2.6. Groeiende interesse verbinding tussen platteland en stad

De noodzaak om problemen bij de naam noemen en de wens om een positief verhaal te bieden voor de toekomst leveren voor krimpregio’s een spanningsveld op. Nu het bewustzijn van de problematiek van bevolkingsdaling in de meeste regio’s op peil is, groeit de behoefte aan een positief verhaal waarin regionale kwaliteiten perspectief bieden voor de toekomst. Steeds vaker wordt de complementariteit tussen de verschillende Nederlandse regio’s geïdentificeerd als onderdeel van dit positieve verhaal. Hier wordt vaak over geschreven in termen van ‘verbinding tussen stad en platteland’, maar de denkwijze hierachter is voor alle krimpgebieden relevant. Dit idee is gestoeld op het inzicht dat de kracht van Nederland juist schuilt in de diversiteit tussen regio’s. In aanvulling op de hulpvraag die krimpregio’s formuleren, zet dit ook aan tot nadenken over een aanbod; welke onderscheidende kwaliteiten hebben krimpgebieden? Wat kunnen de krimpregio’s het land als geheel te bieden? Platteland en krimpgebieden zijn vaak sterk in sectoren als recreatie en toerisme, industrie of voedselproductie. Vraagstukken als de energietransitie en klimaatadaptie, die een zeker ruimtebeslag hebben, hebben de potentie om landelijke of perifeer gelegen gebieden steviger op de kaart te zetten. De grote verschuivingen in een aantal van deze domeinen – denk bijvoorbeeld aan de transitie in de landbouw en energiesector – biedt aanknopingspunten voor een nieuwe dynamiek tussen verschillende Nederlandse regio’s.

Overheden zien kansen
Verschillende overheden vragen aandacht voor de manier waarop stad en platteland en krimp- en groeigebieden elkaar kunnen versterken, in plaats van over deze gebieden te denken als twee aparte werelden. Zo heeft het ministerie van BZK het in haar Actieplan Bevolkingsdaling (2016) over stad en platteland als ’één ruimtelijk-economisch netwerk’. Daarin dragen zij gezamenlijk bij aan de economische vitaliteit van een regio. De provincies die te maken hebben met bevolkingsdaling omschrijven stad en ommeland als een “daily urban system” waarin gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt (Nederland in Balans (2017)). Door deze sterke verwevenheid functioneert Nederland in feite als één grote netwerkstad. In deze redeneringen van het ministerie en de provincies komt het idee van de wederzijdse afhankelijkheid tussen de Nederlandse regio’s sterk terug. Omdat zij onderling verbonden zijn, leidt een impuls voor de krimpregio’s tot een impuls voor heel Nederland, aldus de provincies. De P10 benoemt het ‘samenspel met de stad’ in haar Strategische agenda als éen van de vier programmalijnen. Zij zien een aantal concrete kansen voor het platteland, zoals het bieden van rust en ruimte en het zorgen voor economische dragers als voedsel, natuur, duurzame energie en recreatie.

Stedenbanden
De gemeente Amsterdam is 2010 stedenbanden aangegaan met de krimpgemeenten Delfzijl, Sluis en Heerlen. De initiatiefnemer hiervan, toenmalig burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan, was ervan overtuigd dat deze gebieden echt iets voor elkaar kunnen betekenen. Het idee was om samen uit te zoeken waar de toegevoegde waarde van de samenwerking precies in schuilt en hoe deze te benutten. Het bijzondere van deze stedenbanden is dat zij niet alleen een symbolische functie hebben, maar dat de gemeenten samen inhoudelijke activiteiten ondernemen. Zij organiseren workshops en masterclasses en ambtenaren vragen elkaar bij specifieke inhoudelijke vraagstukken om een second opinion. De stedenbanden zijn echter meer dan alleen samenwerking tussen overheden. De gemeenten betrekken initiatieven uit de samenleving, waarbij de nadruk ligt op cultuur. Zo was er een samenwerking tussen het Holland Festival en Cultura Nova en faciliteert het project Schrijvers in Sluis dat (Amsterdamse) schrijvers in Sluis in retraite gaan. Uit een evaluatie van deze stedenbanden in 2019 bleek dat alle partijen er baat bij hebben gehad. Ambtenaren waarderen de uitwisseling van kennis en de frisse blik van buiten. De culturele insteek geeft energie en plezier en zorgt dat ook de samenleving betrokken raakt. Minstens zo belangrijk is echter dat dit project aan de bewustwording dat Randstad en ‘Randland’ niet zo verschillend zijn als velen denken en dat zij veel voor elkaar kunnen betekenen.

Wetenschappelijke aandacht
Ook vanuit wetenschappelijk oogpunt wordt vaak gepleit voor het idee dat stad en platteland sterk met elkaar in verbinding staan. Het denken in tegenstellingen en stereotypen doet daarmee geen recht aan de complexe werkelijkheid. Om de ontwikkeling van duurzame landelijke en stedelijke gebieden te stimuleren, moet juist de interactie gezocht worden en moet ingezet worden op het tegengaan van ongelijkheid. Deze gebieden zijn economisch, sociaal en ruimtelijk gezien onherroepelijk met elkaar verbonden en kunnen niet los van elkaar worden gezien (UN Habitat, 2017). Hoogleraar Gert Jan Hospers laat bijvoorbeeld zien hoeveel innovatie er plaatsvindt op het platteland, bijvoorbeeld in zijn publicatie Overijssel op streek waarin hij concrete initiatieven of ‘slimme streken’ beschrijft. Ook internationaal gezien is er aandacht voor dit thema. Zo startte in juni 2017 het 4-jarige Europese ROBUST project (Rural-Urban Outlooks: Unlocking Synergies) onder coördinatie van de Universiteit Wageningen. Daarin wordt in Communities of Practice en elf Living Labs gewerkt aan het vergroten van de kennis over interactie en afhankelijkheden tussen platteland, stad en alles daar tussenin.

Daarnaast is in 2018 de Wetenschappelijke Reflectiegroep voor Bevolkingsdaling (WRB) opgericht op initiatief van het ministerie van BZK en het Kennisplatform Demografische Transitie om de verbinding tussen wetenschap, beleid en praktijk te versterken. De groep bestaat uit vijf hoogleraren (Bettina Bock, Henri de Groot, Gert-Jan Hospers, Eveline van Leeuwen en Frank Cörvers) met variërende expertisegebieden. In 2019 bracht de WRB de essaybundel Land in Samenhang uit. De leden schreven ieder vanuit een ander perspectief een essay over het huidige krimpbeleid van de overheid. De essays gaan over demografische ontwikkelingen in brede zin, en wat dat betekent voor de toekomst van Nederland. Zo pleiten de auteurs dat ‘krimp’ meer betekent dan ‘leegloop op het platteland’ en dat er een breed scala aan kansen en oplossingen is om met bevolkingskrimp om te gaan. Naast een beschouwing geven de wetenschappers ook aanbevelingen om het krimp- en groeibeleid te veranderen. Dit komt samen in het slotpleidooi, waarin zij hun individuele essays verenigen tot een gezamenlijke boodschap aan de rijksoverheid; zij dagen de rijksoverheid uit om krimp en groei in samenhang te bezien, met specifieke aandacht voor regionale kansengelijkheid.

Zoeken naar beleidsmatige invulling
Hoewel veel partijen de potentie zien van een verhaal gericht op complementariteit tussen verschillende regio’s en tussen stad en platteland, is men zoekende naar de manier waarop dit gestalte kan krijgen, bijvoorbeeld in beleid. Op welke manier kan deze potentie worden gerealiseerd? Wie neemt daarvoor het initiatief? Het ligt in de lijn der verwachting dat hierover de komende jaren meer ideeën ontwikkeld zullen worden. Biedt het idee om vanuit eigen regionale kwaliteiten met andere regio’s op te trekken kansen voor de toekomst van krimpgebieden?
.

grunnegerpower-energiecooperatie
Duurzame energie voor stad en platteland (foto Grunnegerpower)