Jaarlijks honderd flexwoningen erbij: lessen uit Hengelo
Hengelo is koploper als het gaat om de realisatie van tijdelijke woningen. Eigen aanbesteding en financiële afspraken maken maatwerk mogelijk.
In samenwerking met
Voor dit onderzoek zijn modulaire woonprojecten van tien grote bouwers In alfabetische volgorde: Barli, Daiwa House Modular Europe, De Groot Vroomshoop, Flexlivings, Heijmans, Homes Factor, MOOS, Plegt-Vos, Ursem Modulaire Bouw Systemen/Heddes Bouw en Ontwikkeling, VDL De Meeuw 1 onder de loep genomen die alle voldoen aan de kwaliteitseisen van het Bbl-nieuwbouw en die onderling verschilden in o.a. ligging, omvang, doelgroep en bouwvorm.
Bewoners van woningen uit een fabriek noemen als pluspunten het woonoppervlak, de lage energielasten en de aantrekkelijke uitstraling. Zij hebben er meestal geen weet van dat hun woning niet op traditionele wijze gebouwd is. Enkele bewoners noemen als aandachtspunt dat de kwaliteit van het binnenklimaat beter kan. Daarnaast hebben ze soms behoefte aan meer bevestigingsmogelijkheden aan de binnenwanden om de woning eigen te maken.
Hoewel sommige woonlocaties tot stand zijn gekomen na fel verzet van de buurt, is 80% van de bewoners (zeer) tevreden over hun woonomgeving. Pluspunten zijn fijne buren, de centrale ligging en de groene omgeving. Het meest genoemde minpunt is geluidsoverlast. Dat wordt soms ervaren van buren of vanuit de omgeving.
Bewoners van woningen uit een fabriek zijn vaak jongere kleinere huishoudens: de gemiddelde leeftijd is 29 jaar en 80% woont alleen. De meeste bewoners zien hun woning als springplank naar een andere grotere woning op termijn. ‘Voorlopig zit ik hier meer dan goed’.
De resultaten zijn interessant voor opdrachtgevers (woningcorporaties, verhuurders) die woningen uit de fabriek (kunnen) aankopen, voor bouwers van die woningen, voor gemeenten (die vergunningen verlenen), overheden in het algemeen (industrieel gebouwde woningen hebben voordelen) en niet in het minst bewoners, van wie de meesten er naar tevredenheid blijken te wonen.
Dit onderzoek is het eerste van een reeks van drie. De tweede gaat in op het imago van fabriekswoningen bij vakgenoten en bij het grote publiek. Het laatste onderzoek richt zich op de ontvangst en beleving van industrieel gebouwde woningen bij omwonenden van een project.
"*" geeft vereiste velden aan