Werken aan stenen én mensen? Welwonen doet het al jaren
Ontdek hoe welzijnsorganisatie Welwonen met een integrale aanpak werkt aan wonen, welzijn en sterke buurten.
Bij de sociale renovatie van de MLK-flats in Geleen trekt ZOwonen op met bewoners, gemeente en zorg- en welzijn
De problemen bij de bewoners zijn veel groter dan van tevoren ingeschat, blijkt uit de huisbezoeken voorafgaand aan de fysieke renovatie van twee flats in het centrum van Geleen. Bewoners vertellen over onveiligheid, verpaupering en gebrek aan contact. Werk aan de winkel dus, vond ZOwonen. Samen met de gemeente en zorg- en welzijnspartners ontwikkelde de corporatie een brede aanpak, die inmiddels wordt uitgevoerd. Hun meest recente wapenfeit? De Cantina: een inloop- en ontmoetingsplek van en voor de wijk. Door te investeren in de fysieke omgeving en in de gemeenschap, wil de corporatie ervoor zorgen dat de wijk weer veerkrachtig en zelfredzamer wordt.
“Investeren in de gemeenschap is voor deze woningcorporatie niet nieuw”, vertelt Elvera Weusten, conceptontwikkelaar bij ZOwonen. “Wat wel nieuw is aan de aanpak van de MLK-flats is dat we niet zelf alles bedenken en uitvoeren, maar dat we onze maatschappelijke partners vragen hun verantwoordelijkheid te nemen.” “Vroeger stapten we vaak in de uitvoerende rol, maar nu vragen we onze partners naar voren te stappen” De woningcorporatie kan dit immers niet alleen, daarvoor hebben zij niet altijd de juiste kennis en mensen. “Wij proberen onze partners daarin te faciliteren. Door bijvoorbeeld een kantoorruimte aan te bieden in het gebouw. Of de oude supermarkt te huren als ontmoetingsplaats.”
ZOwonen heeft veel geïnvesteerd in het vinden en binden van goede partners. Gemeente Sittard-Geleen is aangesloten, net als welzijnsorganisatie MIK-PIW en zorgorganisaties Vivantes en Pergamijn. De samenwerking is georganiseerd op praktisch niveau binnen een ‘DOE-team’: zij voeren acties uit zoals het oppakken van individuele hulpvragen en ontmoeting organiseren. Het ‘HOE-team’ zet op tactisch niveau de lijnen uit. In het eerste jaar besteedden de partners veel aandacht aan de verwoording van de ambities en het verkennen van de belangen van bewoners en organisaties. De betrokken bestuurders van de samenwerkingspartners ondertekenden eind juni een intentieovereenkomst. Ondertussen werken zij samen met bewoners het ambitieplan verder uit.
In het ambitieplan zijn de ambities verdeeld over vier ambitiepijlers:
Het netwerk werkt op verschillende manieren samen. Janneke Wolfs, ook conceptontwikkelaar bij ZOwonen, vertelt op welke manieren ze dat doen. “Ten eerste zoeken we elkaar op om individuele hulpvragen van bewoners goed op te pakken. Ook werken we samen aan organisatie-overstijgende vragen, zoals het organiseren van ontmoeting. Tot slot zijn we fysiek in de wijk aanwezig. We hebben een gezamenlijke kantoorruimte ingericht in één van de flats waar de zorg- en welzijnspartners te vinden zijn, en we beheren samen de ontmoetingsruimte.”
De aanpak bestaat uit meerdere samenhangende initiatieven. Er zijn huisbezoeken geweest bij alle bewoners om te spreken over de renovatie, daarbij zijn ook andere thema’s besproken. De opgehaalde behoeften worden door de partners verwerkt in de ambities en de plannen. Er vinden regelmatig klankbordbijeenkomsten plaats en er werd een werkgroep van bewoners gevormd die met het groen rondom de flat aan de slag gaat. Een aantal andere activiteiten voor en door bewoners wordt nu ontwikkeld. Denk aan het aanstellen van een ‘flatmaker’, een muurschildering laten aanbrengen, en het oprichten van een welkomstcomité voor nieuwe bewoners.
Het inrichten van een ontmoetingsruimte was een belangrijke behoefte vanuit de wijk. “Om het gemeenschapsgevoel te stimuleren is het nodig dat we voorzieningen die zijn verdwenen weer terug te brengen”, vult Weusten aan. De Cantina is precies zo’n voorziening. “We wilden graag wat aan eenzaamheid doen, maar we wisten nog niet hoe. Zodra het winkelpand van de Aldi om de hoek te koop kwam te staan, kreeg de gemeenschapsambitie opeens concreet vorm.”
Het voormalig Aldi-pand werd samen met partners en inwoners ingericht en werd al gauw tot de Cantina gedoopt, een ontmoetingsplek voor en door bewoners. “ZOwonen faciliteert het vastgoed. De welzijn- en zorgpartners zijn aan zet voor het beheer, de programmering en de bemensing. Maar al snel stonden er ook bewoners op die de ruimte gereedmaken voor bezoek, de koffie klaarzetten en leuke dingen organiseren”, vertelt Wolfs. “Mensen zien het als een verlengstuk van hun huis, waar ze zich erkend en veilig voelen.”
Wolfs en Weusten zijn vanuit de woningcorporatie de initiatiefnemer en momenteel ook de kartrekkers. Zij werken samen met partners aan een aanpak die voor iedereen werkt. “Dat is een uitdaging, want iedere partner kent weer eigen managers of bestuurders”, legt Weusten uit. Daarom is er stevig gewerkt aan het vinden van bestuurlijk draagvlak en is er een intentieovereenkomst opgesteld.”
Het opzetten van de samenwerking heeft best een lange aanloop gekend, vertelt Weusten: “We hebben veel aandacht gehad voor elkaars opgave en voor elkaar als mens. We hebben samen onze ambities beschreven en werken nu uit hoe we die gaan uitvoeren en wat daarvoor nodig is.” Zo’n lange aanloop is niet erg als je iets nieuws wilt doen: “We willen dat elke partner uiteindelijk over zijn eigen grenzen durft te stappen, in het belang van een leefbare wijk”, vertelt Wolfs. “Partners werken vanuit een verschillende financieringslogica. Zorgorganisaties krijgen bijvoorbeeld alleen een vergoeding voor geïndiceerde uren, maar zij zijn nu medeverantwoordelijk voor een collectieve aanpak”.
Dat vraagt om regie. “We zien dat we als partners echt dezelfde ambities hebben”, vertelt Weusten. Toch is het volgens haar nodig dat iemand de partijen bijeenbrengt en regelmatig de opgave en de ambities herhaalt. “Zonder aanjagers vallen partners vaak terug in hun gebruikelijke werkwijze. Domeinoverstijgend samenwerken kost tijd en moeite. Iedere organisatie moet daarom zelf ontdekken wat de samenwerking hen kost én wat het hen oplevert”, ervaart Wolfs.
Wat het precies oplevert is lastig te voorspellen. Wolfs: “We verwachten geen direct financieel voordeel van deze manier van werken. Wel denken we dat we in een wooncomplex met een vitale gemeenschap veel minder meldingen zullen hoeven afhandelen en dat de incidenten minder heftig zullen zijn. Dan kun je als complexbeheerder focussen op het versterken van wat goed gaat, in plaats van alleen brandjes blussen. Dat is een veel betere manier om onze complexen te beheren.”
Maar minstens zo belangrijk is wat het betekent voor bewoners. Daarom zijn onderzoekers bezig om te beschrijven wat de aanpak betekent voor het welzijn en woongeluk van bewoners. Ook zullen zij de maatschappelijke kosten, baten en de benodigde systeemveranderingen in beeld te brengen. “Die resultaten zijn helaas nog niet binnen”, zegt Weusten. “We verwachten in elk geval meer bewonerstevredenheid en dat de buurt veiliger en leefbaarder zal worden.”