Buitenshuis-project: voor kinderen met ouders met psychische problemen of verslaving

Interview met Tessa van Doesum en Patricia Olthof

Nederland telt bijna zeshonderdduizend kinderen onder de 18 jaar met ouders met psychische problemen of een verslaving. Zij lopen een 2 tot 3 keer hoger risico op kindermishandeling dan kinderen met ouders zonder deze problemen. Ook hebben een zij 2 tot 4 maal grotere kans om zelf psychische problemen te ontwikkelen als depressie, angst, schizofrenie of borderline. In 2018 begonnen 10 gemeenten met een nieuwe vorm ondersteuning, het Buitenshuis-project. Dit voorziet in reguliere opvang van de kinderen in de eigen omgeving en sluit aan op wat de kinderen zelf het liefste willen: zo normaal mogelijk opgroeien. Tessa van Doesum, junior wetenschappelijk medewerker van het Trimbos-Instituut en Patricia Olthof, teamcoördinator Gezinsondersteuning van Humanitas, vertellen over dit project.

Door Lydia Sterrenberg

Het Buitenshuis project is er gekomen omdat inspanningen om mishandeling van kinderen en jeugdigen terug te dringen niet tot minder slachtoffers leidden volgens de Nationale Prevalentiestudie Kindermishandeling uit 2017. Tessa van Doesum: “Het Trimbos-Instituut en de landelijke coördinator ‘Kindcheck’ kwamen tot een nieuwe aanpak. Al snel waren Veilig Thuis (meldpunt huiselijk geweld), de volwassenen-GGZ, wijkteams en kinderopvang/bso’s betrokken bij het Buitenshuis-project. Eind 2018 hadden we 10 gemeenten die mee wilden doen.”

Minder stress door laagdrempelige opvang buitenshuis

“Met het Buitenshuis-project willen we de kans verlagen dat de kinderen vroeger of later zelf problemen ontwikkelen. We zetten in op minder stress bij de kinderen en meer rust en structuur in het gezin, want daar zijn kinderen mee geholpen”, aldus Van Doesum. “De gemeente betaalt twee jaar reguliere kinderopvang, buitenschoolse opvang (bso) of een buitenschoolse activiteit zoals een sportclub of huiswerkbegeleiding. Ook de coördinatie rondom de opvang wordt betaald door de gemeente.” “Die twee jaar zijn belangrijk, aldus Patricia Olthof, naast teamcoördinator ook ’linking-pin’ voor het Buitenshuis project in Almelo. “Voor de kinderen, want die kunnen twee jaar lang meer tijd doorbrengen buiten het gezin, in een gewone, ontspannen omgeving. Maar ook voor de ouders is zo’n periode fijn. Je ziet dat het helpt hun stress te verminderen; het geeft hen lucht en ruimte aan hun eigen problemen te werken, 6 of 9 maanden (wat vaak wordt aangehouden) is zelden genoeg is mijn ervaring.”


Olthof vertelt verder: “Mijn voornaamste taak als ‘linking-pin’, is om te zorgen voor een goede afstemming tussen de ouders, de kinderopvang, de gemeente en bijvoorbeeld het wijkteam of de GGZ. Dat is nodig want de hulpverleners van de ouders vergeten wel eens dat wat zij afspreken ook consequenties kan hebben voor (de opvang van) de kinderen. Zij hebben het misschien een periode moeilijker. En dan is het prettig dat de pedagogisch medewerkers hier rekening mee houden. Verder kunnen de ouders mij ook altijd inschakelen voor praktische zaken rond kinderopvang en soms hebben we een gesprekje over waar ze mee zitten of hoe het gaat. Maar ik probeer mijzelf zoveel mogelijk overbodig te maken en vooral de rechtstreekse contacten tussen de opvang en hulpverlening te stimuleren. Doen wat nodig is, niet meer en niet minder.’

Effect

Dit jaar bracht het Trimbos-instituut een verkenning uit van de kosten en baten. Daaruit blijkt dat de maatschappelijke businesscase positief is, met andere woorden: de maatschappelijke baten, omgerekend in euro’s, zijn groter dan de kosten. Olthof: “Wij volgen ook zelf wat de aanpak oplevert. Ook ons beeld is positief. Zo was er een moeder die niet aan therapie toekwam, omdat ze voor haar kindje moest zorgen. Nu kan dat wel. In een ander gezin waar mishandeling dreigde, is meer rust gekomen door de opvang van het kind, zeggen hulpverleners. Ook was er een gezin met een kind dat op de lijst stond voor een tijdelijk pleeggezin, maar waarin het kind toch thuis kon blijven. Dat zijn cases waarin leed is afgenomen en die hoogstwaarschijnlijk ook besparingen hebben opgeleverd.”

Borgen

Olthof: “De gemeente heeft voor het huidige Buitenshuis-project in Almelo geld vrijgemaakt voor zeven gezinnen. Deze werden bij de start door de wijkcoaches geselecteerd. Maar er waren veel meer aanmeldingen. Gezien de goede resultaten, zijn wij nu al aan het nadenken over het borgen en uitbouwen van het project. De gemeente kan daar bijvoorbeeld gelden die gekoppeld zijn aan een sociaal-medische indicatie (SMI) voor inzetten. De gemeente gebruikt die gelden nu voor kortdurende ondersteuning , maar eigenlijk verspillen we daarmee geld, als het gaat om deze doelgroep. De ambitie van de transformatie is doen wat nodig is. En ook: meer normaliseren. Dat doen we met deze aanpak. Dus we gaan zeker de wethouder proberen te overtuigen van de meerwaarde om het Buitenshuis-project als structurele voorziening in te zetten.”

Meer informatie

Dit artikel is geschreven in het kader van het experiment Weer Thuis. In dit experiment analyseren we welk wijkarrangement nodig is voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Welke bouwstenen dienen onderdeel te zijn van een wijkarrangement en hoe geef je daar invulling aan? De interventies van het Buitenshuis-project zien we als bijdrage aan preventie en het stabiliseren van psychische problematiek.