Corona biedt nieuwe kansen voor de arbeidsmarkt

Interview met Frank Cörvers, Maastricht University

Nederland heeft te maken met een steeds groter wordende krapte op de arbeidsmarkt. Die krapte uit zich in kwantitatieve, kwalitatieve en regionale mismatches. Corona heeft die problemen nog uitvergroot. Platform31 sprak met Frank Cörvers over hoe die mismatches ontstaan en wat de overheid, het onderwijsveld en het bedrijfsleven eraan kunnen doen. Frank is onder andere hoogleraar aan Maastricht University en programmaleider bij het ROA, het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt.

De kranten staan vol van het toenemende aantal vacatures en oplopende personeelstekorten. Wat is volgens jou een goede maatstaf om krapte op de arbeidsmarkt weer te geven?

Er is niet één maatstaf om de krapte op de arbeidsmarkt weer te geven. We hebben te maken met personeelstekorten, vacatures en externe schokken. Die begrippen kunnen op verschillende manieren worden gedefinieerd. Als we bijvoorbeeld kijken naar personeelstekorten, kan er in het neoklassieke economische model nooit een tekort (of overschot) zijn als het loon (of de prijs) goed is vastgesteld. Het is een evenwicht, maar dat evenwicht bereiken kan lang duren. Het uitgangspunt is dat er verschillende schokken zijn die de disbalans kunnen veroorzaken, zoals technologische ontwikkelingen, maar ook corona.

We hebben voor het eerst meer vacatures dan werklozen, de krapte is heel groot. Onderliggend aan die krapte speelt een discussie; hoe meet je een vacature? Vacatures ontstaan door dynamiek op de arbeidsmarkt en soms kan één opengevallen plaats leiden tot tien vacatures die allemaal meetellen in het totaal aantal vacatures. Dat maakt dat het lastig is om uit de cijfers af te leiden wat er aan de hand is en waar je op in moet zetten om die tekorten te verhelpen. Er kunnen ook kwalitatieve tekorten zijn en mensen kunnen bijvoorbeeld ook uitvallen door stress, wat een hoog ziekteverzuim tot gevolg heeft.

Kortom, er is niet één maatstaf. Daarom moeten we naar meerdere indicatoren kijken: lonen, spanningsindicatoren en mobiliteit (in- en uitstroom). We moeten goed analyseren op basis van cijfers, in combinatie met kwalitatief onderzoek. Het UWV heeft bijvoorbeeld een krapte indicator voor de actuele arbeidsmarktsituatie, het ROA gebruikt een andere spanningsindicator voor de toekomstige krapte. Door de combinatie van cijfers en kwalitatief onderzoek krijgen we een beter beeld van de spanning op de arbeidsmarkt dan op basis van alleen het aantal vacatures en werklozen.

Welke rol speelt de coronapandemie op de huidige spanning op de arbeidsmarkt?

Er was voor de crisis ook al krapte. Corona heeft het wel erger gemaakt. We hebben bijvoorbeeld veel mensen nodig in de zorg, daar heeft de horeca last van. Er zijn namelijk veel horecamensen overgestapt door de onzekerheid in hun eigen vakgebied, naar bijvoorbeeld de GGD. Veel bedrijven in de horeca hebben steun gekregen en konden daardoor blijven bestaan (ook de zwakkere bedrijven). Tegelijkertijd kwamen er ook weer nieuwe bedrijven in de horeca bij. Al deze bedrijven samen oefenen nog druk uit op de arbeidsmarkt, terwijl sommige bedrijven dus niet meer concurrerend zijn. Een andere factor die een rol speelt, is de beperkte internationale mobiliteit. We doen minder beroep op migranten, dat leidt ook tot problemen. Corona verergert de krapte, en tegelijkertijd verbloemt corona de structurele trends die er al waren. Het heeft dus twee gevolgen.

Wat zijn de oorzaken van die structurele problemen?

Er zijn veel oorzaken zoals de vergrijzing, technologische ontwikkelingen, maar ook de energietransitie. Er gaan momenteel veel ouderen met pensioen, en er zijn te weinig jongeren om ze te vervangen. Door de technologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld rond de energietransitie) zijn andere, specifieke competenties nodig. Tegelijkertijd worden nieuwe, generieke vaardigheden relatief belangrijker, zoals sociale en communicatieve vaardigheden. Al deze zaken spelen een rol in de veranderende vraag en daar moet het aanbod zich op aanpassen. Vaak wordt gezegd dat de veranderingen sneller dan vroeger gaan, maar daar twijfel ik over, dat moet nog blijken.

Regionaal zijn er ook mismatches. Zijn er bepaalde regio’s waar veel aan de hand is?

Elke regio heeft zo z’n eigen profiel en trots. Ik vind het lastig om te zeggen waar de uitdagingen het grootst zijn. Corona heeft laten zien dat de relatie tussen wonen en werken losser wordt. Veel beroepen kun je op afstand doen en dat gebeurt dan ook. Het is nog niet zeker of dit zal doorzetten. Er zijn voordelen voor zowel werknemers als werkgevers: het betekent vaak lagere kosten voor de werkgever en werknemer. Het biedt ruimte voor werknemers om in regio’s te gaan wonen waar de prijzen lager zijn en de woonomgeving prettiger is. Het meer op afstand werken (als gevolg van corona) zou dus goed kunnen uitpakken voor de perifere regio’s. Werknemers kunnen verder weg van het werk af wonen, maar ook werkgevers kunnen zich meer uitspreiden richting het noorden, oosten en zuiden, omdat het kantoor niet meer per se in de Randstad hoeft te zijn.

Wat kunnen de overheid, het onderwijs en het bedrijfsleven doen om mensen zo goed mogelijk op de arbeidsmarkt te laten starten?

Er moet goede informatie worden gegeven over de perspectieven op de arbeidsmarkt. Jongeren moeten zich realiseren waar ze terechtkomen, zodat ze een goed geïnformeerde keuze kunnen maken. Daar hebben jongeren het meest aan, maar op de lange termijn ook de arbeidsmarkt als geheel. Hier kunnen de overheid, het onderwijs en het bedrijfsleven allemaal een rol in vervullen. Bij het ROA is er onderzoek naar gedaan; het voorlichten en het geven van informatie blijkt effect te hebben. Het is wel een hele inspanning; bewustwording creëren kost tijd. Uiteindelijk zal die investering van tijd en geld zich terugbetalen door minder mismatches op regionaal, kwalitatief en kwantitatief vlak.

Wat verwacht je voor de arbeidsmarkt in Nederland de komende jaren?

Er komen een aantal grote opgaves aan; de vraag naar zorgpersoneel, het grote lerarentekort, de energietransitie en het herstel na corona. Ik kijk dat wel met vertrouwen tegemoet: mensen in Nederland zijn flexibel en intelligent. Het zal af en toe wel met piepen en kraken gaan en daar zullen we mensen, waaronder arbeidsmigranten, voor nodig hebben. Uiteindelijk ben ik positief dat we het evenwicht weer terug gaan vinden.