Alle zevenvinkers in de wijkaanpak opgelet! Participatie is niet altijd het antwoord op inclusie

“Wat lijken jullie toch allemaal op elkaar”, verzuchtte een collega recent bij de koffieautomaat toen ze zich vergiste in mijn naam. Om eerlijk te zijn moet ik haar wel gelijk geven. Toen laatst de vierde nieuwe vrouwelijke collega met blond krullend haar kwam binnenlopen – jong, blank en hoogopgeleid – moest ik even grinniken. Probeer ons maar eens uit elkaar te houden als je als oudgediende voor het eerst sinds corona weer op kantoor komt werken. Maar ik moest ook denken aan een term die Joris Luyendijk onlangs introduceerde met zijn nieuwe boek: zevenvinkers. In een podcast van de Correspondent legt hij uit dat het niet alleen witte mannen zijn die het beleid maken, maar vooral witte, hoogopgeleide, hetero mannen met hoogopgeleide en/of welgestelde ouders die in Nederland geboren zijn. Logisch dat het beleid dat zij maken zo vaak niet aansluit bij en weinig prioriteit kent voor kwetsbare mensen die de meeste van deze kenmerken niet bezitten.

In de wijkaanpak benoemen we vaak dat we de bewoners van kwetsbare wijken een belangrijke en invloedrijke rol moeten bieden. Je wilt voorkomen dat buitenstaanders, met alle gevolgen van dien, wel even besluiten wat goed en wat niet goed is voor een wijk. Maar hoe die rol van bewoners er dan precies in de praktijk uit moet zien is minder duidelijk. Wat werkt en wat werkt niet? Hoe sla je de brug tussen bewoners en beleidsprofessionals? Hoe zorg je dat er recht wordt gedaan aan de waarden, ideeën en idealen van mensen, terwijl je deze zelf niet helemaal begrijpt, hoeveel participatie je ook organiseert? Maar ook: wanneer moet je juist daadkrachtige beleidskeuzes maken zonder de bewoners zelf direct te betrekken? Want urgente problemen vragen ook om moeilijke en harde besluiten die in een ingewikkeld participatieproces langzaam van de grond komen. Hoe zorgen we dat de wijkaanpak juist ook op die momenten bedacht wordt vanuit de schoenen van de bewoner? Misschien ligt het antwoord op een inclusieve wijkaanpak niet altijd bij de poging om zoveel mogelijk participatie te organiseren. Als participatie vooral georganiseerd wordt door zevenvinkers en programmabureaus, beleids-, advies- en kennisorganisaties die bestaan uit ‘dezelfde’ mensen, dan zal de weg naar beleid dat echt recht doet aan de situatie desalniettemin lang zijn.

Participatie mag dan wellicht niet op elk onderdeel van de wijkaanpak even wenselijk zijn, een diverse groep beleidsprofessionals die bestaat uit voldoende krachten met ervaringskennis (en dat hoeft niet per se uit de wijk zelf) is dat wel! Dus ben jij een zevenvinker die werkt aan de wijkaanpak? Kijk dan even om je heen. Zie je veel te veel mensen die op jou lijken? Dan wordt het misschien tijd daar verandering in aan te brengen. Luyendijk gaf als tip aan zevenvinkers op hoge posities: wees een sponsor voor niet-zevenvinkers. Het systeem was jouw sponsor, maar zal dat voor hen nooit zijn. Sta voor hen in en verbind je lot aan hen. Want alleen zo kunnen we echt rechtvaardige beleidskeuzes maken in de wijkaanpak. Een bijkomend voordeel: mijn collega’s zullen dan ook beter mijn naam kunnen onthouden!