Brede welvaart: handvat voor dialoog
Voor de toepassing van brede welvaart is geen eenduidig kader, maar ga er vooral mee aan de slag. Lessen uit drie praktijkvoorbeelden.
Kleine, regionale kernen staan voor uiteenlopende, vaak onderling verbonden uitdagingen, zoals de kwaliteit van de leefomgeving, woningmarkt, energietransitie, verduurzaming en sociale samenhang. Het aantal vraagstukken groeit en dat vergroot – mede door de onderlinge samenhang – de complexiteit. Vaak missen kleine kernen de (financiële) middelen en uitvoeringskracht die steden wél hebben om vraagstukken integraal aan te pakken. Het prioriteren en het afwegen van keuzes is dus noodzakelijk. Immers: niet alles kan, en niet alles kan tegelijk.
Tijdens ons webinar ‘Sturen op brede welvaart in kleine kernen’ De link naar de opname van dit webinar vind je onderaan dit artikel. 1 zoomden we in op de praktijk in Zeeuwse kernen. Vooruitlopend op dit webinar ontwikkelde Platform31, samen met de Zeeuwse Vereniging van Kleine Kernen (ZVKK) en HZ Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving, vier praktische stappen, met brede welvaart als doe- en denkkader Binnen dit artikel en de beschreven stappen gaan we uit van de definitie van brede welvaart van het CBS. 2 Deze aanpak is geïnspireerd op de tien stappen uit het document ‘Aan de slag met brede welvaart als gemeente’ (VNG, Platform31, Tilburg University en het PON & Telos), maar richt zich niet op gemeentelijk beleid. Ze is bedoeld voor kleine (dorps)kernen en biedt concrete handelingsperspectieven. 3 . Die vier stappen – die centraal staan in dit artikel – zijn ontwikkeld met de rol van dorpsraden in het achterhoofd, omdat zij een cruciale schakel vormen tussen inwoners, overheid en maatschappelijke partners Dorpsraden vervullen in veel kleine kernen een verbindende rol: tussen inwoners onderling, tussen inwoners en overheid, en tussen inwoners en maatschappelijke partners. Ze signaleren lokale opgaven, agenderen wat in het dorp speelt en nemen of ondersteunen initiatieven rond leefbaarheid, voorzieningen en sociale samenhang. 4 . Om de aanpak optimaal af te stemmen op de praktijk vroegen we vooraf meerdere Zeeuwse dorpsraden naar hun ervaringen en uitdagingen. De inhoud van het webinar, waarvan de opname onderaan dit artikel te vinden is, is ook relevant voor kleine kernen buiten Zeeland.
In dit artikel laten we in vier praktische stappen zien hoe je kunt sturen op brede welvaart in kleine kernen en daarbij weloverwogen keuzes maakt.
De eerste stap draait om bewustwording: er is veel waardevolle data over lokale brede welvaart beschikbaar, en deze data vormt een stevige basis voor een gestructureerd gesprek.
Het CBS biedt gemeentelijke data via de Regionale monitor brede welvaart voor alle Nederlandse gemeenten. Toch verdient het de voorkeur om lokale bronnen te gebruiken, zoals plaatselijke rekenkameronderzoeken of publicaties van provincies en regionale planbureaus. Deze bronnen gaan vaak gedetailleerder in op de situatie op wijk- of dorpsniveau, en besteden expliciet aandacht aan lokaal relevante thema’s.
Voor Zeeuwse kernen is er bijvoorbeeld het dashboard ‘Brede welvaart in de Zeeuwse gemeenten’ van HZ Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving. Dit dient als een ‘thermometer’ voor lokale brede welvaart in gemeenten én wijken.
Andere voorbeelden van lokale informatiebronnen:
Breng – aan de hand van stap 1 – in kaart hoe jouw (dorps-)kern scoort op brede welvaart-aspecten en vergelijk dit met omliggende kernen en gemeenten. Combineer dit met de lokale beleving: welke thema’s vinden bewoners en lokale ondernemers belangrijk? En bespreek welke vraagstukken wel of niet passen bij de rol van de dorpsraad.
Vragen die helpen om samen het gesprek te voeren:
Verbind lokale vraagstukken of ambities met de thema’s van een bestaand brede welvaartsmodel. Gebruik bij voorkeur jouw lokale model (uit je lokale gegevensbron).
Veel lokaal gebruikte modellen zijn gebaseerd op het CBS-model, dat acht thema’s onderscheidt in het ‘brede welvaartswiel’ (zie figuur 2). Lokale varianten voegen vaak gebiedsspecifieke accenten toe en kunnen hiervan afwijken.
Bepaal per vraagstuk of ambitie aan welk(e) thema(’s) uit het gekozen brede welvaartsmodel het bijdraagt. Schat vervolgens in welke gevolgen dit kan hebben voor andere thema’s. Ontstaat er mogelijk een ‘uitruil’, waarbij verbetering op het ene thema juist verslechtering op een ander veroorzaakt?
Vragen die helpen om samen het gesprek te voeren:
Bepaal wat de uitkomsten van stappen 1 tot en met 3 betekenen voor de noodzaak en impact van bepaalde vraagstukken of ambities. Waar is verbetering wenselijk, volgens zowel de data als de lokale wensen? Welke gewenste of ongewenste (neven-)effecten kunnen optreden? En waarmee kun je het verschil maken?
Kijk daarbij niet alleen naar het ‘hier en nu’, maar ook naar ‘later’ (toekomst) en ‘elders’ (andere dorpen/gemeenten in de regio). Dit helpt om het gesprek te voeren over de toekomst van het dorp én de regio.
Kijk ook naar wat omliggende dorpen bieden. Bijvoorbeeld: jouw dorp heeft veel groenvoorzieningen, een naburig dorp veel recreatie. Moet je dan inzetten op meer recreatie in het groene dorp, of kun je juist samenwerken en elkaars sterke punten benutten? Door elkaar aan te vullen in plaats van elkaar te ‘beconcurreren’ creëer je gezamenlijk meerwaarde voor de regio.
Vragen die helpen om samen het gesprek te voeren:
Voer het gesprek over brede welvaart binnen je dorpsraad aan de hand van de vragen bij stappen 2 tot en met 4, en maak vervolgens gerichte, goed onderbouwde keuzes. Kies bijvoorbeeld om enkele relevante vraagstukken actief op te pakken en andere voorlopig te laten rusten, omdat ze minder urgent zijn of beter op gemeentelijk of regionaal niveau passen. Richt de aandacht vooral op die brede welvaart-thema’s waarop je het meeste verschil kunt maken.
Brede welvaart hoeft geen abstract begrip te blijven. Maak het concreet door ermee aan de slag te gaan en maak daarbij gebruik van de beschikbare lokale data. Volg de vier praktische stappen als leidraad en start het gesprek hierover binnen jouw dorpsraad of –kern. Dan krijgt het begrip écht betekenis en kun je keuzes maken die het verschil maken: voor nu, voor later en voor de regio.
De toelichting op de vier stappen start bij minuut 47.