Opeenstapeling van crises verhardt de strijd om de ruimte

Twee jaar geleden moest ik op de bedelstaf bij vrienden in de buurt voor een rolletje wc-papier. De paniekreactie na de eerste coronauitbraak had ik iets te laat door. Een jaar later zorgde een dwarsliggend schip in het Suezkanaal voor lege schappen bij bouwmarkten en woonboulevards. En vorige week kon ik geen zonnebloemolie kopen, een direct gevolg van de oorlog in Oekraïne. Dergelijke voorbeelden illustreren de kwetsbaarheid en onvoorspelbaarheid van internationale productieketens. Dit zijn geen toevallige incidenten. De veerkracht van onze economie wordt de komende jaren op de proef gesteld.

Hoewel de coronacrisis en de Oekraïne-crisis weinig met elkaar gemeen lijken te hebben, zijn de ruimtelijk-economische consequenties ervan niet los van elkaar te zien. Voor de klimaatcrisis geldt precies hetzelfde. Het wereldwijde tekort aan computerchips ontstond namelijk deels doordat belangrijke chipfabrikanten in Texas en Taiwan te lijden hadden onder extreme weers- en klimatologische omstandigheden. Afgaande op het alarmerende IPCC-rapport van maandag 4 april, zal dit alleen maar vaker voor gaan komen.

We zullen ons dus schrap moeten gaan zetten voor wat komen gaat, maar hebben vooral geen tijd te verliezen. We moeten anticiperen en onze economie weerbaar maken voor een nieuwe geo-economische realiteit. De ongebreidelde mondialisering is abrupt een halt toegeroepen. Ging het decennialang alleen maar over het outsourcen van productieprocessen, inmiddels komt de noodzaak tot reshoring steeds hoger op de agenda te staan. We ontkomen er niet aan om de ketens te verkorten. Hiervoor moet een deel van de maakindustrie terug naar Europa én naar Nederland. En dit alles dan ook liefst nog eens zo fossielvrij en circulair mogelijk. De ruimtevraag van deze ‘nieuwe economie’ mag niet worden onderschat.

Tegelijkertijd moeten er ook nog honderdduizenden woningen worden bijgebouwd, moet de stikstofuitstoot worden gereduceerd en moeten we rekening houden met de toekomstige gevolgen van zeespiegelstijging. En de ruimte in Nederland is al zo beperkt. De ‘strijd om de ruimte’ is, met andere woorden, in alle hevigheid losgebarsten. Om de verschillende crises en transities het hoofd te bieden en tegelijkertijd de brede welvaart van alle inwoners te bevorderen, zal Nederland aangrijpend op de schop moeten. Hiervoor is in de eerste plaats een planologie van de lange termijn nodig: wat kan waar en wat kan waar niet? Niet alles kan overal, zoals het rapport van het Adviescollege Stikstofproblematiek uit 2020 al terecht aangaf.

De ‘wie’ en ‘hoe’ vragen zijn minstens zo belangrijk. Het in november 2021 verschenen RLI-rapport Geef richting, maak ruimte! biedt een aantal nuttige en interessante handvatten om integraal met ruimtelijke opgaven aan de slag te gaan. Hierin wordt onder meer gepleit voor meer rijksregie en voor regionale samenwerking. Dit vraagt om een rijksoverheid die responsief is en op basis van gelijkwaardigheid samenwerkt met decentrale overheden, ondernemers, inwoners en kennisinstellingen. Deze wisselwerking biedt perspectief: er moeten enerzijds ‘van bovenaf’ harde keuzes gemaakt worden. Anderzijds moeten overheden zich ‘van onderop’ eensgezind, wendbaar, flexibel en integraal opstellen om tot creatieve maatwerkoplossingen voor opgaven te komen.

We moeten ons in ieder geval heel goed realiseren dat niet alleen de woningopgave en de stikstofreductie urgente vraagstukken zijn in het ruimtelijke ordeningsdebat. In een snel veranderende wereld (en met een vergrijzende samenleving in een kwetsbare delta) moeten we er echt vaart achter zetten om onze economie toekomstbestendig te maken. Dit vergt harde keuzes over welke activiteiten daar wel en niet bij horen. Aftoetsen in welke mate economische activiteiten bijdragen aan brede welvaart en circulariteit vormt daarbij een goed vertrekpunt. De opeenstapeling van crises baart kopzorgen, maar biedt ook kansen: met een goed doordachte integrale visie en een realistisch plan van aanpak kan ons land er alleen maar mooier en gelukkiger op worden.

Meer lezen?

Nederland staat voor grote maatschappelijke opgaven rond wonen, klimaat, natuur en landbouw. Om deze opgaven het hoofd te bieden, moet Nederland de komende jaren ruimtelijk flink op de schop. De Raad voor de leefomgeving concludeert dat daarvoor meer regie van het Rijk en meer uitvoeringskracht bij provincies en gemeenten nodig is. Op het jaarcongres Stedelijke Transformatie vertelt Jeanet van Antwerpen, lid van de Raad voor de leefomgeving en regiodirecteur bij BPD, meer over het Rli-advies ‘Geef richting, maak ruimte’.