2.4 Provincies

Provincies vervullen een belangrijke rol in de beleids- en planvorming rond het thema bevolkingsdaling. Zij hebben de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om bovenlokale afstemming tot stand te brengen en te zorgen dat er in gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen. Daarnaast zijn de provinciale kerntaken, zoals ruimtelijke ontwikkeling, regionale economie en de kwaliteit van het openbaar bestuur relevant voor krimp, omdat provincies vanuit deze inhoudelijke taken een sturende rol hebben op gemeentelijk beleid. Zo komt het voor dat provincies inzetten op gemeentelijke herindelingen of ambtelijke samenwerkingsconstructies om de slagkracht van gemeenten te vergroten. Tot slot heeft de provincie een controlerende taak als financieel toezichthouder op gemeentelijke financiën. Iedere provincie geeft uiteraard op zijn eigen wijze invulling aan deze taken.

Provincies doen echter (steeds) meer in het aanpakken van de gevolgen van bevolkingsdaling. Ze zetten zich in de uitvoering steeds actiever in om initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan het omgaan met bevolkingsdaling. Hier maken ze menskracht en financiële middelen voor vrij. Zo begon de provincie Groningen het programma ‘Gronings gereedschap’ (2014-2016) voor vernieuwende woningmarktinstrumenten. De provincie Limburg ondersteunt lokale pilots zoals de herontwikkeling van Kerkrade-Oost en de provincie Gelderland grijpt met het programma ‘SteenGoed Benutten’ de leegstand van beeldbepalende panden aan voor de aanpak van een groter gebied.

Tot slot lobbyen de provincies, ook in gezamenlijk verband, bij de rijksoverheid. De krimpprovincies trekken onder de noemer ‘K6’ samen op en vragen de aandacht van de rijksoverheid voor de situatie in de krimpgebieden. Zo pleitten zij er in hun position pape Nederland in Balans  (2017) voor meer aandacht voor de belangen van krimp- en anticipeerregio’s bij landelijk beleid. Ook vragen zij om meer financiële ondersteuning. In 2020, een jaar voor de nieuwe landelijke verkiezingen, uiten de K6 in het position paper Helemaal Nederland: te klein voor grote verschillen hun zorgen over groeiende verschillen binnen Nederland wat betreft de kwaliteit van leven. Zij vermoeden dat de grootste omslag in de effecten van bevolkingsdaling in de komende twintig jaar zal komen. Voor ontwikkelingen als vergrijzing en krimp van de beroepsbevolking zijn de krimpgebieden voorlopers. Deze transitie gaat in heel Nederland plaatsvinden. De K6 introduceren daarom de term ‘transitieregio’s’. Zij vragen nadrukkelijk aandacht voor de vernieuwingen die hier ontstaan en voor de bijdrage die deze regio’s leveren aan de landelijke welvaart.

De welvaartsverschillen binnen Nederland zijn het gevolg van beleidskeuzes, aldus de provincies. Zij zijn ervan overtuigd dat een hogere mate van gelijkheid tussen de regio’s op de lange termijn tot meer en stabielere economische groei leidt. De wensen van de K6 zijn ruwweg dezelfde als in hun paper uit 2017. Zij pleiten voor landelijke investeringen in de brede welvaart in krimpgebieden om te voorkomen dat de verschillen binnen Nederland te groot worden. Daarnaast nemen zij waar dat bestaande wet- en regelgeving nadelig werkt voor de krimpgebieden, omdat de kwalitatieve opgaven die er spelen niet met standaard verdienmodellen opgelost worden. Zij vragen regiospecifiek maatwerk voor bestaande wet- en regelgeving en voor meer aandacht voor de gebieden buiten de Randstad bij het maken van nieuwe wet- en regelgeving.