Sociale woningstelsel

Veertig procent van alle woningen in Nederland is een huurwoning. De totale omvang van de huursector in Nederland 3,3 miljoen. Daarvan is 2,3 miljoen in bezit van woningcorporaties. Het overgrote deel van hun woningen zijn gereguleerde sociale huurwoningen met een huurprijs onder de 737,14 euro (prijspeil 2020). Er zijn ook particuliere verhuurders die woningen onder de liberalisatiegrens aanbieden. Zo’n 80 procent van alle sociale woningen is eigendom van woningcorporaties. De overige 20 procent is eigendom van particuliere of commerciële bedrijven met een winstoogmerk. In totaal zijn er in Nederland zo’n 2,2 miljoen sociale woningen.

Corporaties zijn de grootste speler op de sociale woningmarkt. 81 procent van alle sociale woningen is eigendom van woningcorporaties. De overige 19 procent is eigendom van particuliere of commerciële bedrijven met een winstoogmerk. Woningcorporaties hebben hiervan 2,2 miljoen huurwoningen in bezit. Dit is een daling van 4,5% ten opzichte van 2005.

Corporaties hebben ook woningen boven de liberalisatie grens. Dat zijn er zo’n 200.000. Dit zijn de geliberaliseerde of vrije sector huurwoningen.

  • 7,8 miljoen woningen in Nederland (2019)
    3,3 miljoen huurwoningen (42%) – 3,3 miljoen huurwoningen (42%)
  • 3,3 miljoen huurwoningen in Nederland (2019)
    2,3 miljoen in corporatiebezit (70%) – 1 miljoen van overige verhuurders (30%)

Bronnen: CBS Statline en CBS Statline

Verhuurderheffing

Verhuurders die meer dan 50 huurwoningen bezitten, betalen een heffing over de WOZ-waarde van de huurwoningen. Het gaat hierbij om huurwoningen waarvan de huur niet hoger is dan de liberalisatiegrens van € 737,14 (prijspijl 2020). Deze heffing maakt deel uit van de maatregelen in het Woonakkoord. De grens stond aanvankelijk op 10 huurwoningen. Die is per 10 december 2016 opgetrokken naar 50 woningen via de Wet Maatregelen Woningmarkt 2014 II.

In 2020 is de verhuurderheffing 0,562%. Dit tarief loopt op tot 0,563% in 2022. Vanaf 2023 is het tarief 0,537%. De heffing wordt berekend over de totale WOZ-waarde van de woningen, verminderd met 10x de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen. Verhuurders betalen minder verhuurderheffing als ze investeren in: het omvormen van bijvoorbeeld kantoren, scholen of zelfs kerken tot woningen; sloop in krimpgebieden; in sloop, nieuwbouw of verbouw in Rotterdam-Zuid.

Saneringsheffing

Toegelaten instellingen kunnen een beroep doen op steun van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) ter bevordering van een sanering (saneringssteun). De steun van het CFV wordt – voor zover zijn middelen ontoereikend zijn – bekostigd uit middelen, opgebracht door een heffing bij toegelaten instellingen. Het CFV verleende de noodlijdende woningcorporatie Vestia financiële steun van zo’n 675 miljoen euro. De CFV verleende ook aan andere woningcorporaties financiële steun en zij vulde haar financiële reserves aan. In totaal inde zij ongeveer 1 miljard euro. Om dit te bekostigen moeten alle woningcorporaties sinds 2013 een saneringsbijdrage tussen de 1 en 5 procent betalen.

Huurstijgingen

De huurprijzen op de sociale woningmarkt zijn mede door de verhuurderheffing in de jaren 2013, 2014, 2015 en 2016 aanzienlijk boven inflatie gestegen (zie tabel). In 2019 is de gemiddelde huurstijging op de sociale woningmarkt lager dan inflatie.

Tabel: gemiddelde jaarlijkse huurverhoging en inflatie in de periode 2009 t/m 2019.

huurverhoging-2009-2019

Bron: CBS Statline: Consumentenprijzen, huurverhoging woningen

  • Lees meer over betaalbaarheid en huurprijsontwikkelingen van de sociale woningmarkt op deze pagina