De shocktest voor bewoners en gemeente

Een open en veerkrachtig programma in Bospolder-Tussendijken, Rotterdam

In tien jaar tijd de eerste veerkrachtige* wijk van Rotterdam worden: dat is de ambitie voor de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken (liefkozend ‘BoTu’ genoemd). En het is de bedoeling dat de gemeente en andere partijen dat samen met de bewoners van BoTu doen. Na drie jaar blijkt dat bewoners steeds vaker de leiding kunnen pakken in dit open programma.

Samenwerken met bewoners: ondanks de goede bedoelingen is de praktijk weerbarstig (zie ook Bewonersparticipatie en lokale democratie). Toch zien we in deze wijk, die de schijn al tegen heeft, dat er niet alleen met bewoners samengewerkt wordt, maar dat bewoners steeds vaker ook de leiding kunnen nemen. Hoe is dat zo gekomen?

Het programma ‘Veerkrachtig BoTu 2028’ is ontworpen als een open programma: iedereen die zich betrokken voelt en wil aansluiten is welkom. Daarom wordt er vooral bottom-up gewerkt met een ‘community building’-aanpak, waarin formele en informele sociale netwerken met elkaar verbonden worden, zodat bewoners hun collectieve kracht kunnen ervaren en benutten.

Dit open programma werd een jaar na de introductie aan de ultieme ‘shock test’ onderworpen: de coronacrisis brak los. Noodgedwongen moesten de gemeente, organisaties en bewoners op een andere manier met elkaar gaan samenwerken. Zouden de lokale initiatieven niet stilvallen? De periodieke monitor laat zien dat ook tijdens de crisis tientallen organisaties en initiatieven actief blijven in de buurt. Er zijn zelfs voorbeelden waarin lokale initiatieven een leidende rol nemen in de coronacrisis: ze lopen qua snelheid en doelgerichtheid voor op de respons van de gemeente. Tijdens de crisis bleken netwerken en verbindingen tussen formele partijen zoals de gemeente, en informele partijen, zoals bewoners en bewonersorganisaties dus van groot belang om op de crisis te reageren. Daar waar ‘community building’ aan het begin ‘slechts’ één van de onderdelen van het programma was, verwordt dat steeds meer tot de rode draad in alle onderdelen van het programma. Steeds meer beweegt het programma van ‘community development’ naar ‘community-led development’. Zeggenschap, betrokkenheid en eigenaarschap van en door bewoners staan daarbij voorop. Het programma is dus in beweging: het programma is daarmee een experiment op zichzelf.

Dit vraagt van de betrokken ambtenaren om flexibiliteit en het vermogen tot aanpassing van plannen. Dit aanpassingsvermogen zien we ook terug in de monitoring van het programma, waarin gewerkt wordt met meerdere interactieve tools, zoals een netwerkkaart gemaakt met GIS-data, die deelnemers in staat stellen real-time te kunnen reflecteren.
Kortom, een open programma om de veerkracht te verhogen, moet ook een veerkrachtig programma zijn dat kan omgaan met grote en kleine schokken, zoals een crisis en spanningen in de buurt. Het programma moet blijven leren en zich aanpassen: dat vraagt om verbinding tussen de formele partijen en de informele onderstroom van bewoners, initiatieven en organisaties. Veerkrachtige monitoring helpt daarbij.

  • Veerkracht staat voor ‘de mate waarin individuen, gemeenschappen of organisaties kunnen omgaan met veranderingen, schokken en spanningen’ en voor hun reactie, herstel, aanpassing of transformatie hierop (Monitor, p.34). Platform31 heeft in het verleden vaker gepubliceerd over veerkracht in de stedelijke omgeving.