Innovatie

Innovatie is een van de vier sleutelvariabelen om te komen tot een hogere arbeidsproductiviteit. Een lage economische groei, vergrijzing, daling van de beroepsbevolking, aflopende aardgasbaten en de oplopende kosten van de zorg, wonen en oudedagvoorzieningen vragen om een toename van de arbeidsproductiviteit die de Nederlandse welvaart veilig kan stellen.

Vanuit de internationale literatuur en technologiegeschiedenis is bekend dat relatief veel markt-, product- en sociale innovaties tot stand komen door buitenstaanders, start-ups en kleine bedrijven. Deze innovatieve groep starters en kleine bedrijven is niet omvangrijk, maar wel heel belangrijk. De kleine, innovatieve bedrijven specialiseren zich, bedienen nichemarkten, richten zich op de ontwikkeling, design, regie en marketing van nieuwe producten en diensten, en proberen nieuwe ideeën uit. De nieuwe concurrentieverhoudingen en de globalisering vergroten de behoefte aan experimenterende, en relatief kleine bedrijven die de risico’s durven, willen en moeten nemen in allerlei niches van de industrie, handel, zakelijke dienstverlening en persoonlijke diensten.

En ook het bestaande bedrijfsleven – groot en klein – zal moeten vernieuwen en innoveren om fit te blijven voor de toekomst. Regio’s die het ecosysteem en ondernemersklimaat bieden waarin ambitieuze ondernemers kunnen floreren, zijn de koplopers van de toekomst.

In dit deel van het kennisdossier Economische veerkracht geven publicaties, projecten en nieuwsberichten een overzicht van innovatieve trends en ontwikkelingen.

Publicaties

Ecosystemen en regionaal DNA

Interview met Erik Stam (Universiteit Utrecht), Bas van der Starre en Jan Peter van den Toren (Birch).

Een regio wordt gevormd door haar geschiedenis en locatie. Dit DNA maakt haar onderscheidend ten opzichte van andere regio’s, geeft inzicht in waar de regio voor staat, maar is ook lastig te veranderen. De ecosysteembenadering geeft ruimte voor de specifieke
regionale omstandigheden en biedt een kader voor interventies om het ecosysteem voor ondernemerschap te verbeteren. Deze benadering is gebaseerd op decennialang wetenschappelijk onderzoek en is een methode om regionale sterktes en zwakten te diagnosticeren. Met deze diagnose start een dialoog met de belanghebbenden van de regionale economie, want je hebt elkaar hard nodig om de regio te versterken.


Kernelementen van succesvolle innovatiemilieus

In wat voor omgeving gedijt innovatie het best? Deze vraag proberen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Ruimtevolk te beantwoorden door een verkenning van vijf innovatiemilieus: de High Tech Campus in Eindhoven, Healthy Ageing Campus in Groningen, Kennispark Twente, de Binnenstad van Amsterdam en Rivium in Capelle aan den IJssel. Volgens PBL en Ruimtevolk is er in een succesvol innovatiemilieu sprake van lokale dynamiek, die wordt gevoed door internationale verbindingen en wordt de ondernemersgeest gevoed door een ambitieus ondernemend ecosysteem. Daarnaast ligt een succesvol innovatiemilieu doorgaans in een regio die een diverse stedelijke omgeving biedt, heeft het een sterk merk en vergt het behoorlijke organisatie tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid.


Kansrijk innovatiebeleid

Het CPB geeft in dit rapport een overzicht van nationaal beleid ter bevordering van innovaties in Nederland. Er worden drie beleidsmaatregelen vanuit de overheid besproken: wet- en regelgeving (bijvoorbeeld eigendomsrechten), beleid rondom de financiering van innovaties (onder andere belastinginstrumenten) en beleid waarbij de overheid een organiserende rol heeft (bijvoorbeeld financiering van universiteiten en het topsectorenbeleid). Dit innovatiebeleid van de overheid moet ervoor zorgen dat de toegang tot kennis wordt vergroot, en innovatie de juiste prikkel geeft.



Aandacht voor het MKB in het bedrijvenbeleid

Deze publicatie van Panteia bekijkt generiek en specifiek bedrijvenbeleid en houdt drie regelingen tegen het licht: de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT). De WBSO heeft de bedoeling om het innovatievermogen en de concurrentiepositie van bedrijven te versterken. De GO-regeling is gericht op het stimuleren van de verstrekking van bancaire leningen aan middelgrote bedrijven. Tot slot, is de MIT-regeling in het leven geroepen om het MKB meer bij de innovatieplannen en -activiteiten van de topsectoren te betrekken. Meer dan 50 procent van het MIT-budget, 72 procent van het WBSO-budget en 92 procent van het GO-budget komt bij het MKB terecht.


Ruimte voor de stad als groeimotor

Deze publicatie van de Universiteit Utrecht neemt de woon- en werkdynamiek in de Randstad onder de loep. Van Oort en zijn collega’s concluderen dat het woon- en werkbeleid nog onvoldoende op elkaar zijn afgestemd, en ook niet op de agglomeratievoordelen van de grootste steden. Deze conclusie wordt getrokken op basis van zeven onderzoeken, reikend van ‘de aantrekkelijke stad voor iedereen?’ en ‘woon- en werkdynamiek in de Noord- en Zuidvleugel’ tot ‘concurreren op agglomeratie en kennis’ en ‘woon en RO-beleid en wat bedrijven beweegt’. Er worden beleidsimplicaties geformuleerd voor de woningmarkt, het ruimtelijke ordenings- en bedrijfshuisvestingsbeleid, hoogwaardig arbeidsmarktbeleid, toegankelijkheid en stedelijke netwerken.


Kansen voor de circulaire economie in Nederland

In dit rapport inventariseert TNO de kansen en belemmeringen voor stappen richting een meer circulaire economie. Het biedt een handelingsperspectief voor met name de overheid om deze stappen te versnellen. De gesuggereerde acties voor de overheid lopen uiteen van het creëren van interdepartementale, consistente strategieën en maken van integrale afwegingen van voor- en nadelen van bestaande (afval)wet- en regelgeving tot het onderzoeken van de effectiviteit van fiscale en financiële prikkels om circulair gedrag te bevorderen en het verhogen van kennis en bewustzijn van grondstofaspecten in de waardeketen.


Noodzaak en kans voor groen industriebeleid in de
Nederlandse economie

De WRR houdt in deze publicatie een pleidooi voor beleid dat moet leiden tot de vergroening van de Nederlandse economie. In haar empirische analyse betrekt de WRR hierbij zogenaamde ‘groene banen’, milieubeleid, innovatie, productiviteit, concurrentievoordelen en marktkansen. De WRR schetst mogelijkheden voor generiek beleid, gericht op de randvoorwaarden waaronder de Nederlandse economie kan vergroenen (bijvoorbeeld het afbouwen van perverse prikkels, zoals milieuschadelijke subsidies) en voor specifiek beleid, hier: ‘groen industriebeleid’. Geconcludeerd wordt dat generiek en specifiek beleid niet los van elkaar staan.


Naar een lerende economie

“Innoveren is (…) een permanent proces van schaven en bijstellen waarbij iedereen betrokken is: werknemers van hoog tot laag, toeleveranciers, en zelfs klanten”, zo stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in dit rapport. Constante veranderingen vragen om een transitie naar een economie waarin voortdurend wordt geleerd. De eerste hoofdstukken schetsen een kader waarin de stand van zaken op het gebied van leren in de Nederlandse economie, en specifiek in de overheid, wordt behandeld. Daarna volgt een analyse van het innovatievermogen van Nederland en wordt een nieuw innovatiebegrip geopperd, waarin onder meer absorptievermogen en netwerken als middelen worden genoemd. In het laatste deel van het rapport volgen vier aanbevelingen: 1) kennis moet meer kunnen circuleren; 2) het onderwijs moet in kwaliteit worden verbeterd en meer differentiëren; 3) leren moet centraler komen te staan binnen werkorganisaties; 4) om voorgaande punten te kunnen verwezenlijken moet er meer speelruimte komen op regionaal niveau, moeten landelijke instituties beter worden ingericht naar de opgaven van de komende tijd en moeten de instituties responsief zijn ten opzichte van grensoverschrijdende risico’s.


Strategische agenda innovatieve topregio’s

In deze publicatie worden vier met elkaar samenhangende strategieën door Platform31 voorgelegd om de concurrentiepositie van Nederland en van Nederlandse regio’s te versterken. Deze strategieën zijn gebaseerd op tientallen gesprekken met beleidsmedewerkers en wethouders uit grote en middelgrote steden en met deskundigen en medewerkers van het ministerie van Economische Zaken. Zij luiden als volgt: 1) het topsectorenbeleid dient effectief en regionaal te worden ingebed; 2) lokaal ondernemerschap dient maximaal te worden benut; 3) de regionale Human Capital Agenda dient te worden vernieuwd; 4) groene groei dient te worden gemaximaliseerd.

  • Van Dijken, K., van Ooijen, D., Mengde, A., Dorenbos, R., & Reijnders, A. (2012). Strategische agenda innovatieve topregio’s.

Practices

City Deal: Voedsel op de stedelijke agenda

In oktober 2015 presenteerde het Nederlandse kabinet een nationale voedselagenda in de ‘Kamerbrief over de voedselagenda voor veilig, gezond en duurzaam voedsel’. Stedelijke gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol omdat zij voor de nationale voedselagenda de vertaling kunnen maken naar het lokale niveau en de uitvoering hiervan. Succesvol voedselbestuur is daarom sterk afhankelijk van gemeenten, qua rolneming en inhoud.

In dit kader starten vier ministeries (EZ, BZK, VWS, OCW), twaalf gemeenten (Amsterdam, Almere, Den Haag, Ede, Groningen, Leeuwarden, Den Bosch, Venlo, Helmond, Utrecht, Oss, Rotterdam) en twee provincies (Gelderland, Noord-Holland), met betrokken partners vanuit kennisinstellingen en bedrijfsleven, de City Deal ‘Voedsel op de stedelijke agenda’. De deelnemende steden streven er naar om het Nederlandse voedselsysteem te verbeteren door nauwe samenwerking met Rijkspartijen, kennisinstellingen en bedrijfsleven en bovendien van elkaar te leren in deze City Deal.


City Deal: Health Hub

Deze City Deal beoogt gezond (stedelijk) leven te stimuleren, via een meer samenhangende en innovatieve aanpak van complexe gezondheidsvraagstukken en versterking van de Utrechtse (en Nederlandse) gezondheidsgerelateerde economie.

Betrokken partijen bij deze City Deal: de gemeenten Utrecht, De Bilt, Driebergen-Zeist, Nieuwegein, Woerden, Stichtse Vecht, Vianen, Bunnik, IJsselstein en Houten, de Provincie Utrecht en ministeries van EZ, VWS, I&M en OCW. Partners: Utrecht Science Park, Economic Board Utrecht, RIVM, TNO, Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, Hogeschool Utrecht, Hogeschool voor de Kunsten, Sint Antonius Ziekenhuis, Saltro Diagnostic and Medical Services BV.


SAEYS Brainport DTW opening GT5R3443