Energie voor de wijk - in Haarlem doen bewoners het zelf

Ultieme participatie vraagt aandacht voor rol van de gemeenteraad

Als het over participatie in aardgasvrije wijken gaat, is het Haarlemse Ramplaankwartier een uniek voorbeeld. Bewoners krijgen er alle ruimte om zelf de overstap naar een zonnewarmtenet te realiseren. De gemeente en gemeenteraad geven daarmee wel grip uit handen op het verloop van het participatieproces in de wijk.

Ramplaankwartier

Haarlem krijgt – terecht – veel aandacht als goed voorbeeld van hoe bewoners kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. In de wijk Ramplaankwartier pakken zowel de gemeente als de bewoners een unieke rol. De gemeente geeft de bewoners vertrouwen en verantwoordelijkheid. Daardoor ervaren beide partijen de samenwerking als vruchtbaar en leuk. Bovendien scheelt deze aanpak de gemeente veel werk en ervaren bewoners eigenaarschap over hun eigen energie.

Tegelijkertijd is er ook een valkuil: bewoners stellen niet automatisch dezelfde eisen aan het participatieproces als de gemeente(raad). Zo is het voor het bewonersinitiatief vooral van belang dat veel mensen meedoen. Minder van belang is de vraag hoe bewoners de transitie beleven en de vraag in hoeverre iedereen mee kan doen. Door in de toekomst als gemeenteraad meer aandacht te besteden aan de motieven en kaders voor het participatieproces kan Haarlem participatie in aardgasvrije wijken verder versterken.

Een zonnewarmtenet in het Ramplaankwartier

Na een succesvolle realisatie van een gezamenlijk zonnedak had een groep bewoners uit het Ramplaankwartier in 2017 een nieuwe ambitie: hun eigen wijk zelf aardgasvrij maken. In vijf werkgroepen met meer dan veertig bewoners onderzochten ze de mogelijkheden voor een aardgasvrije wijk. De gemeente keek aandachtig mee en stimuleerde de groep met een eerste financiering. Inmiddels ontvangt de wijk subsidie vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) als proeftuin en heeft de groep actieve bewoners een keuze gemaakt voor een alternatieve warmtebron voor de wijk: een zonnewarmtenet. Via een zonnewarmtewijkcoöperatie worden bewoners zelf eigenaar van hun energiesysteem.

De (actieve) bewoners zijn aan zet voor de volledige organisatie en uitvoering van het plan. De toegekende PAW-subsidie zorgt dat de bewoners zich nog verder kunnen professionaliseren. Het kernteam bestaat nu uit vier betaalde leden. Desiree Orij, bewoner en lid van het kernteam, vertelt: “Samen met heel veel vrijwilligers zijn wij bijna fulltime aan de bak om dit te realiseren.” En dat is nodig, want het team moet de komende tijd veel stappen zetten. Gelukkig levert het harde werk ook resultaat. “Van de 1250 woningen hebben al meer dan 500 huishoudens een intentieverklaring getekend en/of huisdossiers aangemaakt”, aldus Orij. Het kernteam werkt nu naar een persoonlijk maatwerkadvies voor deze huishoudens.

Hoe werkt een Zonnewarmtenet?

Huishoudens die aangesloten zijn op een zonnewarmtenet zijn zowel leverancier als afnemer van hun eigen warmte. In een zonnewarmtenet warmen PVT-panelen op daken 's zomers water op. Dit wordt vervolgens in een gezamenlijke warmte- en koudeopslag bewaard. In de winter gaat dit water (dan ca. 18°C) via het zonnewarmtenet terug naar de verschillende huishoudens waar een warmtepomp het water opwarmt tot 55°C. Eén van de kenmerken van het zonnewarmtenet is dat niet alle huizen in de wijk in één keer van het gas af hoeven. Het systeem is wel goedkoper naarmate er meer huishoudens mee doen. In Haarlem worden de huizen in verschillende tranches geïsoleerd en aangesloten. Volgens planning zijn de eerste huizen voor volgend jaar winter klaar voor aansluiting.

Eigenaarschap bij bewoners

“Alles gebeurt nu door de bewoners en de kernteamleden”, vertelt Orij. De gemeente ondersteunt de bewoners naar behoefte. Bijvoorbeeld bij het indienen van de PAW-aanvraag of met een garantstelling van zeven miljoen euro door de gemeenteraad. “Ik ben heel blij hoe deze samenwerking tot nu toe gaat. We zien dat de gemeente vertrouwen in ons heeft. Dat werkt heel fijn”, aldus Orij.

Ook raadslid Melissa Oosterbroek bevestigt de unieke samenwerking tussen bewoners en de gemeente: “In de casus Ramplaankwartier hebben bewoners eigenlijk de opgave van de gemeente overgenomen: ze zijn probleemeigenaar geworden.” Oosterbroek legt uit dat ze blij is dat ambtenaren de juiste stappen hebben genomen om het initiatief verder te helpen: “Vaak zie je bij bewonersinitiatieven dat het idee vastloopt. Dan zeggen we ‘dit past niet in ons kader’. Dat is hier niet gebeurd.”

Raad niet betrokken bij participatieproces

De invloed van de Haarlemse gemeenteraad op het plan en het participatieproces is zeer beperkt geweest, zeggen Oosterbroek en haar collega Ron Dreijer. Ook contact tussen bewoners en de raad is er nauwelijks. De raad had vooral een faciliterende rol. Er zijn vooraf geen kaders gesteld waar het plan of het participatieproces aan moest voldoen. Ook het beslisrecht ligt volledig bij de bewoners. Volgens Dreijer is de warmtetransitie een onderwerp dat een gemeenteraad goed kan beleggen bij burgers. Het is in het belang van de bewoners dat er een goed systeem komt dat beschikbaar is voor veel mensen. Daardoor zijn strenge kaders vanuit de raad niet nodig. Oosterbroek ziet deze manier van werken zelfs als een kans. “Hoe meer uitvoering naar de Haarlemmers zelf gaat, hoe sneller we opgaves kunnen tackelen.”

Organisatiestructuur

In Haarlem is het kernteam, bestaande uit twee professionals en twee bewoners, verantwoordelijk voor het realiseren van het zonnewarmtenet. Zij worden ondersteund door een groep vrijwilligers (waaronder ook straat/energiecoaches). Het kernteam stemt regelmatig af met het kernteam ‘plus’ waarin ook een ambtenaar deelneemt. Het college of de gemeenteraad heeft geen beslisrecht in de plannen. Wel staat de gemeente financieel garant en is voor de plannen een omgevingsvergunning nodig.

Participatie op het hoogste niveau. Maar doet iedereen mee?

In de casus Ramplaankwartier organiseren de bewoners zelf de participatie, maar dat betekent niet dat alle bewoners in de wijk automatisch op de hoogste participatietrede staan. De raadsleden noemen het feit dat iedereen mee moet kunnen praten een belangrijk motief voor participatie. Ze vinden daarnaast dat de hele wijk participeert op de hoogste treden van de participatieladder. Orij legt uit dat zij dit als bewoner net anders ziet. “Vanuit ons perspectief staan verschillende bewoners op verschillende treden.” Ze legt uit dat de meest actieve bewoners duidelijk op de hoogste trede staan, terwijl het team een heel deel van de wijk feitelijk alleen informeert of raadpleegt. Bewoners kunnen hun mening delen, maar het kernteam neemt de uiteindelijke besluiten. “De plannen zijn gemaakt. Die staan vast. Daar kunnen bewoners niet veel verandering in aanbrengen.”

Het verschil in participatieniveaus tussen bewoners zegt nog weinig over hoeveel mensen daadwerkelijk betrokken zijn bij de warmteplannen voor de wijk en of zij tevreden zijn over de manier waarop zij betrokken worden. Door de inzet van de actieve bewoners is een opvallend groot deel van de wijk zowel individueel als maatschappelijk sterk betrokken geraakt. De belangstelling voor de plannen was direct groot, vertelt Orij. “Bij de eerste bijeenkomst was de gymzaal bomvol.”

Betrokkenheid

Mensen kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij de warmteplannen in hun wijk. Ze kunnen individueel betrokken (hun eigen huis verduurzamen) zijn, maar ook maatschappelijk betrokken (zich breder inzetten voor de wijkplannen). Lees hier meer over verschillende vormen van betrokkenheid.

Verhouding betrokkenheid
Verdeling betrokkenheid met het participatieproject in het Ramplaankwartier

Tegelijkertijd blijkt dat het voor de (actieve) bewoners onduidelijk is hoeveel en welke bewoners nog niet zijn bereikt. Voor het kernteam ligt de nadruk nu op de mensen die hebben aangegeven wel te willen meedoen en minder op de mensen die niet willen meedoen. Het lijkt voor de actieve groep bewoners minder belangrijk om te weten hoe bewoners het participatieproces beleven (Voelt iedereen zich gehoord? Weten alle mensen dat ze kunnen participeren? Et cetera).

Het lijkt voor hen vooral belangrijk om te weten of ze voldoende mensen hebben weten te overtuigen. Het team is gefocust op het doel: realisatie van het zonnewarmtenet. Daardoor lijkt het participatieproces vooral te bestaan uit zenden van informatie en wordt er minder ‘opgehaald’.

Rollen van de raad: kaders stellen, controleren en volksvertegenwoordigen

De raad heeft als democratisch gekozen orgaan drie verschillende taken: kaders stellen voor beleid, het controleren of het college dat beleid goed uitvoert en het vertegenwoordigen van het volk. In de casus Ramplaankwartier ziet de raad slechts een kleine rol voor zichzelf weggelegd, vooral controlerend. De raad heeft zijn eigen rol in de plannen en participatie voor het Ramplaankwartier vooraf niet besproken. “Hier kwam het initiatief vanuit de wijk”, licht Oosterbroek toe. Het Ramplaankwartier is vervolgens door het college opgenomen als één van de drie pilots in de transitievisie warmte, maar het eigenaarschap van het initiatief bleef bij de wijk. “Waarom zou je daar als raad extra kaders aan toe voegen? Zij gaan het toch zelf oplossen?”, aldus Oosterbroek.

De controlerende taak is wel in beperkte mate opgepakt door de raad. De plannen van de wijk zijn besproken in de raad toen de wijk om een garantstelling vroeg. “Op dat moment voer je direct je controlerende taak uit door naar de haalbaarheid te kijken”, voegt Dreijer toe. Beide raadsleden geven echter aan dat er niet specifiek naar het participatieproces is gekeken.

De volksvertegenwoordigende taak is vooral indirect en onbewust opgepakt. Hoor je geen geluiden van weerstand tijdens een inspreekmogelijkheid of via social media: dan gaat het waarschijnlijk goed, stellen beide raadsleden. “In feite vind ik het eigenlijk nu nog niet van belang dat echt iedereen mee doet. Je gaat eerst beginnen met laaghangend fruit. Als over vijf jaar blijkt dat er mensen niet mee willen, dan kunnen we daar kaders over afspreken,” verduidelijkt Oosterbroek de wat afwachtende houding van de raad.

Rollen van de raad in de toekomst

Hoewel het in deze casus goed lijkt te gaan, geeft Dreijer toe dat de passieve houding van de raad ook risicovol is: “Ik denk dat we bij dit soort initiatieven het democratisch proces beter in de gaten moeten houden. Worden bepaalde mensen niet voorgetrokken in het proces?” Beide raadsleden geven aan dat bewoners ook van hen verwachten dat er duidelijke kaders zijn voor participatie en dat de gemeente het proces evalueert. “Ik heb het gevoel dat dit in dit project wel goed zit, maar we hebben nu niet de bewijzen”, benadrukt Dreijer. In de nabije toekomst gaat de gemeente Haarlem dan ook aan de slag met het actualiseren en evalueren van het huidige participatiebeleid. “Dit nieuwe beleid gaan we standaard toepassen bij nieuwe warmte-initiatieven. Ook wanneer het eigenaarschap van het participatietraject bij bewoners ligt”, besluit Dreijer.

Meer informatie