Foto: Alex Schröder
Verdieping Binnensteden en werklocaties Regionale economie

Coalitie focust op innovatie; andere sociaal- en ruimtelijk economische opgaven onderbelicht

5 februari 2026 | Leestijd: 5 minuten
In het coalitieakkoord ligt voor wat betreft economische ontwikkeling de focus op het stimuleren van innovatie in strategisch relevante ecosystemen. Wat ontbreekt is antwoord op de vraag welke activiteiten minder toekomstbestendig zijn. De coalitie zal dit antwoord samen met de regio’s moeten formuleren bij de ruimtelijke en organisatorische uitwerking van de plannen. Gemiste kans is dat het akkoord weinig aandacht besteedt aan herstructurering van bedrijventerreinen en het faciliteren van betaalbare bedrijfsruimte.

Auteur(s)

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen 2025 riepen wij het nieuwe kabinet op om duidelijkheid te verschaffen over én gericht te investeren in de economische ontwikkeling van onze regio’s. Met specifieke aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • Duidelijke keuzes maken over wat een plek verdient in de nieuwe economie
  • Doelgericht én breed aanjagen van innovatie en productiviteit
  • Ruimte voor betekenisvol werk in de steden faciliteren

Nu het coalitieakkoord ‘Aan de slag; bouwen aan een beter Nederland’ is gepresenteerd maken we de balans op. Welke van ‘onze’ aandachtspunten zien we daar wel en niet in terug? En wat zijn hiervan de gevolgen voor stad en regio?

Economische groei als leidraad – niet vernieuwing

De nieuwe coalitie zet luid en duidelijk in op economische groei als leidend principe. Het kondigt aan ‘strategisch industrie- en economisch beleid’ te baseren op de bijdrage aan zowel het verdienvermogen, strategisch belang als maatschappelijke opgaven, maar definieert niet welke specifieke maatschappelijke opgaven het hiermee bedoelt en welk gewicht het hieraan geeft. Hetzelfde geldt voor het concept brede welvaart: dit noemt het coalitieakkoord weliswaar twee keer maar door dit verder niet te specificeren blijft het een lege huls. Het concreet maken van precies deze afwegingen, dwarsverbanden en uitruilen zou in de komende kabinetsperiode het hart van het politieke en maatschappelijke debat moeten vormen. Gemeenten en regio’s zijn gebaat bij duidelijk omkaderde maatschappelijke en strategische ‘missies’, zodat helder is waaraan de economie moet bijdragen.

Daarbij horen vervolgens ook gedurfde maatregelen die sturen op economische vernieuwing. Het kabinet wil tot op zekere hoogte verduurzaming aan- en ontmoedigen, maar legt de nadruk op het creëren van een gelijk speelveld ten opzichte van Europese (buur)landen. Een ander speerpunt is het verminderen van de regeldruk voor bedrijven en ondernemers, door jaarlijks minimaal 500 regels te vereenvoudigen of te schrappen. Dit kan inderdaad het vestigings- en ondernemersklimaat in regio’s verbeteren, maar als je dit te rücksichtslos doorvoert kan het juist ‘de brede welvaart’ schaden. Het is dan ook de vraag hoe verstandig het is om hier een cijfermatig doel aan te verbinden.

Grote innovatie-ambities vragen om ruimtelijke vertaling

Het nieuwe kabinet is ervan doordrongen dat het belangrijk is om innovatie en productiviteitsgroei doelgericht te stimuleren. Met de rapporten van Draghi en Wennink onder de arm zet het in op een Nationale Investeringsinstelling (NII) en een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Veel meer dan nu het geval is gaat de overheid als launching customer optreden en voorzien in vroege fasefinanciering voor veelbelovende scale-ups. Dit geldt met name voor de door Wennink aangedragen domeinen van ‘nationaal strategisch belang’: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences en biotechnologie. Daarnaast wil het kabinet investeren in onderwijs en onderzoek en op het aantrekken van internationaal talent via een ‘talentstrategie’.

Het kabinet toont zich ervan bewust dat investeringen in campussen nodig zijn om de innovatie-ecosystemen optimaal te faciliteren. Hier wil het jaarlijks 100 miljoen euro in investeren. Het noemt aantal campussen met naam en toenaam, waaronder Brainport, Foodvalley en de Noviotech Campus.

Het nieuwe kabinet doet er verstandig aan om de ambities op vlak van innovatie gepaard te laten gaan met een doordachte ruimtelijke en organisatorische visie. Daarbij moet de focus niet enkel liggen op de huidige nationale topcampussen. Ook niet-universiteitssteden spelen een cruciale rol in de ‘ecosystemen’ en toeleveringsketens. In dat opzicht is het hoopvol dat het coalitieakkoord oog heeft voor het verbeteren van de samenwerking tussen verschillende onderwijsinstellingen en het mkb.

Ruim baan voor innovatieve-, maar niet voor stadsverzorgende bedrijvigheid

De ruimte voor (betekenisvol) werk en economie staat in alle Nederlandse steden al enige jaren onder druk. Het nieuwe kabinet lijkt dit te erkennen, maar draagt geen concrete oplossingen aan voor de moeizame ruimtelijke schuifpuzzel waar veel gemeenten momenteel mee worstelen. Het wil vooral de fysieke uitbreiding van bedrijvigheid van ‘nationaal strategisch belang’ mogelijk maken. Gemeenten die bedrijventerreinen opheffen of transformeren moeten samen met andere gemeenten zorgen voor nieuwe ruimte voor bedrijven. Het is een gemiste kans dat het kabinet geen aandacht besteedt aan de herstructurerings- en verdichtingsopgave op de nu vaak suboptimaal ingerichte bedrijventerreinen.

Hoewel het coalitieakkoord spreekt over een Gemeenschapsfonds om voorzieningen als buurthuizen te behouden en/of te realiseren, is er tot dusverre geen aandacht voor het faciliteren van betaalbare bedrijfsruimte. Dit is teleurstellend voor gemeenten die met lede ogen aanzien hoe stadsverzorgende bedrijvigheid en wijkeconomieën onder toenemende druk komen te staan. Terwijl deze veel kunnen bijdragen aan leefbare en gebalanceerde wijken en steden. Wel zet het kabinet de Impulsaanpak winkelgebieden voort, omdat “ondernemers zorgen voor de ziel van een binnenstad of dorp, de voetbal- of hockeyclub sponsoren en zorgen voor sfeer met Kerst en Sinterklaas.” In de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord zijn hier echter nog geen middelen voor gereserveerd.

Belangrijke stappen en blinde vlekken

Het ‘bouwen aan een beter Nederland’ moet volgens het nieuwe kabinet de komende jaren vooral gebeuren op basis van een economie-gedreven visie. Het groeidogma dat daarmee gepaard gaat zal sommigen doen denken aan ‘neoliberale’ of ‘20e-eeuwse’ denkbeelden, maar er is wel degelijk een aantal belangrijke verschillen. Als gevolg van de toegenomen spanningen en concurrentie in de wereld is het ook in Nederland geen taboe meer om te pleiten voor een ‘strategische economische- of industriepolitiek.’ Dit is een serieuze verschuiving, omdat de afgelopen decennia het primaat vrijwel volledig bij de markt lag.

Deze beleidslijn werd al voorzichtig ingezet door vorige kabinetten, het huidige kabinet doet hier nog een schep bovenop door specifieke economische domeinen aan te wijzen die onder andere vanuit een nieuw op te richten Nationale Investeringsbank doelgericht gestimuleerd moeten worden. Dit biedt alvast wat handvatten voor steden en regio’s om hun economische visies voor de komende jaren waar nodig te herijken. Ook de aandacht van het kabinet voor netcongestie en de aanpak van de stikstofproblematiek biedt enig perspectief voor regionale economische ontwikkeling.

Tegelijkertijd komt een aantal urgente vraagstukken jammer genoeg niet of nauwelijks aan bod in het coalitieakkoord. Het kabinet zal nog duidelijker moeten uitleggen welke maatschappelijke en strategische doelen het van belang acht, en waar ‘de economie’ hieraan bijdraagt of er juist op gespannen voet mee staat. Dit zijn complexe afwegingen waarbij harde keuzes soms onvermijdelijk zijn en waarover het eerlijke verhaal moet worden verteld.

Tenslotte is het belangrijk dat de nieuwe ministers van Economische Zaken en Ruimtelijke Ordening van het kabinet – behalve voor innovatie – ook meer oog hebben voor dat deel van de economie dat van vitaal belang is voor wijken, buurten en dorpen. Met name steden hebben op dit moment te maken met een ruimtelijke schuifpuzzel die soms muurvast zit, waardoor onder meer het traditionele mkb in de knel komt.

Contact

Jorn Koelemaij 06 30 29 78 27

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan