier van werken bij onze visie past. Ik zwaai bijna uit, dus mijn opvolgster zal het netwerk over moeten nemen en doorgaan met wijkprofilering. Dat is namelijk belangrijk voor de kinderen en daar doen we het voor.”

Innovatieprogramma ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’

In het innovatieprogramma ‘Domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken in kwetsbare wijken’ formeert Platform31 een kennisgemeenschap van strategische beleidsmedewerkers uit gemeenten en corporaties. Het doel: op zoek gaan naar de werkzame bestandsdelen van domeinoverstijgende gebiedsgerichte aanpakken waar vernieuwende koppelingen tussen sociale en fysieke beleidsdomeinen centraal staan.