Download

pdf, 1 MB

×

Download bestand

Sturen op het eigen vermogen; het perspectief van woningcorporaties

Dit essay bevat een verkenning naar de betekenis van het eigen vermogen voor woningcorporaties. In het bijzonder gaat het om het belang van het eigen vermogen en de wijze waarop de woningcorporatie kan sturen op de gewenste ontwikkeling van het eigen vermogen.

Steeds vaker realiseren woningcorporaties projecten met een te laag of soms zelfs negatief rendement. Dat is mogelijk omdat het rendement op de totale portefeuille nog voldoende buffer biedt. Dit is in de sector zichtbaar door een dalend eigen vermogen bij de meeste woningcorporaties. Het is echter de vraag hoe lang dat door kan gaan. Een verschuiving van de financiele sturing op projectniveau richting portefeuilleniveau en zicht op het gewenste rendement dat nodig is om de toekomstige maatschappelijke opgaven te realiseren, is noodzakelijk om een duurzaam bedrijfsmodel te realiseren. Het huidige financiele sturingsintrumentarium sluit hierbij echter onvoldoende aan.

Het Aw en het WSW beoordelen de financiële continuïteit van woningcorporaties op basis van vier financiële ratio’s (ICR, LTV, solvabiliteit en dekkingsratio). Dit zijn ratio’s op het gebied van liquiditeit, vermogen en onderpand waarmee het financieel risico van individuele corporaties en de sector als geheel wordt getoetst. In het gezamenlijk beoordelingskader van WSW en Aw wordt geen informatie gevraagd over het rendement op eigen vermogen en de verwachte ontwikkelingen hierin. Ook het huidige waardebegrip – de beleidswaarde – maakt sturen op rendement op vermogen lastig.

Platform31 organiseerde in 2020 een expertmeeting over dit thema. Als vervolg daarop verkent Johan Conijn in dit essay welke eisen een duurzaam bedrijfsmodel stelt aan de omvang en de ontwikkeling van het eigen vermogen.

cover-sturen-op-het-eigen-vermogen-het-perspectief-van-woningcorporaties

Blog

Lees de blog Sturen op eigen vermogen: nut, noodzaak en (on)mogelijkheid, waarin Rob van den Broeke, bestuurder van Rijswijk Wonen, reageert op de uitkomsten van dit rapport.