Leefbaarheid blijft fragiel

Eind 2016 onderzoekt Platform31 de staat van de leefbaarheid in wijken die de afgelopen decennia als kwetsbaar of problematisch zijn aangemerkt, met behulp van de Leefbaarometer. Het rapport Kwetsbare wijken in beeld (2017) laat zien dat de leefbaarheid in veel wijken, conform de landelijke trend, sinds 2002 langzaam maar gestaag verbeterde. Maar vanaf 2012 stokt de stijgende lijn bij het merendeel van deze wijken, in tegenstelling tot de rest van Nederland. Voor meer dan de helft van de bewoners van wijken die de afgelopen vijftien jaar in beeld waren als aandachts-, probleem-, of prioriteitswijk, was de verbetering in 2014 weer verleden tijd. Wat in wijken die een terugval vertonen vooral niet goed lijkt te gaan, is de ontwikkeling van overlast en criminaliteit. Ook een incourante woningvoorraad maakt een wijk kwetsbaar voor verval.

Kwetsbare wijken in beeld

Concentraties van kwetsbare huishoudens

Kwalitatief verdiepend onderzoek in twaalf stadswijken wijst uit dat in veel wijken bevolkingsgroepen uiteengroeien door verschillen in inkomen, opleiding, etniciteit en participatie op de arbeidsmarkt. De scheiding van wonen en zorg, de instroom van cliënten uit de maatschappelijke opvang en de ggz en de toewijzing van woningen aan statushouders, treffen deze wijken relatief sterk. Wijkteams, die zijn opgezet in het kader van de decentralisaties in het sociale domein, zijn nog niet overal goed ingeregeld. Door de instroom van kwetsbare mensen groeit de druk op de sociale infrastructuur, terwijl op het terrein van samenlevingsopbouw fors gesaneerd is.

In de onderzochte wijken kwam de fysieke vernieuwing vrijwel volledig tot stilstand. Corporaties – destijds de belangrijkste investeerder in aandachtswijken – renoveren mondjesmaat sociale huurwoningen, maar bedienen geen middengroepen meer. Marktpartijen investeren nauwelijks in deze wijken. Het werken aan gemengde wijken is verleden tijd. Door de herziening van de Woningwet is het volkshuisvestelijk instrumentarium bot geworden. Zowel gemeenten als corporaties en instellingen verliezen door reorganisaties en bezuinigingen het leefklimaat van kwetsbare wijken uit het oog. Gebiedsgerichte teams worden afgeschaald en visievorming kwam tot stilstand. Lokaal opgebouwde kennis, samenwerkingsverbanden en uitvoeringspraktijken eroderen.

Toenemende verschillen

Eind 2017 publiceert het ministerie van BZK nieuwe Leefbaarometer-cijfers over het peiljaar 2016. Hoewel de leefbaarheid in Nederland tussen 2014 en 2016 gemiddeld geleidelijk verbetert, zijn zowel tussen steden als tussen buurten binnen steden grote verschillen zichtbaar. Sommige buurten die de afgelopen jaren een neerwaartse lijn vertoonden, klimmen weer op, terwijl andere verder afglijden. In onder meer Breda, Oss, Rotterdam, Schiedam en Utrecht groeit in deze periode de kloof tussen buurten met een onvoldoende en buurten met ruim voldoende leefbaarheid. In onder andere Den Haag, Groningen, Hoorn, Leiden en Zaanstad verbeterde de leefbaarheidssituatie in buurten die in 2014 een onvoldoende scoorden (of ze bleef gelijk), maar de verbetering blijft achter ten opzichte van gebieden met een voldoende of goede leefbaarheid.

In het najaar 2018 publiceert Aedes het rapport Veerkracht in het corporatiebezit. Kwetsbare bewoners en leefbaarheid (pdf). Op basis van analyse van de Leefbaarometer, CBS-data en de Woonzorgwijzer trekken onderzoekers van Rigo vergelijkbare conclusies als Platform31 een jaar eerder. De instroom van kwetsbare huishoudens trekt een wissel op de leefbaarheid van buurten met veel corporatiebezit. Gezinnen vertrekken uit deze buurten, waardoor het cement van de wijk verdwijnt. In buurten waar de leefbaarheid al minder goed is lijkt een negatieve spiraal te ontstaan; daar neemt de omvang en de complexiteit van de problemen verder toe. In dezelfde periode presenteert USP het resultaat van een enquête onder bewoners en corporatiemedewerkers over de leefbaarheid in wijken. Onder beide groepen heerst een somber beeld: men verwacht een achteruitgang van de leefbaarheid in hun buurt.