Minister, heb vertrouwen in de wooncoöperatie!

Het nieuwe kabinet beloofde bestuurlijke vernieuwing. Toch lijkt het op meerdere fronten ‘business as usual’. Zo gaat het in de discussie rondom de Nationaal Woon- en Bouwagenda, vooral over stenen stapelen – productie, aantallen, efficiëntie. Het gaat niet over de kwaliteit van de buurten en wijken, niet over de betrokkenheid van de (toekomstige) bewoners.
De samenleving laat een groeiende beweging zien van burgerinitiatieven: energiecoöperaties, zorgcoöperaties, bewonersbedrijven, collectieve woonvormen, broodfondsen, et cetera . Deze zijn niet top down door de overheid of door de markt bepaald, maar door de burger zelf.

Cooplink ziet een toenemend aantal wooninitiatieven die betaalbaarheid en kwaliteit voor de eerste én toekomstige bewoners waarborgen. Wooncoöperaties hebben een maatschappelijke meerwaarde, zoals zorg voor elkaar en de omgeving. Hun weg is nu nog zwaar. Procedures, toegang tot locaties en collectieve financiering vormen nu grote barrières.

Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. In de aanpak voor de komende jaren ontbreekt echter de Wooncoöperatie.
Cooplink vraagt de minister om vertrouwen in de wooncoöperatie. Niet alleen professionele partijen, maar juist ook de burgers zelf kunnen bijdragen aan de doelen van het Nationaal Woon- en Bouwagenda. Naast koop en huur is dit de derde weg in de volkshuisvesting.

Cooplink stimuleert kennisdeling, overlegt met initiatieven, financiers en beleidmakers en behartigt de belangen van wooncoöperaties. Vanuit deze expertise reikte Cooplink de Minister en de Tweede Kamer tien aanbevelingen aan om de weg voor de wooncoöperatie te vergemakkelijken:

  1. Locatie: Geef voorrang aan burgerinitiatieven (maatschappelijke meerwaarde) bij verkoop van gebouwen en locaties van het Rijksvastgoedbedrijf.
  2. Wetgeving: Versoepel de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financiering van Terrorisme (WWFT) zodat wooncoöperaties (en andere burgerinitiatieven) een rekening of lening bij de bank kunnen openen.
  3. Garantstelling: Draag bij aan een landelijk revolving fonds voor financiering van wooncoöperaties. Met een rijksbijdrage ad 30 procent willen banken en financiële instellingen de overige 70 procent voor hun rekening nemen.
  4. Overdrachtsbelasting: Verlaag het tarief voor wooncooperaties. Burgers die samen een wooncoöperatie vormen betalen nu 8 procent overdrachtsbelasting, waar andere burgers 2 procent afdragen.
  5. Waarderingsgrondslag: Laat beperkingen van het zakelijk recht meewegen in de waarde van bezit. Bij wooncoöperaties is zelden sprake van vrije verkoopwaarde.
  6. Vennootschapsbelasting (vpb): Wooncoöperaties hebben geen winstoogmerk, stel hen vrij van vennootschapsbelasting.
  7. Huurtoeslag: formuleer een heldere richtlijn hoe bewoners van een wooncoöperatie aanspraak kunnen maken op huurtoeslag.
  8. Burgerlijk Wetboek: Pas de definitie ‘wooncoöperatie’ aan, in het Wetboek is dat nog beperkt tot collectieven die vastgoed overnemen van woningcorporaties.
  9. Kaders voor lokaal beleid – Neem een landelijk streefpercentage op voor coöperatieve wooneenheden in de Nationale Omgevingsvisie. Dit vertaalt zich naar lokale ruimtelijke visies.
  10. Cooplink: Ondersteun deze netwerkorganisatie voor kennisdeling en belangenbehartiging, zo kunnen initiatieven goed geïnformeerd van start.

Trevor James, Cooplink

Meer over wooncoöperaties