Sociaal en fysiek verbinden is noodzaak voor ruimtelijk-maatschappelijke opgaven
Domeinoverstijgend werken moet je gericht organiseren, zoals met een burgerberaad of ontwikkeltafel. Ervaringen uit G40-steden.
De ruimte in Nederland staat onder druk en die druk neemt de komende jaren verder toe. De bevolking groeit en steeds meer mensen wonen alleen. Dus moeten we puzzelen met ruimte voor wonen, werken, ontmoeten en bewegen en voor transities: mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie en de energietransitie.
G40-steden zien dat domein-overstijgend programmeren onmisbaar is om de ontwikkeling van hun stad in goede banen te leiden. De kunst is om zowel sociale opgaven (zoals leefbaarheid, inclusie, gezondheid) als fysieke opgaven (zoals woningbouw, infrastructuur, groen) vroegtijdig mee te nemen in plannen en investeringen, zodat ze elkaar versterken. Niet alleen stenen stapelen, maar ook sociale kwaliteit borgen. Dit vraagt van gemeenten om op een andere manier samen te werken.
Het lijkt zo logisch, maar wat maakt dat veel gemeenten moeite hebben om de kloof tussen sociaal en fysiek te overbruggen? Gemeentelijke professionals die deelnemen aan de Community of Practice (CoP) Integrale verstedelijking zien een aantal obstakels.
Allereerst spreken de verschillende domeinen elk een eigen taal. “Wij planologen spreken over ruimtelijke inrichting en vragen om ‘vierkante meters’, maar zo denken collega’s uit andere domeinen niet van nature. Collega’s van sociaal domein zijn vaak met het ‘nu’ bezig, wij planologen met de stad van de toekomst over dertig tot vijftig jaar.” Wat niet betekent dat het sociale domein niet vooruitkijkt. Er zijn tal van rapporten die de relatie laten zien tussen een gezonde en prettige leefomgeving en welzijn en gezondheid, zoals de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) van het RIVM.
Andere obstakels zijn het ontbreken van een gezamenlijke visie en verkokerde aansturing. “We laten het sociaal domein vaak wel het voorstel zien, maar pas aan het eind van het proces. Er is (nog) niet altijd een gezamenlijke visie”. Ook fysieke afstand kan ook een rol spelen. “Bij onze gemeente werken de domeinen vanuit aparte gebouwen. Collega’s van het sociaal domein zitten op andere locaties, verspreid door de stad. En met welke collega’s moet je in gesprek? Het sociaal domein kent talloze subafdelingen, zoals sport en publieke gezondheid.”
Ook recent onderzoek van Platform31 https://www.platform31.nl/artikelen/sociaal-en-fysiek-verbinden-is-noodzaak-voor-ruimtelijk-maatschappelijke-opgaven 1 naar samenwerking tussen het fysieke en sociale domein signaleert obstakels. Gemeentelijke organisaties zijn veelal sectoraal ingericht, waardoor het sociaal en fysiek domein naast in plaats van met elkaar opereren. Vaak werken afdelingen min of meerdere mate gescheiden van elkaar en als opzichzelfstaande organisaties, elk met hun eigen werkwijzen, prioriteiten en structuren.
Ook al is de wens om af te stemmen, er zijn allerlei struikelblokken die de samenwerking bemoeilijken. Organisatorische struikelblokken, zoals onvoldoende capaciteit, afstemming laat in het proces, onvoldoende mandaat vanuit management. En culturele struikelblokken, domeinen die elkaar onvoldoende kennen, die elkaars taal niet spreken, integrale afstemming die persoonsafhankelijk is en hardnekkige vooroordelen die blijven bestaan.
Gemeentelijke domeinen kunnen op verschillende manieren samenwerken om de sociaal-ruimtelijke ambities te realiseren. De vorm en intensiteit hangen af van aard en complexiteit van een project of opgave. Er zijn grofweg vier niveaus van beleidscoördinatie tussen sociaal en fysiek (zie tabel 1): geen afstemming, beperkte afstemming, positieve beleidscoördinatie en strategische beleidscoördinatie. Het onderzoek wijst uit dat sociaal-ruimtelijke projecten niet goed van de grond komen als de samenwerking niet op tijd wordt gevonden.
Tabel 1: Indeling beleidscoördinatie
In de praktijk werken gemeenten aan het slechten van de barrières bij domeinoverstijgend samenwerken. Zo stelde één aan de CoP deelnemende gemeente voor een nieuwe locatieontwikkeling uit beide domeinen een projectleider aan. Elders koos men voor een interne adviesgroep, bestaande uit verschillende domeinen die ruimtelijke initiatieven afweegt tegen sociaaleconomische belangen. En weer een andere gemeente stelde naast een gebiedsvisie ook een sociaal gebiedsplan op samen met het sociale domein.
Zelfreflectie is de CoP-deelnemers niet vreemd. Ze onderkennen dat ze misschien wel meer rekening moeten houden met collega’s die zich met andersoortig werk bezighouden en dat ze hen beter moeten meenemen in het planologisch proces. Zo kreeg één van de CoP-deelnemers van een collega de vraag: “Waarom begin je niet met de financieel moeilijkste ruimtevragen in te tekenen, zoals woonwagenlocaties en dat zwembad en dan pas met de woningen?”
De gemeente Arnhem staat voor een forse schaalsprong: 14.000 extra woningen binnen de bestaande stad. Omdat er geen uitleglocaties zijn, werkt de gemeente met nieuwe werkwijzen om sociale en fysieke belangen vanaf het begin samen af te wegen. Zo is de Ruimtebalans Arnhem ontwikkeld: een datagedreven instrument dat helpt ruimteclaims te combineren en tegen elkaar af te wegen.
Per 1.000 inwoners zijn referentienormen opgenomen voor onder meer voorzieningen, groen en economische functies. Deze vormen een vertrekpunt voor gesprek en prioritering. Daarnaast startte de gemeente een planologietafel om domeinoverstijgend te werken onder het motto ‘de juiste functie op de juiste plek’. Deze interne adviesgroep omvat vertegenwoordigers uit meerdere domeinen. Zij voeren het ‘zachtere gesprek’ en nemen sociaaleconomische kenmerken en effecten in een gebied mee bij ruimtelijke initiatieven.
Arnhem ziet integraal werken als een leerproces. De gemeente past de Ruimtebalans toe in verschillende gebieden en verfijnt deze continu. Drie jaar na de start van de planologietafel wordt deze steeds vaker bij ontwikkelingen betrokken. Kenmerkend zijn: pioniersmentaliteit, leren door te doen en actief betrekken van wijkteams en het sociaal domein.
Meld je aan voor onze Community of practice | integrale verstedelijking: hoe organiseer je dat?