Intensieve samenwerking rond gezamenlijke opgave huisvesting kwetsbare doelgroepen

Interview met Marleen Hin en Pascal Budding, gemeente Utrecht

Steeds meer mensen uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang gaan zelfstandig in de wijk wonen. Vanwege een laag inkomen komen zij snel terecht in relatief kwetsbare wijken. In Utrecht werken de gemeente, woningcorporaties en zorgaanbieders samen om deze ongunstige ontwikkeling tegen te gaan. Over de gehanteerde aanpak spreken we met Marleen Hin (projectleider Wonen en Zorg) en Pascal Budding (projectleider maatschappelijke opvang en beschermd wonen) van de gemeente Utrecht.

“In 2019 is in afstemming met woningcorporaties en zorgaanbieders het Plan van Aanpak Huisvesting en ondersteuning kwetsbare doelgroepen opgesteld”, aldus Pascal Budding. “Eén van de voornaamste speerpunten van het plan is het versnellen van de uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Er is een inhaalslag nodig.” Concreet zijn er in de gemeente Utrecht jaarlijks minimaal 385 woningen nodig om kwetsbare personen te kunnen huisvesten. Om dit aantal te kunnen halen, zijn in het plan van aanpak ongeveer 30 afspraken opgenomen, bijvoorbeeld over de toewijzing van woningen, beschikbaarheid van begeleiding en het realiseren van draagvlak op verschillende niveaus.

Samen leren

Een uitvoeringsteam van de gemeente Utrecht, woningcorporaties en zorgaanbieders monitort de voortgang. Dit team bespreekt eventuele knelpunten in de uitvoering en werkt gezamenlijk aan mogelijke oplossingen. Pascal Budding: “Het verhuurproces bij corporaties is vrij ingenieus. Je bent in principe afhankelijk van de manier waarop dit bij een corporatie is georganiseerd en welke kennis er is over de doelgroep en over eventuele risico’s. Als het een complex verhaal is, kan het op de moeten-we-nog-uitzoeken-stapel belanden. Met het uitvoeringsteam hebben we een overleg waarbij we kijken wat nodig is, wat we moeten doen voor eenduidigheid en versimpeling. Wat is nodig om te verbeteren en te versnellen?”

Monitoren

Onderdeel van het plan van aanpak is het beschikbaar stellen van voldoende woningen. Afhankelijk van het aantal woningen van de verschillende corporaties, zijn de jaarlijks benodigde woningen over de woningcorporaties verdeeld. Deze aantallen zijn in de prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporaties opgenomen. Via een maandelijkse monitor wordt de voortgang bewaakt. Marleen Hin: “Zowel voor Utrecht als voor regiogemeenten is dit een belangrijk objectiverend instrument: Waar staan we? We hanteren niet meer allemaal verschillende lijstjes, maar een gezamenlijk instrument. Dit zijn de cijfers per gemeente en per corporatie. Het is transparant en alle partijen kunnen zien: ben ik op stoom of loop ik achter? Het koppelen van dit instrument aan prestatieafspraken en het op deze manier op uitvoeringsniveau inzichtelijk maken of partijen hun afspraken nakomen werkt erg goed. Niemand kan meer wegduiken.”

Woningen toewijzen

Ook het toewijzen van corporatiewoningen maakt onderdeel uit van het plan van aanpak. Marleen Hin: “De oude manier van werken was dat Het Vierde Huis, onderdeel van WoningNet, het schakelpunt was. Zij hadden de opdracht om corporaties te benaderen: Heb je een woning voor deze cliënt? De corporaties zagen de meeste woningen als niet geschikt voor uitstromers. Daarin hebben de 5 corporaties in de stad Utrecht echter een omslag gemaakt. Uitgangspunt bij corporaties is nu dat iedere woning voor hen geschikt kan zijn, tenzij er echt argumenten zijn waardoor dit niet kan. Ook hebben we in augustus vorig jaar het proces veranderd. Corporaties moeten nu actief woningen aanbieden aan Het Vierde Huis. Het Vierde Huis hoeft daardoor niet meer te leuren met een kandidaat. Het proces is daardoor efficiënter geworden.”

Het Vierde Huis matcht de aangeboden woningen met de mensen die op de wachtlijst staan. Marleen Hin: “Het Vierde Huis geeft drie cliënten door op één woning en de corporatie kan vervolgens zeggen welke cliënt het meest geschikt is. Hierbij baseert de woningcorporatie zich onder andere op een gestandaardiseerd aanmeldformulier van Beter Wonen die zorgaanbieders samen met hun cliënt invullen als ze iemand aanmelden voor een woning. Welke zorg heeft iemand bijvoorbeeld nodig? Kampt iemand met een verslaving, waardoor bijvoorbeeld een drankwinkel om de hoek vermeden moet worden? Is een prikkelarme woning aan te raden? Zowel voor de zorgorganisatie als voor de corporatie voldoet deze lijst, onder andere omdat ze het formulier gezamenlijk ontwikkeld en aangescherpt hebben door gebruik in de praktijk.”

Contract

In het uitvoeringsteam wordt ook gesproken over de verschillende huurcontracten die aan uitstromers uit beschermd wonen en opvang worden geboden. Pascal Budding: “De voorkeur van de corporatie gaat vaak uit naar een huurcontract waarin diverse aanvullende afspraken zijn opgenomen. Ze willen risico’s afdichten. Soms gaat het heel ver, bijvoorbeeld dat iemand geen kaarsen in huis mag branden. We proberen meer eenheid in de contracten te brengen, zodat er niet per individuele huurder aanvullende afspraken worden gemaakt. In ieder geval is de lijn van de gemeente Utrecht dat als iemand uitstroomt, deze persoon in principe een ‘omklapcontract’ krijgt. De zorgaanbieder huurt van de woningcorporatie en de cliënt neemt na enige periode, als hij daaraan toe is, zelfstandig de huur over. Het perspectief is dus dat iemand (uiteindelijk) zelfstandig woont.”

Leefbaarheid als gezamenlijke opgave

Een belangrijk aspect bij het toewijzen van woningen is dat betaalbare woningen voor deze doelgroep vooral vrijkomen in toch al kwetsbare wijken. Gezamenlijk zoeken de gemeente, corporaties en zorgaanbieders naar oplossingen hiervoor. Pascal Budding: “Als gemeente staan wij, samen met de woningcorporaties, voor gemengde wijken en achter het leefbaarheidsargument. Maar hoe doe je dit in de praktijk? We willen corporaties de ruimte geven om daarin een afweging te maken. Bovendien voelen de zorgaanbieders ook de druk om leefbaarheid in de wijken goed te houden. Het belangrijkste is om te doen wat nodig is. Daarom geven we de zorgorganisaties ook zoveel mogelijk ruimte om op- en af te schalen binnen de financiële middelen (lumpsumbedrag en vierkantfinanciering) die ze van de gemeente krijgen. Het zorgproduct Beschermd Thuis is toegevoegd.”

Bij de huisvesting van kwetsbare groepen in Utrecht wordt steeds vaker ingezet op gemengd wonen. Marleen Hin: “Gemengd wonen biedt een wijze van bescherming en begeleiding die door veel uitstromers als prettig wordt ervaren. In Utrecht zijn al veel goedlopende gemengd wonen-projecten, bijvoorbeeld Place2BU en Majella Wonen. Hier willen we op blijven inzetten om zo meer volume te genereren. Zo wordt in de Carthesiusdriehoek (naar verwachting klaar in 2028) Blue District opgezet, een nieuw woonproject, waarin inclusiviteit centraal staat: 170 van de 500 sociale huurwoningen zijn bestemd voor uitstroom uit maatschappelijke opvang. Met deze nieuwe, meer structurele projecten zien we ook nieuwe uitdagingen. Hoe kun je bijvoorbeeld gemotiveerde huurders werven die als goede buur willen bijdragen aan de woongemeenschap én rechtdoen aan de huisvestingsverordening?”

Pascal Budding: “Vraagstukken zijn er ook rondom het sociaal beheer, een belangrijke pijler van het gemengd wonen. Bij gemengd wonen weten partijen elkaar vaak vroegtijdig te vinden. Maar welke kansen liggen er in het samenspel van corporaties en zorgorganisaties? Je wilt voorkomen dat als er onrust is, de gemeente gevraagd wordt om extra inzet. Het zou mooi zijn om als we dit soort leefbaarheidsvraagstukken aan de voorkant slim kunnen regelen.”

Vaarwater

Het plan van aanpak heeft niet alleen voor duidelijke (samenwerkings)afspraken gezorgd, maar heeft ook invloed op de sfeer waarin wordt samengewerkt. Marleen Hin: “De communicatie tussen de verschillende partijen is veel beter geworden en men vindt elkaar inmiddels. Dit is één van de bijeffecten van het opstellen van het plan. We zijn in een nieuw vaarwater terechtgekomen waarbij dingen meer vanzelf gaan en we voorbij organisatiebelangen leren denken en werken aan onze gezamenlijke opgave.”

Experiment zoekt goede voorbeelden

De gemeente Utrecht neemt samen met zorgorganisatie Lister en woningcorporatie Bo-ex deel aan het experiment Weer Thuis. Elk vanuit hun eigen betrokkenheid brengen zij kennis in over bijvoorbeeld gemengd wonen, wijkgericht werken en destigmatisering. Binnen het experiment zijn de partijen aan de slag om een beschermd wonen-locatie te transformeren naar een gemengd wonen complex. Heeft u een goed voorbeeld op dit vlak, neem dan contact op met: