Foto: Alex Schröder©
Verdieping Energietransitie Vergroening en klimaatadaptatie

Duurzame transitie vraagt meer dan investeringen in energie en industrie

Analyse rijksbegroting 2027

1 oktober 2026 | Leestijd: 7 minuten
Transities op het gebied van energie en klimaat lopen steeds vaker vast op schaarste aan ruimte, middelen, mensen en expertise. Netcongestie remt woningbouw en verduurzaming, klimaatadaptatie komt onvoldoende van de grond. De kennis en het beleid zijn er. Maar om de plannen ook uit te voeren is systeemverandering nodig: samenhang tussen opgaven, en voldoende slagkracht voor gemeenten en regio’s om plannen te kunnen uitvoeren.

Auteur(s)

Op 15 september presenteerde het kabinet-Jetten de eerste rijksbegroting. Platform31 analyseert in vier artikelen en een samenvattend nieuwsbericht wat de plannen betekenen voor steden en regio’s.

In dit artikel kijken we naar de belangrijkste vraagstukken waar het kabinet voor staat rond de duurzame transitie. We bespreken de prioriteiten van het kabinet en de middelen die het daarvoor uittrekt. En sluiten af met onze analyse: waar het kabinet op inzet en wat er nog nodig is om de transitie uitvoerbaar te maken.

In het kort

Opgave Belangrijke maatregelen kabinet Aandachtspunten
Vastlopend energiesysteem Wind op zee en CO₂-opslag Meer systeemverandering en flexibiliteit nodig
Klimaatbestendig inrichten van Nederland Geen duidelijke nieuwe financiële impuls zichtbaar Fundamentele keuzes maken en structureel investeren in klimaatbestendige gebieden
Realiseren van een circulaire bouwketen Geen extra investeringen in circulair bouwen Circulaire voorwaarden beter verankeren in beleid

Opgaven voor het kabinet

1. Schaarste vraagt om moeilijke keuzes

Waar duurzaamheid jarenlang vooral werd benaderd als een vraagstuk van innoveren en investeren, komt steeds nadrukkelijker de vraag naar voren hoe schaarse middelen, ruimte en capaciteit moeten worden verdeeld. Dat geldt voor het elektriciteitsnet, waar wachtrijen voor aansluitingen blijven groeien, ondanks forse investeringen. Maar ook voor ruimte, water, grondstoffen en klimaatrisico’s wordt duidelijk dat radicalere ruimtelijke en economische keuzes onvermijdelijk zijn.

Hierdoor hebben we het nu over vragen zoals welke functies als eerste toegang krijgen tot schaarse netcapaciteit, welke gebieden we met voorrang beschermen tegen wateroverlast of hitte, en welke ruimte we reserveren voor woningbouw, energievoorzieningen, natuur of waterberging. Zulke vragen hebben niet alleen een technische of financiële kant, maar zijn ook bestuurlijke en maatschappelijke keuzes. De komende jaren vraagt dit om slim ruimtegebruik, om prioriteren en faseren, om al doende te leren en na elke fase te evalueren.

2. Nieuw energiesysteem nodig

Losse, technische maatregelen en investeren zetten geen zoden aan de dijk in een vastlopend systeem. Door netcongestie is een andere benadering en organisatie van het energiesysteem nodig. Bijvoorbeeld door het stimuleren van flexibel energiegebruik en meer opslag van energie om piekmomenten te verminderen, het organiseren van decentrale energiesystemen en samenwerking rond energiehubs. In klimaatadaptatiebeleid is het vergroenen van stenige buurten dagelijkse praktijk geworden, al is hier nog steeds veel meer geld voor nodig. Ook hier zijn losse maatregelen onvoldoende. Er zijn er dringende keuzes nodig over de inrichting van Nederland op de lange termijn, en over hoe we nog sneller dan verwacht klimaatbestendig kunnen worden. En zo groeit ook bij circulair bouwen het besef dat er niet een paar innovatieve bouwproject nodig zijn, maar een andere inrichting van de gehele bouwketen, bijvoorbeeld via het stellen van voorwaarden aan uitvoerders.

Door de schaarste en complexiteit loopt de uitvoering van beleid vast. En juist op lokaal en regionaal niveau komen de grote vraagstukken samen. Gemeenten en provincies zijn de plek waar nationale plannen vertaald worden naar concrete keuzes in gebiedsontwikkeling, terwijl de fysieke ruimte schaars is, de milieuruimte beperkt en maatschappelijke draagvlak niet vanzelfsprekend.

3. Uitvoering mist slagkracht

Nieuwe strategieën, technieken en beleidsvoornemens leiden niet automatisch tot zichtbare resultaten. Veel plannen zitten nog in de fase van uitwerking of experiment. De uitvoeringskracht bij overheden en uitvoerders schiet op veel plekken tekort en kan de ambities niet altijd bijbenen. Denk daarbij aan capaciteit, praktische kennis, vaardigheden, financiering en bestuurlijke continuïteit. Gemeenten hebben grote verantwoordelijkheden in de uitvoering, terwijl middelen, personeel en handelingsruimte niet altijd in hetzelfde tempo meegroeien.

Gemeenten hebben behoefte aan structurele middelen voor specialistische capaciteit en, meer algemeen, aan voldoende mensen. Kennisprogramma’s en ondersteuning voor kleinere gemeenten en regionale uitvoeringsorganisaties en expertisecentra kunnen hierbij helpen. De vraag is of de plannen van het kabinet hier voldoende aan tegemoet komen.

Wat zijn de plannen en hoeveel geld is ervoor beschikbaar?

Voorgenomen kabinetsinvesteringen in 2027 (en deels daarna): de balans slaat door in het voordeel van energieprojecten; voor klimaatadaptatie en circulariteit is geen extra geld gereserveerd in de rijksbegroting.

Illustratie van een weegschaal die duidelijk uit balans is. De linkerschaal hangt laag en bevat "Energie-infrastructuur": WarmtelinQ € 214 miljoen, Wind op zee € 101 miljoen, Aramis € 1,3 miljard en Waterstof (doorgeschoven). De rechterschaal hangt hoog en bevat "Klimaatadaptatie – geen nieuwe financiële impuls zichtbaar" en "Circulair bouwen – geen investeringsprogramma zichtbaar". Het beeld laat zien dat er fors wordt geïnvesteerd in energieprojecten, terwijl klimaatadaptatie en circulariteit nauwelijks zichtbare middelen krijgen.

Illustratie van een weegschaal die duidelijk uit balans is. De linkerschaal hangt laag en bevat "Energie-infrastructuur": WarmtelinQ € 214 miljoen, Wind op zee € 101 miljoen, Aramis € 1,3 miljard en Waterstof (doorgeschoven). De rechterschaal hangt hoog en bevat "Klimaatadaptatie – geen nieuwe financiële impuls zichtbaar" en "Circulair bouwen – geen investeringsprogramma zichtbaar". Het beeld laat zien dat er fors wordt geïnvesteerd in energieprojecten, terwijl klimaatadaptatie en circulariteit nauwelijks zichtbare middelen krijgen.

Analyse van de plannen

Klimaatadaptatie en circulariteit blijven achter

De Rijksbegroting 2027 laat zien dat het kabinet prioriteit geeft aan energie-infrastructuur, industriële verduurzaming en het versterken van het energiesysteem. Klimaatadaptatie en circulair bouwen komen in de onderzochte begrotingsposten nauwelijks of onduidelijk als afzonderlijke investeringsprioriteit naar voren. Het kabinet trekt op sommige vlakken wel extra middelen uit, maar een aanzienlijk deel daarvan ontstaat door geld binnen de klimaatbegroting te verschuiven.

Investeringen in het energiesysteem

In de Miljoenennota worden netcongestie, regeldruk en trage vergunningverlening expliciet genoemd als knelpunten die economische groei en investeringen afremmen. Het kabinet zet daarom in op investeringen, hervormingen en het verbeteren van randvoorwaarden voor bedrijven en investeerders.

Voor het energiesysteem zijn concrete bedragen gereserveerd. Voor windenergie op zee komen extra middelen, oplopend van 1 miljoen euro in 2027 tot 101 miljoen euro in 2031. Vanaf 2028 reserveert het kabinet bovendien jaarlijks 325 miljoen euro voor Aramis, de infrastructuur voor transport en opslag van CO₂ onder de Noordzee. Daarmee is voor dit project tot en met 2031 ongeveer 1,3 miljard euro voorzien.

Deze investeringen dragen bij aan uitbreiding en verduurzaming van het energiesysteem, maar uit de begroting is niet af te leiden welk bedrag rechtstreeks is bestemd voor de aanpak van netcongestie. Wel wil het kabinet flexibel gebruik van het stroomnet door bedrijven stimuleren. Voor WarmtelinQ, het warmtetransportnet in Zuid-Holland, wordt 214 miljoen euro aan uitgaven naar voren (2026) gehaald met middelen uit latere jaren.

Verduurzaming industrie uitgesteld

Bij waterstof en industriële verduurzaming schuift het kabinet investeringen naar achteren vanwege vertraging van projecten. Voor verduurzaming van de industrie verschuift 241 miljoen euro uit 2027 naar achteren. Daar staat tegenover dat 77 miljoen euro beschikbaar komt voor versnelde klimaatinvesteringen in de industrie, maar onduidelijk is om welke investeringen het precies gaat.

Klimaatadaptatie blijft achter

Voor klimaatadaptatie is het financiële beeld minder duidelijk. Er is geen extra geld gereserveerd voor klimaatbestendigheid (via vergroening, hittebeleid, waterberging en lokale uitvoeringskracht) zoals in de Ontwerp Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026 wordt geschetst. Dat betekent niet dat er op andere begrotingshoofdstukken, zoals het Deltafonds of de begroting voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, helemaal geen middelen voor adaptatie staan. Maar op basis van de begroting kunnen we niet vaststellen dat klimaatadaptatie in 2027 een nieuwe financiële impuls krijgt.

Hetzelfde geldt voor de circulaire economie en meer specifiek voor circulair bouwen. Er is geen investeringspost opgenomen voor programma’s gericht op hergebruik van bouwmaterialen, biobased bouwen of het circulair organiseren van bouwketens. Eerder gereserveerde gebiedsinvesteringen worden juist verlaagd met 22 miljoen euro in 2027 en 25 miljoen euro in 2028.

Het kabinet reserveert dus aantoonbaar forse bedragen voor grote energie- en industrieprojecten, terwijl klimaatadaptatie en circulair bouwen in deze begroting weinig (extra) aandacht krijgen.

Foto: WarmtelinQ / fotografie Vincent Basler

Onze aandachtspunten

Vergelijken we de ambities in de miljoenennota met onze eerdere adviezen aan het kabinet, dan kunnen we constateren dat het kabinet nu meer dan voorheen kiest voor de versterking van energie- en industriesystemen. Dit gebeurt via steun aan wind op zee en CO₂-infrastructuur. Wat veel minder zichtbaar terugkomt zijn de andere elementen die nodig zijn om de transitie ook uitvoerbaar te maken: ondersteunen van lokale energie-, circulaire en klimaatinitiatieven, uitvoeringscapaciteit bij gemeenten, klimaatadaptatie in elk beleid, inbedden van voorwaarden voor circulair bouwen in beleid en het slim koppelen van al deze opgaven in gebiedsontwikkeling.

Klimaatadaptatie heeft impuls nodig

Maatregelen voor klimaatadaptatie lijken nauwelijks prioriteit te hebben. Dat terwijl ons land steeds vaker wordt geconfronteerd met weersextremen en er dringend ruimte nodig is voor waterberging, vergroening en klimaatbestendige infrastructuur. Verschillende analyses laten zien dat de economische schade van droogte inmiddels mogelijk al miljarden euro’s per jaar bedraagt in onder meer landbouw, binnenvaart logistieke ketens, natuur en funderingen. De droogte van 2018 veroorzaakte in Nederland naar schatting tussen de €450 miljoen en €2,1 miljard economische schade (Ecorys, 2019). Ook de extreem droge zomer van 2022 leidde tot aanzienlijke – deels blijvende – maatschappelijke schade (Deltares, 2024). 1 Klimaatadaptatie is steeds meer een randvoorwaarde voor toekomstige economische ontwikkeling, wonen, werk en gezondheid. Daarom had een duidelijkere financiële impuls voor klimaatbestendige steden en gebieden voor de hand gelegen.

Systeemverandering is voorwaarde

Een vergelijkbare observatie geldt voor de circulaire economie. De Miljoenennota benadrukt het belang van economische groei, innovatie en investeringen, maar bevat geen zichtbare versnelling voor bijvoorbeeld circulair bouwen, hergebruik van materialen of de ontwikkeling van circulaire ketens. Grondstoffen worden steeds schaarser en circulaire bouw kan de doelen voor CO2-reductie dichterbij brengen. Dit is het moment om economische ontwikkeling en duurzaamheid sterker met elkaar te verbinden. Juist nu er behoefte is aan ontwikkeling waarin energie, woningbouw, klimaatadaptatie en circulaire economie samenkomen, worden eerdere gebiedsinvesteringen verlaagd, terwijl een integrale, duurzame transitie vraagt om een samenhangende aanpak.

Ondersteun gemeenten en regio’s

Behalve financiering en ruimtelijke keuzes is er bestuurlijke verandering nodig. Het Rijk moet richting geven, prioriteiten stellen, belemmeringen wegnemen en faciliteren. Gemeenten en provincies vertalen die keuzes vervolgens naar concrete gebiedsontwikkelingen, projecten en maatschappelijke afwegingen. De centrale vraag voor de komende jaren is of het lukt om investeringen te richten op de lokale initiatieven, om zo doorbraken te bereiken en op te schalen. Daar is een visie voor nodig met een fundamenteel andere aanpak waarin energie-infrastructuur, klimaatbestendigheid en circulair ruimtegebruik aansluiten op ontwikkelingen van onderop in steden en regio’s. Als we de kracht van lokale initiatieven, bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties benutten, kunnen we veel meer bereiken.

In een werkelijkheid waarin ruimte, middelen en capaciteit steeds schaarser worden, hebben we niet nog meer technische oplossingen nodig, maar systeemverandering. Het kabinet investeert in een sterkere energie-infrastructuur, maar de duurzame transitie vraagt om meer. Schaarste dwingt tot keuzes over ruimte, netcapaciteit en klimaatbestendigheid, én tot beleid dat deze opgaven in samenhang en met maatschappelijke partijen aanpakt.

Contact

Elske Wits 06 29 38 93 43

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan