"Gesprekken over het model van beleidscoördinatie maken expliciet wat impliciet leeft"

Interview met Janniek de Vries, afstudeerstagiaire MSc Bestuurskunde

Vanuit de master Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verdiepte Janniek de Vries zich gedurende een half jaar in de domeinoverstijgende gemeentelijke beleidssamenwerking rondom de woonzorgvisie. Platform31 begeleidt gemeenten in het kennis- en leertraject Woonzorgvisie bij het opstellen ervan en zette over de verbinding tussen het fysieke en sociaal beleidsdomein een afstudeeropdracht uit. In dit interview belicht De Vries haar aanpak en reflecteert zij op de belangrijkste onderzoeksuitkomsten.

Download de resultaten van haar onderzoek ‘Samen over de grens’ (Pdf, 182 kB)

“De wijze waarop twee beleidsdomeinen gezamenlijk tot een visie moeten komen, maar vaak nog maar weinig samenwerken en elkaars ‘taal’ niet spreken, fascineert mij. Het ontwikkelen van een theoretisch kader en het toepassen van dit kader op het domeinoverstijgend samenwerken voor de woonzorgpraktijk leek mij een heel mooie uitdaging en de reden om voor de opdracht van Platform31 te kiezen”, aldus De Vries.

In je onderzoek staat de gemeentelijke grenswerker centraal. Wie zijn deze grenswerkers en wat doen zij?

“Een grenswerker is iemand die intrinsiek gemotiveerd is om buiten de grens van zijn eigen organisatie te kijken, in deze context koppelingskansen herkent en deze vervolgens benut. In mijn onderzoek zijn grenswerkers (senior) beleidsambtenaren van gemeenten. Je kan deze grenswerker eigenlijk zien als een spin in het web. Grenswerkers hebben verschillende rollen en staan te boek als netwerker, innovator, politiek-sensitief strateeg en kennen de organisatieverhoudingen op hun duimpje. Je zou in eerste instantie denken dat grenswerkers intern in organisaties niet nodig zijn, maar eigenlijk is dit concept ook in de gemeentelijke context goed te bestuderen. Doordat afdelingen van gemeenten best specialistisch en gefragmenteerd zijn, heeft iedere afdeling zijn eigen cultuur, mentaliteit en manier van doen. Dit kan op den duur leiden tot verkokering, waardoor je domeinen kunt zien als kleine, opzichzelfstaande organisaties.”

Wat was het doel van je onderzoek?

“Het doel van mijn onderzoek was om te kijken wat de invloed is van deze verschillende rollen van de grenswerker op het proces van beleidscoördinatie binnen gemeenten. Het coördineren van beleid kan op verschillende manieren. Je kunt bijvoorbeeld zorgen dat het beleid van twee afdelingen geen tegenstrijdigheden bevat en afdelingen elkaar weten te vinden wanneer nodig. Maar er bestaan ook verregaande vormen van coördinatie, waarin je echt aan de voorkant actief connecties aan gaat, gezamenlijk prioriteert of strategisch samenwerkt. Ik heb dit kader vervolgens in gesprekken met vijftien grenswerkers uitgevraagd. Ik kon hiervoor gebruik maken van het woonzorgnetwerk van Platform31 en heb zo vier verschillende gemeenten gevonden die mee wilden werken.”

Wat kunnen gemeenten met je onderzoek?

“Hoewel in dit onderzoek de woonzorgvisie centraal staat, is integrale samenwerking en de coördinatie die hierbij komt kijken, een onderwerp waar eigenlijk elke beleidsafdeling in meer of mindere mate mee te maken heeft. Je kunt de huidige complexe vraagstukken niet meer alleen als afdeling oplossen, maar je moet hiervoor echt gezamenlijk aan de lat staan. De uitkomsten van dit onderzoek zijn dus ook te vertalen naar andere beleidsopgaven, zoals het traject rondom de omgevingsvisie.”

Wat heb je geleerd over grenswerkers als het gaat om wonen en zorg/het opstellen van een woonzorgvisie? Wat vond je de meest opvallende resultaten?

“Ik heb geleerd dat verregaande coördinatieprocessen, zoals het gezamenlijke prioriteren of een strategische samenwerking, noodzakelijk zijn om tot een goed beleids- en uitvoeringskader te komen. Grenswerkers zijn erg intrinsiek gemotiveerd om koppelkansen te benutten, maar weten dat zij dit niet alleen kunnen. Daarnaast vind ik het opvallend dat het voornemen om domeinoverstijgend te werken en de praktijk soms op gespannen voet staan. Zo heb ik meermaals gehoord dat grenswerkers worden teruggeroepen naar hun eigen afdeling, op het moment dat zij het drukker krijgen. Werken over de grens staat op dat moment lager op de prioriteitenlijst. Dat frustreert mensen en dat begrijp ik. Ik denk dat gemeenten van integraal werken een uitgangspunt moeten maken en zij de randvoorwaarden, zoals een integrale financieringsstructuur, hierop moeten aanpassen. Wat ik ook bijzonder vind, is dat grenswerkers een neusje hebben voor andere grenswerkers. Zij zien bijvoorbeeld in een nieuwe groep gelijk wie een passie heeft om domeinoverstijgend te werken. Ik noem dat in mijn onderzoek ‘ambassadeurschap’. Het ambassadeurschap kan eigenlijk gezien worden als het resultaat van actief netwerken en belangen behartigen. Zo gaan anderen je op den duur zien als gezicht van de afdeling, of in externe relaties als het gezicht van de gemeente.”

Je hebt je in je onderzoek voornamelijk gefocust op de binnenwereld: de rol van grenswerkers binnen de interne samenwerking en de samenwerking tussen de domeinen wonen en zorg. Heb je ook verhalen opgepikt over de buitenwereld?

“In de gesprekken komen uiteenlopende onderwerpen aan bod. Je hebt het dan ook automatisch over de randvoorwaarden en externe coalities waarin beleidsambtenaren werken. Veel van hen geven bijvoorbeeld aan dat zij door hun betrokkenheid bij de woonzorgvisie hun externe netwerk en kennis hebben uitgebreid. Beleidsambtenaren vanuit wonen gaan nu bijvoorbeeld met zorgaanbieders in gesprek of leren alles over beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Doordat zij hun horizon verbreden, merken grenswerkers op dat zij in andere vraagstukken ook wel eens een integrale woonzorgbril opzetten. Dat is wel een mooie bijvangst van zo’n samenwerkingsverband.

Ook heb ik veel teruggekregen dat gemeenten steeds meer samenwerken in regioverbanden. Grenswerkers geven aan dat er in deze regionale verbanden meer dan in hun eigen gemeente, botsende belangen spelen. Een voorbeeld van zo’n belangentegenstelling is de verdeling van uitstromers van maatschappelijk opvang of statushouders tussen gemeenten. Zij merken op dat de verdeling van deze groepen soms onevenredig gebeurt en dat dit vooral grotere gemeenten frustreert. Nu de woonzorgvisie in de toekomstwaarschijnlijk meer regionaal wordt ingestoken, zie ik een belangrijke rol voor de grenswerkers om te bemiddelen in deze belangenverschillen.”

Waar ben je trots op?

“Ik ben eigenlijk best trots dat ik zelfstandig een onderzoek heb opgezet en veel interessante gesprekken heb gevoerd aan de hand van mijn kader. De grenswerkers zelf vonden dit ook waardevol en het zette hen aan het denken. Ik hoorde bijvoorbeeld in een aantal gesprekken dingen als: ‘Wacht even hoor, ik schrijf dit even op. Dit is een mooi inzicht.’ Zoiets is heel waardevol om te horen van ervaren beleidsambtenaren. Doordat zij vertelden over en reflecteerden op hun dagelijkse praktijk, konden we samen in het gesprek het impliciete, expliciet maken.”

Meer weten?