Foto: Alex Schröder

Discussiedagen Sociale Huisvesting 2026: Rechtvaardige volkshuisvesting

4 november 2026 & 5 november 2026

9:00-17:00 Soesterberg € 599,- (inclusief overnachting, verblijfskosten; exclusief BTW)

Inschrijven/Aanmelden
Tijdens de twaalfde editie van de jaarlijkse Discussiedagen Sociale Huisvesting delen bevlogen strategen, ervaringsdeskundigen en experts in volkshuisvesting een woonbeleid hun ideeën en oplossingen voor het versneld en beter aanpakken van urgente woonvraagstukken. Centraal thema dit jaar: Naar een rechtvaardige volkshuisvesting.

Formule

Deelnemers aan deze tweedaagse bijeenkomst schrijven voorafgaand daaraan een paper waarin ze hun analyse, visie of idee over één van de hieronder genoemde thema’s uiteenzetten. Als je dat wilt is het – binnen bepaalde richtlijnen – ook mogelijk om in plaats van een paper, je betoog in de vorm van een video, vlog of podcast aan te leveren. Je kunt je voorkeur aangeven bij de aanmelding (en krijgt de richtlijnen dan toegezonden).

In de sessies tijdens de discussiedagen staan steeds enkele samenhangende papers ter discussie. De deelnemers gaan daarover met elkaar in gesprek om te leren van elkaars ervaringen en met elkaar de grenzen te verkennen van wat wenselijk en mogelijk is. Deze sessies organiseren we al dan niet parallel.

Voor wie?

De Discussiedagen zijn bedoeld voor strategen, experts en ervaringsdeskundigen in wonen afkomstig uit de praktijk-, advies-, onderzoeks- en beleidssfeer van de sociale huisvesting.

Wat levert deelname je op?

  • Deelnemers aan eerdere edities waardeerden de intensieve debatten en benutten de mogelijkheid om hun plannen en ideeën te verrijken met de input van hun ‘peers’.
  • Zoals altijd ontvangen deelnemers ook dit jaar een bundel met alle ingediende papers en daarin gedeelde ideeën, voorstellen en oplossingen. Deze publiceren we, zodat deze voor een breed publiek toegankelijk zijn.
  • Voor bestuurders en toezichthouders van woningcorporaties zijn door deelname aan de Discussiedagen PE-punten te behalen.

Organisatie

De organisatie van de tweedaagse is evenals voorgaande jaren in handen van Platform31, Kennisplatform Corpovenista, de TU Delft Faculteit Bouwkunde en Aedes.

Centraal thema: Naar een rechtvaardige volkshuisvesting

Wie de wooncrisis in Nederland beschouwt, komt al snel tot de conclusie dat het oplossen van de grote problemen niet alleen een zaak is van bouwen, bouwen, bouwen. Er zijn heel veel huishoudens die erg ruim wonen, terwijl andere huishoudens geen woning kunnen vinden. Eigenaar-bewoners ontvangen ruime fiscale steun, ook al zijn ze vermogend, terwijl huurders veel minder steun ontvangen. Als ze net iets meer verdienen dan de sociale doelgroep, krijgen ze te maken met de fluctuaties en hoge prijzen van de private huursector, of vallen ze tussen wal en schip omdat ze niets betaalbaars kunnen vinden.

In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA staat: “De wooncrisis vraagt om eerlijkheid over de omvang en oorzaken van het probleem, om duidelijke keuzes en om samenwerking tussen Rijk, regio’s, gemeenten, ondernemers en maatschappelijke partijen.”
Dat klinkt veelbelovend. Zal er inderdaad een inhoudelijke reflectie plaatsvinden op de ontwikkelingen die vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw in gang zijn gezet, waarbij de volkshuisvesting is overgelaten aan de markt? Zien de partijen in dat het ontstaan van kwetsbare wijken het gevolg is van overheidsbeleid en geen natuurfenomeen? Zijn partijen bereid om de oneerlijke verdeling van overheidsmiddelen voor het wonen ter discussie te stellen?

Wie verder leest, ziet dat de maatregelen uit het coalitieakkoord nog steeds getuigen van een haast onbegrensd vertrouwen in ‘de markt’. Een gedegen analyse van de oorzaken van de huidige woonproblemen ontbreekt. Men wil de rechten van eigenaar-bewoners, kopers en meer vermogenden niet ter discussie stellen. Tegelijkertijd beschouwt men de huurders van sociale huurwoningen als gesubsidieerden. Voor hen moet inkomensstijging – ook al is die beperkt – resulteren in hogere woonlasten en maatregelen die ze dwingen te verhuizen. Het akkoord maakt niet duidelijk hoe de coalitie tegenover het recht op een woning voor thuislozen staat. En over het recht van nieuwkomers

Denk je mee?

De minister-president – op zoek naar breed draagvlak – benadrukt regelmatig dat er ruimte is voor aanpassing van het coalitieakkoord. Wij vatten dit op als een uitnodiging en oproep en geven daar graag gehoor aan; vandaar onze keuze voor het overkoepelend thema voor deze discussiedagen: ‘Naar een rechtvaardige volkshuisvesting’.

Om antwoorden te formuleren op de hiermee samenhangende klemmende vraagstukken, dagen we strategen, experts, ervaringsdeskundigen, professionals en belangstellenden uit om een bijdrage te leveren aan de reflectie op de huidige woonproblemen. Om ideeën uiteen te zetten hoe partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau kunnen bijdragen aan een meer rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten. Deze editie focussen we op de volgende vijf deel-thema’s.

Vijf thema's

In discussies over wonen en zorg ziet men de wijk steeds vaker als plek waar maatschappelijke opgaven samenkomen. Waar mensen langer zelfstandig wonen, waar kwetsbare groepen een plek vinden in reguliere buurten en waar van bewoners wordt verwacht dat zij naar elkaar omzien.

Door beleidskeuzes zoals extramuralisering wonen steeds meer mensen met een ondersteuningsvraag in de wijk. In buurten komen daarmee uiteenlopende achtergronden, inkomens en zorgvragen samen. Dat vergroot het belang van sterke gemeenschappen. Welke wijken en gemeenten dragen deze opgave – en welke niet? Wat betekent dat voor de draagkracht van buurten? Hoe kunnen we gemeenschappen in wijken versterken, met aandacht voor bewoners in een kwetsbare positie? Wanneer draagt menging van bewoners daadwerkelijk bij aan onderlinge betrokkenheid en veerkracht? En wanneer komen draagkracht, voorzieningen en sociale verhoudingen in buurten juist onder druk te staan?

We zijn op zoek naar bijdragen die deze vragen verkennen, die antwoord geven op de fundamentele vraag op: hoe rechtvaardig is de manier waarop deze opgaven nu landen in buurten? en die laten zien wat nodig is voor een meer rechtvaardige verdeling van de opgave én voor veerkrachtig samenleven in wijken.

Een betaalbare woning is een basisvoorwaarde voor volwaardig meedoen in de samenleving. Desondanks blijkt in de praktijk dat vergelijkbare huishoudens zeer uiteenlopende woonlasten dragen. Eigenaar-bewoners zijn met gemiddeld iets meer dan één-vijfde het kleinste deel van hun inkomen kwijt aan wonen. Huurders in de private sector en corporatiehuurders met de laagste inkomens zijn met een bijna dubbel zo groot percentage van hun inkomen het slechtst af. En dat terwijl een doorsnee koper door de woningcrisis inmiddels gemiddeld negentig keer zo vermogend is als een huurder.

Als we naar de betaalbaarheid van wonen kijken, zien we dus fikse ongelijkheden: niet alleen tussen eigenaar-bewoners en huurders, maar ook tussen jong en oud, tussen lang geleden en recent verhuisden en tussen verschillende inkomensgroepen. En dan hebben we het alleen nog maar over de mensen die al een huis hebben.

Ook de wet- en regelgeving voor sociale huurwoningen roept vragen over betaalbaarheid op. Zo wordt er in het kader van passend toewijzen scherp gekeken naar inkomen. Dat zorgt ervoor dat een momentopname in de financiële situatie van een huurder jarenlang bepalend is. Ook kunnen huurders met vermogen – niet zelden ouderen uit een koopwoning – instromen sociale huurwoningen. En in hoeverre zorgt de inkomensafhankelijke huurverhoging voor een meer rechtvaardige huurprijs?

We verwelkomen papers die kritisch kijken naar de betaalbaarheid van het wonen en naar daarmee samenhangende (on)rechtvaardige effecten in het huidige systeem. We zien graag dat de papers over de grenzen van verschillende segmenten kijken (denk bijvoorbeeld aan koop en huur, betaalbaar en duur).

Woonruimteverdeling in een krappe woningmarkt stelt ons voor fundamentele vragen over rechtvaardigheid, gelijke behandeling en maatschappelijke waarden. Wie krijgt toegang tot schaarse woonruimte, op basis van welke criteria, en met welke gevolgen in de praktijk? Welke invloed heeft de verdeling op de sociale dynamiek in wijken en de kansen op doorstroming?

De huidige praktijk is het resultaat van een opeenstapeling van regels, wetten en beleidskeuzes, elk met hun eigen doelen: gelijke behandeling, bescherming van kwetsbare groepen, stimuleren van doorstroming, betaalbaarheid en leefbaarheid. De invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting dwingt tot herbezinning op bestaande voorrangsregels en urgenties. Wie krijgt voorrang: dakloze gezinnen, statushouders, lokale doelgroepen, of juist mensen die al lang wachten?

Nederlanders wonen gemiddeld 53 m² per persoon – ongeveer 15% ruimer dan in veel buurlanden.
Tegen die achtergrond dringt zich de vraag op of woonruimteverdeling zich alleen moet richten op wie een woning krijgt wanneer deze vrijkomt, of ook op hoe woonruimte daadwerkelijk wordt gebruikt. En moeten we deze vragen uitsluitend blijven stellen binnen de sociale huursector en bij nieuwe bewoners?

We vragen auteurs om scherpe, kritische reflecties en concrete voorstellen voor een eerlijker en effectiever systeem. Welke keuzes zijn nodig om urgentiedoelgroepen te bedienen zonder het systeem te laten vastlopen? En hoe kunnen we samen werken aan een volkshuisvesting die rechtvaardigheid centraal stelt – in beleid én uitvoering?

De complexiteit van opgaven in het sociaal domein en in wijken neemt toe. Vraagstukken rond leefbaarheid, veiligheid, bestaanszekerheid en kwetsbaarheid grijpen in elkaar en manifesteren zich vaak gelijktijdig in buurten en wijken. Juist daar komen verschillende partijen samen: gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, politie, maatschappelijke initiatieven en bewoners zelf. Ieder vanuit een eigen rol, verantwoordelijkheid en professionaliteit.

Samenwerking is onmisbaar, maar roept ook fundamentele vragen op. Verwachtingen lopen soms vooruit op heldere afspraken, taken overlappen of blijven juist liggen, en verantwoordelijkheden zijn niet altijd scherp belegd. Wie is waarvoor aan zet? Welke taken horen expliciet bij gemeenten, welke bij corporaties, en welke bij maatschappelijke partners? En hoe voorkom je dat partijen – vanuit betrokkenheid of urgentie – rollen naar zich toetrekken waarvoor zij niet optimaal zijn toegerust?

Dit deelthema verkent hoe samenwerking in het sociaal domein effectief en doelmatig kan worden ingericht. Welke rolverdeling is wenselijk en realistisch? Hoe kom je tot een gezamenlijke stip op de horizon, en hoe organiseer je vervolgens samenwerking die daadwerkelijk bijdraagt aan leefbare en veerkrachtige wijken? En op welke schaal gebeurt dat het best: regionaal, lokaal of op wijkniveau?

Specifieke aandacht gaat uit naar het thema weerbaarheid. Wat betekent het versterken van weerbaarheid van bewoners en wijken in de praktijk? Welke bijdragen kunnen en mogen verschillende partijen leveren, en hoe zorg je daarbij voor heldere keuzes, rolvastheid en wederzijds begrip?

We nodigen deelnemers uit om papers in te dienen waarin zij deze vragen verkennen, bijvoorbeeld op basis van praktijkervaringen, onderzoek of beleidsreflectie. Bijdragen die ingaan op dilemma’s, rolconflicten en lessen uit de praktijk gericht op rechtvaardigheid in volkshuisvesting zijn van harte welkom.

Gebiedsontwikkeling gaat niet alleen over de fysieke leefomgeving (‘stenen’) maar vooral over mensen. Elke verandering in een wijk raakt bestaande sociale netwerken, belangen en identiteiten. Gebiedsontwikkeling is daarmee een sociaal proces dat bewoners raakt en waarin veel verschillende partijen elkaar beïnvloeden en samen de toekomst vormgeven.

Woningcorporaties spelen hierin een sleutelrol als eigenaar en beheerders van betaalbare woningen en als belangrijke brug tussen bewoners en de fysieke ontwikkeling van de buurt. Zij zijn medeverantwoordelijk voor leefbaarheid en het ondersteunen van kwetsbare groepen. Vooral de positie van de huidige bewoners is daarbij belangrijk: zij brengen lokale kennis, ervaringen en waarden in. Maar naast corporaties zijn ook andere actoren relevant. De gemeente bewaakt het publieke belang en zorgt voor kaders. En marktpartijen, zoals projectontwikkelaars, brengen investeringskracht, innovatie en uitvoeringscapaciteit. Ze besteden weliswaar steeds vaker aandacht aan de sociale impact, maar opereren ook vanuit economische logica. Hoe gaan zij om met dit spanningsveld?

Tijdens de Discussiedagen willen we verkennen hoe ‘sociale impact op bewoners’ bij gebiedsontwikkeling meer aandacht kan krijgen. Hoe de betrokken partijen elkaar daarbij kunnen versterken en scherp houden, hoe spanningen productief kunnen worden gemaakt. In de papers zijn wij vooral op zoek naar scherpte, concreetheid en kritische reflecties die bijdragen aan rechtvaardige volkshuisvesting.

Werkwijze

Indienen en beoordelen abstract
  • Om te beginnen schrijven alle deelnemers een abstract van 250-500 woorden waarin ze het onderwerp kort uiteenzetten en enkele stellingen toevoegen die de conclusie van hun paper in zich dragen. Zij uploaden hun abstract (Word of pdf) tijdens of na hun registratie via het aanmeldformulier.
  • Een klein organisatiecomité beoordeelt de ingediende abstracts en maakt zo nodig een selectie, als er te veel aanmeldingen zijn. Dit maakt het mogelijk hiaten te signaleren, de kwaliteit te wegen en suggesties te geven voor de uitwerking.
  • Wanneer thema’s van abstracts elkaar raken en/of overlappen, kunnen we de indieners vragen het thema gezamenlijk in een paper uit te werken.
Indienen paper of andere vorm (video, vlog of podcast)
  • Voorafgaand aan de discussiedagen schrijven de geselecteerde auteurs een paper van maximaal 2.500 woorden. Vanzelfsprekend is het ook mogelijk dat enkele auteurs gezamenlijk een paper schrijven.
  • Dit jaar is het ook mogelijk om in plaats van een paper, je betoog ook in de vorm van een video, vlog (beide in mp4-format) of podcast (mp3) aan te leveren. Daaraan zijn de volgende voorwaarden aan verbonden:
    – Je levert een abstract aan waarin je de hoofdlijnen van de content beschrijft (zie hierboven);
    – Je onderbouwt het betoog met een literatuurlijst;
    – Je inzending is minimaal 2 weken voorafgaand aan de Discussiedagen beschikbaar;
    – De maximale duur van de inzending is 8 minuten;
    – Je pitch tijdens de Discussiedagen duurt maximaal 5 minuten.
  • Tijdens de discussiedagen geven de auteurs een korte pitch over hun paper in één van de thematische sessies. Vervolgens vindt hierover de discussie plaats.
  • Na de discussiedagen zijn deelnemers in de gelegenheid hun papers aan te passen en met de opbrengst van de discussie te verrijken.
  • Vervolgens brengen Platform31, TU Delft, Corpovenista en Aedes de paperbundel via het internet onder de aandacht gebracht van een breed publiek.

Planning

Uiterlijk 29 mei Indienen abstract en aanmelden
In de week van 15 juni Bericht over acceptatie en suggesties voor uitwerking
Uiterlijk 11 september Indienen papers
Uiterlijk 9 oktober Distributie papers
4/5 november Discussiedagen
Uiterlijk 20 november Indienen eventueel bijgestelde papers
December Online publicatie van alle papers van de discussiedagen

Let op: het niet tijdig aanleveren verhindert deelname.

Workshop ‘Hoe schrijf ik een paper?’

Voor deelnemers aan de Discussiedagen die het schrijven van een paper lastig vinden, of graag met andere deelnemers in gesprek willen over hun concept paper, organiseren wij met de TU Delft twee korte online workshops. De eerste workshop (op maandagavond 22 juni 2026) gaat over de basisprincipes van een paper schrijven op basis van het indiende abstract. In de tweede workshop (op maandagavond 7 september 2026) gaan deelnemers met elkaar in gesprek naar aanleiding van hun concept paper. Hiervoor komen deelnemers in aanmerking waarvan het ingediende abstract is ontvangen en geaccepteerd. Bij je aanmelding kun je aangeven of je van dit aanbod gebruik wenst te maken.

Workshop 1: maandag 22 juni 2026 van 19:30 tot 20:30 uur
Workshop 2: maandag 7 september 2026 van 19:30 tot 20:30 uur

Praktische informatie

Kosten

Uitgangspunt is dat deelnemers beide dagen aanwezig zijn en blijven overnachten. De deelnamekosten bedragen € 599,- (inclusief overnachting, verblijfskosten; exclusief BTW). Platform31 verzendt de factuur ná acceptatie van het abstract.

Aanmelden

Aanmelden kan via de knop boven en onderaan de pagina. Gelijktijdig met de aanmelding vragen we je het abstract aan te leveren via emailadres: helen.vankan@platform31.nl

Locatie

Conferentiecentrum Kontakt der Kontinenten in Soesterberg. Bekijk hier de routebeschrijving.

Contact

Voor inhoudelijke vragen kun je contact opnemen met:

Anne van Summeren 06 17 85 48 53

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan