Betaalbare ruimte voor ondernemerschap in de wijk
Hoe woningcorporaties de leefbaarheid, werkgelegenheid en sociale cohesie in kwetsbare buurten kunnen versterken.
Het rapport legt de focus op het verschil tussen ondernemerschap vanuit huis en ondernemerschap vanuit een winkel- of bedrijfspand.
Een aantal belangrijke verschillen:
Het rapport bevat op verschillende aspecten van wijkeconomie beleidstips. Hieronder een selectie.
Focus niet te veel op clustereffecten wanneer je wijkeconomie wilt stimuleren.
Mede-auteur Emma Folmer: “Een winkel met inloopfunctie is een ander type bedrijf dan een bedrijf aan huis. Er staat een ander type ondernemer aan het hoofd, met andere behoeftes. Ons rapport biedt een inkijk in de diverse vormen van bedrijvigheid die in de buurt aanwezig zijn, en strekt zich uit voorbij de direct zichtbare bedrijvigheid. Beleidsmakers moeten rekening houden met maatwerk. Dat is een van de belangrijkste lessen uit het rapport.”
Folmer: “Het rapport pleit voor een visie op wijkontwikkeling waarin ondernemers een vaste plek krijgen. Ondernemers in een winkel- of bedrijfspand zijn vaak geen bewoners, maar dragen wel bij aan een prettige leefomgeving, aan het voorzieningenniveau, en maken zich heel vaak sterk voor de publieke ruimte in de buurt. Het is daarom goed om de buurt ook door hun ogen te bekijken.”
Mede-auteur Anne Risselada: “Gemeenten richten hun economisch beleid vaak in op het aantrekken van grotere bedrijven. Vanuit de ruimtelijke ordening krijgt het toevoegen van economische bestemmingen in de woonwijk vaak de laagste prioriteit. Zowel ambtenaren bij economische zaken als bij ruimtelijke ordening moeten ervoor pleiten dat de wijkeconomie op de beleidsagenda blijft, en doen er goed aan hier lokale ondernemers bij te betrekken.”
"*" geeft vereiste velden aan
Het rapport is het resultaat van het Kennis voor Krachtige Steden-onderzoek ‘Bedrijvige wijken in bedrijvige steden: een onderzoek naar een nieuw economisch elan in stedelijke woonwijken’. De onderzoekscasussen waren Amsterdam, Dordrecht, Leiden, Utrecht en Zoetermeer. De auteurs van de publicatie zijn Emma Folmer (Universiteit van Amsterdam) en Anne Risselada (Universiteit Utrecht). Penvoerder en programmaleider van het onderzoek is prof. dr. Robert Kloosterman (Universiteit van Amsterdam). Het onderzoeksteam bestond verder uit prof. dr. Jan Rath (Universiteit van Amsterdam), Dr. Veronique Schutjens (Universiteit Utrecht) en prof. dr. Frank van Oort (Universiteit Utrecht).