Foto: Alex Schröder
Verdieping Energietransitie Vergroening en klimaatadaptatie

Rem op economie en woningbouw niet weg met duurzaam beleid coalitie

5 februari 2026 | Leestijd: 6 minuten
Hoewel de coalitie concrete stappen zet voor het verminderen van netcongestie, ontbreken krachtige maatregelen die het stikstofslot wegnemen. Vertrouwen in technologische oplossingen en vrijwillige regelingen, vooral in de landbouw, zijn niet voldoende voor de noodzakelijke verduurzaming op korte termijn. Daarmee staat ook de haalbaarheid van economische doelen en woningbouw op losse schroeven.

Auteur(s)

Woningbouw, energietransitie, voedselvoorziening, klimaatadaptatie, natuur en economie concurreren om dezelfde schaarse ruimte. Alleen door gedurfd landelijke beleid en gebiedsgericht werken — waarbij rijk, regio’s en sectoren gezamenlijk plannen maken en prioriteren — kan versnelling plaatsvinden. Aan de vooravond van de Tweede Kamer verkiezingen 2025 vroegen we het nieuwe kabinet om specifieke aandacht voor:

  • de elektrificatie van industrie, mobiliteit en huishoudens vanwege netcongestie;
  • de praktische uitvoering van klimaatadaptatie in elk beleid;
  • en de versnelling die nodig is bij circulair bouwen.

De kwaliteit van lucht, water en bodem vormt daarbij een steeds grotere uitdaging. Nederland dreigt met het niet voldoen aan de EU-eisen voor de kwaliteit van water een nieuwe rem op economie en woningbouw te krijgen, naast de al bestaande belemmeringen door stikstofproblematiek en netcongestie. Nu het coalitieakkoord Aan de slag; bouwen aan een beter Nederland is gepresenteerd maken we de balans op. Welke van ‘onze’ aandachtspunten zien we daar wel en niet in terug? En wat zijn hiervan de gevolgen voor stad en regio?

 

Duurzame opgaven in vogelvlucht

Nederland staat voor een aantal grote, onderling verweven duurzaamheidsopgaven. Behalve de hiervoor genoemde opgaven (netcongestie, klimaatadaptatie en circulair bouwen) gaat het ook om de landbouwtransitie en natuurherstel. Bij de benodigde ingrijpende ruimtelijke transities botsen veel maatregelen steeds vaker vanwege de schaarse fysieke ruimte en milieuruimte. Keuzes kunnen niet langer worden uitgesteld en het principe “water en bodem sturend” is om die reden inmiddels leidend geworden. De bijbehorende opgaven zijn complex en zeer urgent. Met name het besef van urgentie mist in het coalitieakkoord en de voorgestelde maatregelen lijken onvoldoende doortastend.

Klimaatbeleid deels geconcretiseerd, deels onbenoemd

Netcongestie krijgt prioriteit

In het coalitieakkoord komt een aantal van onze oproepen voor versnelling van de energietransitie terug. Netcongestie krijgt de hoogste prioriteit, met een Crisiswet Netcongestie en prikkels voor flexibel gebruik van het stroomnet. Daarnaast wil de coalitie de isolatie van woningen versnellen via een Nationaal Isolatie Offensief en strengere labelverplichtingen. Wel is onzeker of, en hoe men het Warmtefonds en de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) wil voortzetten. Variabele stroomprijzen worden belangrijker, om het elektriciteitsnet beter te ontlasten en flexibeler te benutten. Energiehubs kunnen ruimte geven aan lokale initiatieven. Ook waterstof en andere energiedragers krijgen een stevige impuls binnen de bredere energie- en industrieagenda.

Voor de leveringszekerheid van elektriciteit zet de coalitie dus in op betere benutting van bestaande capaciteit en introduceert een capaciteitsmarkt, zodat er altijd voldoende elektriciteit is voor piekmomenten. De inzet op kernenergie (mogelijk met kleine modulaire reactoren, zogenoemde SMR’s) versterkt ook leveringszekerheid, op de lange termijn. De coalitie houdt tot slot vast aan de deze zomer neerwaarts bijgestelde doelen voor energie uit wind op zee richting 2040.

Het huidige regeerakkoord werkt enkele onderdelen uit het Klimaatplan (2025) duidelijk uit. Het bevestigt klimaatdoelen voor 2050 en het Europese reductiedoel van 90 procent in 2040, net als een sterke(re) focus op economisch perspectief en groene groei. Het akkoord bevat brede sectorale maatregelen voor energie, industrie, circulariteit, mobiliteit en landbouw. Andere elementen keren slechts gedeeltelijk terug: het akkoord vult rechtvaardigheid vooral in via sociale maatregelen, zonder de bredere benadering uit het Klimaatplan. Ook maatschappelijke betrokkenheid en participatie blijven buiten beeld, net als aandacht voor gedragsverandering en een breed governance-kader met monitoring en beleidsmixprincipes.

Klimaatadaptatie: weinig concrete maatregelen

Klimaatverandering heeft impact op waterveiligheid, gezondheid, voedselvoorziening, economie en ruimtelijke ordening. Een praktische en integrale uitvoering van adaptatiemaatregelen is essentieel, zodat elke beleidskeuze — van woningbouw tot infrastructuur — rekening houdt met hitte, wateroverlast, droogte en bodemdaling. De urgentie van dit vraagstuk zien we onvoldoende terug in het regeerakkoord in de vorm van concrete maatregelen. Sterker: het woord klimaatadaptatie komt niet voor in het akkoord. Onzeker is dus wat de geactualiseerde en aangescherpte versie van de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) in 2026 zal betekenen en bijdragen aan de benodigde aanpassingen. Klimaatverandering verloopt sneller dan verwacht en vraagt om sturing op klimaatadaptatie in elke gebiedsontwikkeling, beleidsvorming en investeringsbeslissing. Voor waterveiligheid zien we in het akkoord alleen de belofte dat het Deltaprogramma en de herijking van de Deltabeslissingen duurzaam worden voortgezet, met het principe ‘water en bodem sturend’ als leidraad voor langetermijnkeuzes in ruimtelijke ordening.

Stikstofbeleid onvoldoende, waterkwaliteit krijgt meer aandacht

Natuurherstel is in het regeerakkoord onvoldoende geborgd, vooral door het ontbreken van harde reductiedoelen voor landbouw en industrie. Positief is de terugkeer van het stikstoffonds (20 miljard). Provincies en gemeenten die het stikstofbeleid de afgelopen jaren regionaal hebben uitgewerkt kunnen dit goed gebruiken. Een zwak punt is dat het behalen van de stikstofdoelen de komende jaren nog vrijblijvend is. Strengere maatregelen zijn pas ruim na 2030 aan de orde, buiten de invloedssfeer van het komende kabinet. Het streefdoel van 25% reductie in 2030 t.o.v. 2019 is bovendien te weinig om te voldoen aan doelen die in de wet zijn vastgelegd, en de helft minder dan de commissie Remkes adviseerde en wat in het Nationaal programma landelijk gebied werd vastgelegd.

Positief is de inzet op een toekomstbestendig water- en milieubeleid waarin een gezonde leefomgeving en ruimtelijke keuzes hand in hand gaan. Nederland ligt immers ver achter op de doelen van de Kaderrichtlijn Water: slechts een klein deel van het oppervlaktewater voldoet aan chemische of ecologische eisen. Ook 85% van de bodems verkeert in slechte staat, met gevolgen voor voedselproductie, biodiversiteit en koolstofopslag. De urgentie wordt versterkt door stikstofdepositie en PFAS-vervuiling, terwijl nieuwe Europese wetgeving juridisch bindende natuurhersteldoelen oplegt. Via het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen wil de coalitie de continuïteit van schoon drinkwater voor huidige en toekomstige generaties borgen. Ook wil ze de waterkwaliteit structureel verbeteren door een meer ambitieuze maar ook ‘realistischer’ Kaderrichtlijn Water, ontwikkeld in nauwe samenwerking met waterpartners. Realistischer kan betekenen dat richtlijnen worden afgezwakt. De ervaring met het stikstofdossier is dat dit riskant is en veel vertraging kan opleveren, wanneer beleid niet standhoudt bij de rechter.

Op het terugdringen van schadelijke stoffen zet de coalitie stevig in: Nederland neemt het voortouw in een Europees PFAS-verbod, stimuleert alternatieven en verkent een nationaal lozingsverbod. Verder moeten er bindende convenanten komen met glastuinbouw en akkerbouw om het gebruik van pesticiden terug te dringen. Vergunningen voor zeer zorgwekkende stoffen worden strenger getoetst en alleen verleend op basis van de best beschikbare technieken, om vervuiling structureel terug te dringen.

Circulair bouwen: uitwerking van beleid en budget nodig

Hoewel Nederland streeft naar een circulaire en CO₂-neutrale gebouwde omgeving in 2050 zien we daar in de praktijk nog te weinig van terug. De markt voor circulair bouwen is nog onvolwassen, investeerders zijn terughoudend en regels belemmeren innovatie. De coalitie zegt te willen zorgen dat Nederland zijn sterke positie in de schone maakindustrie verder uitbouwt, met kansen voor onder meer circulaire bouwmaterialen. Maar een concrete uitwerking ontbreekt en in de begroting is onduidelijk welk budget hiervoor is gereserveerd. Opvolging van onze oproep tot versnelling op dit vlak is daarmee onzeker.

Door ontbrekende daadkrachtige aanpak loopt het land vast

Uit het regeerakkoord blijkt veel vertrouwen in technologie. De nadruk op kernenergie, opslag van CO2 (CCS) en landbouwinnovatie is echter riskant wanneer concrete reductiemaatregelen ontbreken. Het ontbreken van een CO₂-heffing voor de industrie en de compensatie voor energie-intensieve industrie remmen verduurzaming. De Wetenschappelijke Klimaatraad stelt dat het kabinet gericht moet bepalen welke sectoren hulp bij hun verduurzaming verdienen – zoals innovatieve chemie – en welke bedrijven minder belangrijk zijn.

Heet hangijzer blijft krimp van de veehouderij. Ongeveer de helft van Nederland is in gebruik door de agrarische sector. Het overgrote deel daarvan is gericht op de productie van zuivel en vlees. De coalitie houdt voor de komende jaren vast aan vrijwillige beëindigingsregelingen. Voor halvering van de stikstofuitstoot in 2030 (het advies van Commissie Remkes) is krimp van de veestapel volgens het Planbureau voor de Leefomgeving onvermijdelijk. Maar ook voor het aanpakken van veel andere – hiervoor in dit artikel genoemde – opgaven is dit onvermijdelijk, gezien de grote schaarste aan fysieke ruimte en milieuruimte in Nederland. Neem de melkveehouderij, verantwoordelijk voor ongeveer 40% van de ammoniakemissie uit de landbouw en met een relatief hoog waterverbruik. De methaanuitstoot omvat zo’n 7% van de totale uitstoot van broeikasgassen in CO2-equivalenten. Door uitspoeling van stikstof en fosfor voldoet in zo’n 44% van de Nederlandse wateren de biologische waterkwaliteit niet, als direct gevolg van meststoffen uit de landbouw.

Afgezien van deze nadelen is het landgebruik met de productie van vlees en zuivel verre van efficiënt. De voedselrendabiliteit van plantaardige eiwitten is twee tot vijf keer hoger dan die van dierlijke eiwitten. Ofwel: met plantaardige alternatieven hebben we vele malen minder ruimte in Nederland nodig voor de productie van ons voedsel. De productie van vlees en zuivel heeft daarbij een zeer beperkte bijdrage aan de economie in verhouding tot de benodigde fysieke ruimte en milieuruimte. Grofweg twee derde van de productie is bovendien bestemd voor de export. Reductie van de veehouderij en extensivering van de landbouw hoeven al met al geen enkele consequentie te hebben voor het voeden van de bevolking in Nederland of wereldwijd wanneer plantaardig voedsel wordt gestimuleerd, gecombineerd met de innovaties waar Nederland sterk in is. Schaalverkleining kan onder bepaalde voorwaarden bovendien kansen bieden voor behoud of groei van werkgelegenheid in de landbouw.

Het kan wel

Het zojuist besproken voorbeeld laat zien dat er met voldoende lef en visie volop alternatieven zijn voor de huidige koers op ruimtelijk gebied. Steviger sturing en inzet op een overkoepelende aanpak en uitvoering is nodig. Niet alleen voor een gezonde, duurzame leefomgeving en andere doelen die bijdragen aan brede welvaart (zoals het creëren van woningen). Ook nationale rechterlijke uitspraken en EU-deadlines – vooral voor stikstof (2030) en waterkwaliteit (2027) vragen hierom.

We zien dat de huidige coalitie voornamelijk kiest voor flexibele, technologische en minder juridisch harde maatregelen, waardoor structurele conflicten ontstaan tussen wat Nederland moet doen en wat de coalitie van plan is. Met de daarmee ontstane onzekerheid over het behalen van doelen op het gebied van stikstof, klimaat en waterkwaliteit raken een toekomstbestendige economie en versnelling van de (circulaire) woningbouw uit zicht. Alle pijlen richten op een gezondere duurzamere leefomgeving: het kan wel, maar vergt moed.

Contact

Elske Wits 06 29 38 93 43

Ontvang nieuws van Platform31

Nieuws, publicaties en bijeenkomsten van Platform31 automatisch in jouw mailbox?

"*" geeft vereiste velden aan