Stigmatiserende vooroordelen kan je uit de Leefbaarometer halen, maar niet zo makkelijk uit de mens

De Leefbaarometer 3.0 is deze maand gelanceerd en de controversiële randjes zijn flink bijgevijld. Voor degenen die nieuw zijn in ‘leefbaarheidland’: de Leefbaarometer is een landelijk monitoringsinstrument dat voor wijken en buurten in Nederland laat zien hoe de situatie van de leefbaarheid is en hoe deze zich ontwikkelt. Handig!

De afgelopen jaren is er weer vlijtig gesleuteld aan het instrument. Een belangrijke wijziging ten opzichte van de 2.0-versie is dat het ‘aandeel niet-westerse herkomstgroepen’ als belangrijke indicator voor (of eerder tegen) leefbaarheid in wijken uit het instrument is gehaald. En ook alle andere indicatoren die wijzen op huishoudens met een niet-Nederlandse achtergrond zijn rigoureus verwijderd.

Deze stap zat er al een tijdje aan te komen. Vanuit de wetenschap, politiek en ook bewonersorganisaties werd het veelgebruikte instrument al jaren bekritiseerd. De kern van de kritiek was: het instrument zou bijdragen aan stigmatisering van specifieke bevolkingsgroepen. Deze kritiek kreeg de wind in de zeilen tijdens de toeslagenaffaire toen bleek dat de Belastingdienst in haar risicosysteem de dubbele nationaliteit bleek te registreren als indicator voor mogelijke fraude. Au!

De opdrachtgever – het ministerie van BZK – en de makers van de Leefbaarometer hebben de kritiek ter harte genomen en komen nu dus met een opgeschoonde versie. Een goede ontwikkeling, toch? We vragen van onze systemen en algoritmes dat ze zo objectief mogelijk worden opgebouwd, en dus ook zonder ‘aanzien des persoons’. Logisch.

Maar geldt dit ook voor een monitorinstrument dat onder andere menselijke gevoelens, voorkeuren en keuzes probeert te vangen? Voor de gebruiker van de Leefbaarometer staat er eigenlijk maar één vraag centraal: hoe gaat het met mijn wijk en hoe zal deze zich de komende jaren ontwikkelen? Dit heeft niet alleen te maken met objectieve cijfertjes zoals overlastgegevens, bouwstijlen en het voorzieningenniveau in de wijk. Leefbaarheid van een wijk hangt voor een belangrijk deel af van gevoelens en oordelen van haar bewoners. En ook in de nieuwe Leefbaarometer blijft daarom aandacht voor diverse belevingscijfers (hoe ervaart u … in uw wijk?). Er zijn echter ook minder fraaie gevoelens en oordelen van bewoners belangrijk voor de ontwikkeling van de leefbaarheid.

Al meer dan honderd jaar doet men onderzoek naar buurtverval, oftewel naar de vraag: waarom neigen bepaalde wijken af te glijden, terwijl andere stabiel blijven of zelfs verbeteren? Veel theorieën van buurtverval zien ‘verhuisgeneigdheid’ en ‘selectieve migratie’ als belangrijke schakels. Verhuisgeneigdheid wordt sterk bepaald door de ‘buurtbinding’ van bewoners, oftewel: in hoeverre voel ik mij hier thuis? En selectieve migratie wordt vervolgens bepaald door de keuzemogelijkheden die huishoudens hebben om zich elders te vestigen. Samengevat werkt het mechanisme van selectieve migratie vaak zo: een huishouden voelt zich om bepaalde redenen minder thuis in de buurt en wil verhuizen. Als dat huishouden een plek vindt die beter past (bij de voorkeuren en mogelijkheden), vertrekt men. De leeggekomen woning wordt ingenomen door een nieuwe bewoner met andere eigenschappen. Deze ontwikkeling kan weer de buurtbinding aantasten van andere bewoners, die wellicht ook willen verhuizen. Et cetera.

Stigmatiserende vooroordelen over nieuwe bewoners die in de wijk komen wonen hebben invloed op de buurtbinding, vervolgens op de verhuisgeneigdheid en uiteindelijk op de verhuisbewegingen uit een wijk. Nogmaals: dit wordt al ongeveer een eeuw onderzocht. Deze vooroordelen bestaan in de hoofden van bewoners, zijn niet objectief te noemen en misschien zelfs ronduit racistisch, maar hebben grote gevolgen voor buurtverval, leefbaarheid en veiligheid.

Natuurlijk is het een goede zaak dat het Rijk de radicale keuze maakt om al zijn stigmatiserende beleid te stoppen en ook de instrumenten waar dit beleid op is gebaseerd goed tegen het licht houdt. Aan de andere kant moeten we wel oog houden voor de minder fraaie gevoelens die bij bewoners spelen, anders slaan we de plank ook mis. Misschien volstaat het om buurtbinding te meten zonder naar de achterliggende motieven te vragen. Dat is waar de nieuwe Leefbaarometer voor kiest. De wereld verandert immers snel en kwetsbare wijken worden steeds ingewikkelder. Nu kunnen ook het gehalte studenten, hipsters of mensen met verward gedrag – mét of zonder Nederlandse achtergrond – invloed hebben op de thuisgevoelens van bewoners.