Inburgering in de regio: samen pionieren

Hoe krijg je vergunninghouders aan het werk? Dat is de hamvraag waar menig gemeente mee worstelt. Het inburgeringsstelsel van de afgelopen jaren is hierin onvoldoende effectief geweest. Gemeenten hebben sterke behoefte aan regie geuit bij het inburgeren van nieuwkomers en daar wordt met de ‘Veranderopgave Inburgering’ landelijk gehoor aan gegeven. Maar wat betekent dit straks voor de rol van gemeenten? En met wie kan je samenwerken om nieuwe inwoners een passende plek in je gemeente te geven en via werk deel te maken van de maatschappij?

De praktijk is namelijk vaak weerbarstiger dan gedacht. Net als mensen die in Nederland geboren zijn is de doelgroep van nieuwkomers verschillend. Niet iedereen groeit bijvoorbeeld uit tot succesvol ondernemer. Verschillende vluchtelingen hebben verschillende oplossingen nodig en gemeenten willen dan ook maatwerk kunnen bieden. Samen met het NOVA College in Haarlem verzorgde Platform31 een workshop op het Divosa congres ‘Vluchtelingen aan het werk’ in Amersfoort (15 oktober 2018). Door met elkaar met een casus aan de slag te gaan kwamen we tot ideeën voor hoe gemeenten dit aan kunnen pakken.

De casus in het kort

Een alleenstaande moeder (27 jaar, kind 2,5 jaar) is in 2015 vanuit Eritrea naar Nederland gekomen. Ze heeft in Eritrea enkel de basisschool afgerond en altijd voor haar familie gezorgd. Momenteel ontvangt ze een bijstandsuitkering en is ze bijna klaar met haar inburgering. Ze is al een jaar aan het solliciteren, zonder succes. Ze heeft niet echt een beroepsbeeld, werken in de zorg lijkt haar wel leuk en ze wil graag meer contact met Nederlanders.

  • Vraag: hoe kan de gemeente haar helpen met het vinden van een baan? Welke randvoorwaarden zijn hiervoor nodig, welke instanties en wie neemt de regie?
  • Leer eerst de persoon kennen
    Veel genoemd werd dat je eerst meer moet weten van de persoon zelf. Hiervoor kan je het gesprek aangaan, zodat je inzicht krijgt in interesses en wat zij al geprobeerd heeft. Verder helpt het als je iemand betrekt bij de eigen situatie. Om meer te weten te komen over motivatie, potentie en mogelijke beroepen zijn verschillende ideeën genoemd. Behalve een test kan je de vergunninghouder meenemen naar banenmarkten (ook voor vrijwilligerswerk), of je kan snuffelstages organiseren vanuit het netwerk van de gemeente.
  • Gebruik het sociale netwerk
    Mensen ontdekken kansen via hun directe omgeving, ook voor werk. Tegelijk kan je hier veel praktische barrières wegnemen, zoals het verdelen van de zorg voor kinderen binnen een vriendinnengroep. Belangrijk voor vergunninghouders zijn dus ook de informele activiteiten, zoals hobbyclubjes of via een ‘integratiediner’. Daarnaast bieden maatjes (met een vergelijkbare achtergrond, een vergunninghouder afkomstig uit hetzelfde land maar al langer in Nederland is) een kans om de Nederlandse taal en normen en waarden te leren op een toegankelijke manier.
  • Begin met wat wel kan
    Een vergunninghouder die houdt van koken, kan bijvoorbeeld ervaring opdoen als mantelzorger, met als bonus dat ze de taal leren van degene voor wie ze mantelzorgen. Veel genoemd is ook ‘Broodje Aap, Linke soep’ waar mensen direct aan de slag kunnen en werknemersvaardigheden opdoen. En bij het Friesland College biedt de flex-entree opleiding een opstapje naar het mbo.
  • Verdeel de regie
    Vergunninghouders hebben behoefte aan persoonlijke en intensieve begeleiding. Ze weten soms niet wat ze moeten met de vraag: wat wil je worden? Wettelijk zijn mensen zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en hebben dus zelf de regie. In de praktijk blijkt echter dat een vergunninghouder niet weet hoe hij of zij de regie zelf moet oppakken. Een consulent kan daarbij steun bieden. Soms zien we de regie het liefst bij een partij, maar bij concrete voorbeelden zien we dat je iemand niet alleen met je eigen aanbod kan helpen. Tijdens de workshop werd de regierol dan ook in verschillende combinaties toebedeeld aan de gemeente, maatschappelijke organisaties, professionals of de persoon zelf (al dan niet ondersteund). Ook werden werkgevers genoemd die bereid zijn om te helpen met huisvesting, waardoor reistijd en de zorg voor kinderen geen belemmering meer hoeft te zijn. Wanneer een vergunninghouder moeite heeft met het nemen van de eigen regie, is het verstandig dat dit in eerste instantie uit handen genomen wordt. Het uiteindelijke doel is dan wel om de regie geleidelijk van een officiële instantie over te dragen aan de vergunninghouder zelf.

Een voorbeeld waar dit al gebeurt is het NOVA college in Haarlem. Hier heeft de onderwijsinstelling samen met de casemanager de regie opgepakt om vergunninghouders toe te leiden naar werk in de zorg. Maar behalve deze partijen spelen werkgevers, inburgeraars, vluchtelingenwerk en het sociale netwerk van de vergunninghouder (bijvoorbeeld vriendinnen) een rol. De grote vraag naar arbeidskrachten in deze sector helpt bij het maken van afspraken met zorgcentra die belangrijk zijn voor het aanbieden van praktijkervaring. Vergunninghouders volgen eerst een voortraject dat hen klaarstoomt voor een zorgopleiding. Tijdens het voortraject wordt er gesproken over de zorg in Nederland, culturele verschillen, wordt gewerkt aan de taal en krijgen de vergunninghouders een idee van werken in de zorg door middel van een korte stage. In het voortraject wordt rekening gehouden met de andere verplichtingen van de inburgeraar, zoals verplichte taallessen op vaste tijden. Als het voortraject met succes is afgerond volgt de opleiding. Studenten volgen een opleidingstraject van 3 jaar (BBL en BOL). De vergunninghouder wordt ook begeleid bij praktische zaken, zoals het regelen van kinderopvang of behoud van bijstand gedurende de opleiding. Tot slot biedt het ROC sollicitatietrainingen aan en ondersteunt bij taal op de werkvloer. Met aandacht voor al deze aspecten lukt het om de vergunninghouders klaar te stomen voor werk in de zorg, maar het gaat niet vanzelf. Om dit voor elkaar te krijgen moet je pionieren met elkaar, buiten de kaders denken en bedenken waarmee je elkaar kan helpen in de regio.

workshop-vergunninghouders