Van gemengde wijk naar inclusieve wijk

Ten tijde van het Grotestedenbeleid bestond brede consensus over het waarom en het hoe van de stedelijke vernieuwing. Partijen vonden elkaar op brede thema’s, zoals bestrijding van kansarmoede. Ook was er consensus over de oplossingsrichtingen. Sociale huurwoningen zijn op grote schaal vervangen door middeldure huur- en koopwoningen, met als doel meer gemengde woonmilieus te creëren. En er is werk gemaakt van sociale en economische programma’s om kwetsbare groepen meer perspectief te bieden om mee te doen in de samenleving. Het Grotestedenbeleid is – vooralsnog – het laatste hoofdstuk waarin van rijkswege is ingezet op het voorkomen van buurtverval.

De roep om gemengde woonmilieus en sociale menging, is na de afbouw van het Grotestedenbeleid (vanaf 2012) verstomd. Ingegeven door de transformaties en decentralisaties in het sociaal domein, is het werken aan gemengde wijken ingeruild voor het ideaal van de ‘inclusieve wijk’. Het beleidsdiscours van de inclusieve wijk komt tegemoet aan de toegenomen instroom van ‘kwetsbare mensen’ in wijken met betaalbare huurwoningen. Het gaat dan om zorgdoelgroepen, zoals uitstromende cliënten uit de geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang, maar ook om ouderen die langer thuis wonen en kampen met toenemende gebreken, zoals dementie. Ook statushouders, arbeidsmigranten, ex-gedetineerden, mensen met een verslavings- of schuldenverleden en spoedzoekers, bijvoorbeeld mensen vanwege van een scheiding een woning nodig hebben, worden tot deze groep gerekend.

Wat de inclusieve wijk in de praktijk betekent, en hoe deze kan worden gerealiseerd, laat zich lastig concretiseren. Partijen vinden elkaar op de positieve lading van het begrip; op stedelijk niveau wordt het veelal verbonden met het beleidsideaal van de ‘ongedeelde stad’ – zonder dat deze begrippen worden vertaald in beleidsmaatregelen of interventies. In de praktijk betekent de aandacht voor inclusieve wijken een sterke nadruk op individuele zorg, zeker in de eerste jaren na de transitie in 2015. Gaandeweg groeit in het zorgdomein wel de aandacht voor de sociale omgeving waarin cliënten verkeren. Toch gaat de verschuiving van beleidsaandacht naar het individuele niveau (‘achter de voordeur’) ten koste van de aandacht van gemeenten, corporaties en instellingen voor de leefbaarheid en het leefklimaat in het publieke domein. Veel minder dan voorheen, houden beleid en praktijk zich bezig met het functioneren van de wijk als systeem.