1. Bevolkingsdaling: wat is het?

De afgelopen decennia is de Nederlandse bevolking snel gegroeid: van 15 miljoen inwoners in 1990, tot ruim 17 miljoen in 2019. De komende decennia neemt de bevolkingsomvang verder toe. Recente prognosecijfers geven een groei aan van 1 miljoen inwoners (6 procent) tussen 2017 en 2040 (CBS, 2019). Binnen Nederland zien we echter grote ruimtelijke verschillen. De bevolkingsgroei wordt vooral in de Randstad verwacht, terwijl elders de bevolking juist zal afnemen of al aan het afnemen is. Wat zijn de consequenties van bevolkingsdaling voor gebieden waar dit plaatsvindt?

Verschijningsvormen

Vooral in gebieden aan de randen van Nederland, zoals Noordoost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen, de Achterhoek en Zuid-Limburg, is sprake van ‘krimp’, oftewel een afname van het aantal inwoners. Bevolkingsdaling manifesteert zich op drie verschillende manieren: een afname van het aantal inwoners, van het aantal huishoudens en van de potentiële beroepsbevolking (PBL, 2010). Hoewel deze vormen vaak met elkaar samenhangen, hebben ze verschillende oorzaken en gevolgen en komen ze in meer of mindere mate voor per gebied. Het aantal huishoudens is bijvoorbeeld van invloed op de kwantitatieve woningbehoefte. Een afname van het aantal huishoudens kan leiden tot leegstand en waardedaling, omdat woningen moeilijker verkoopbaar worden. Het totaal aantal inwoners is relevant voor de instandhouding van voorzieningen in een regio, terwijl de potentiële beroepsbevolking een indicator is van de economische vitaliteit van een gebied.

Als gevolg van een afname van het gemiddeld aantal personen per huishouden – ook wel huishoudenverdunning genoemd – is in de meeste regio’s in Nederland nog niet of nauwelijks sprake van huishoudendaling – de afname van het totaal aantal huishoudens. Maar in een aantal regio’s zal in de komende tien jaar wel huishoudenskrimp optreden. Het Rijk maakt onderscheid tussen krimp- en anticipeergebieden. In krimpgebieden is de bevolkingsdaling het sterkste. Hiertoe worden gebieden gerekend waar de bevolking naar verwachting daalt minimaal met 12,5 procent op basis van de prognoses uit 2014. In deze gebieden wordt een huishoudensdaling van 5 procent verwacht. Anticipeergebieden krijgen in de toekomst te maken met bevolkingsdaling. Gebieden waar het aantal inwoners of het aantal huishoudens tot 2040 daalt met ten minste 2,5 procent worden gerekend tot de anticipeergebieden. Volgens deze definities kent Nederland in 2019 negen krimp- en elf anticipeergebieden (zie figuur 1). In 2018 woont 7,7 procent van de Nederlandse bevolking in een krimpregio en 8,3 procent in een anticipeerregio (CBS, 2019).

kaart-krimpregio's

Figuur 1: Krimp- en anticipeergebieden (ministerie van BZK, 2019)

Naast de omvang, verandert ook de samenstelling van de bevolking in krimpregio’s. Deze gebieden worden vaak geconfronteerd met een snelle vergrijzing en ontgroening. Daarnaast is bekend dat in krimpgebieden verhoudingsgewijs veel mensen met een lage sociaaleconomische status wonen, terwijl jongeren en hoogopgeleiden vaker geneigd zijn om te vertrekken. Dit heeft gevolgen voor de omvang van de potentiële beroepsbevolking en voor het draagvlak van voorzieningen.

Waarom krimp?

Bevolkingsdaling wordt veroorzaakt door twee demografische processen: vergrijzing (stijging van het aandeel ouderen) en ontgroening (afname van het aantal jongeren). Aan deze processen liggen verschillende oorzaken ten grondslag, die grofweg kunnen worden ingedeeld in sociaal-culturele ontwikkelingen, regionaal-economische ontwikkelingen en planologische beslissingen (PBL, 2010). Sociaal-culturele ontwikkelingen zoals emancipatie en individualisering beïnvloeden vooral het geboorte- en sterftecijfer. Zo krijgen vrouwen gemiddeld steeds later en steeds minder kinderen en is onze levensverwachting sterk toegenomen.

Regionaal-economische en planologische beslissingen hebben op hun beurt gevolgen voor onder andere verhuisbewegingen en werkgelegenheid (PBL, 2010). Denk bijvoorbeeld aan buitenlandse immigranten die zich veelal vestigen in de grote steden, of jongeren die naar de stad trekken om daar te studeren en werken. Mechanisatie van de landbouw, de-industrialisatie en de opkomst van kenniseconomie leiden in verschillende regio’s tot ofwel toename ofwel afname van de werkgelegenheid. Tegelijkertijd hebben processen als globalisering en landelijk beleid de groei van grote steden versterkt, wat zijn weerslag heeft (gehad) op onder andere de gebieden aan de randen van ons land. In krimpregio’s in Nederland zien we verschillende (combinaties van) oorzaken van bevolkingskrimp voorkomen. In hoofdstuk drie gaan we verder in op de prognoses en bevolkingsontwikkeling van de krimpregio’s.

Wat zijn gevolgen van krimp?

Voor veel mensen roept het onderwerp bevolkingskrimp het (cliché)beeld op van uitgestrekte plattelandsgebieden met desolate dorpjes en vervallen gebouwen. Hoewel dit in bepaalde gebieden in het buitenland zeker de realiteit is, is hier in Nederland (nog) weinig sprake van. Bovendien is krimp niet alleen een ruraal fenomeen, maar komt het ook voor in steden. In Nederland komt stedelijke krimp momenteel al voor in Zuid-Limburg. Kortom, krimp manifesteert zich in vele vormen en op verschillende schaalniveaus.

Een daling van het inwonertal kan ingrijpende en onwenselijke gevolgen hebben voor allerlei aspecten van de leefbaarheid. Zo leidt het in bepaalde regio’s tot leegstand en waardedaling van het vastgoed, tot een afname van voorzieningen in de zorg, onderwijs en het openbaar vervoer, tot het wegtrekken van bedrijven en een afnemende slagkracht van de lokale overheid. Daarom is (toekomstige) bevolkingsdaling voor beleidsmakers, bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in het betreffende gebied vaak een reden tot zorg. De veronderstelling is dat een dalende bevolking kan leiden tot een uittocht van bijvoorbeeld jongeren en hoger opgeleiden, omdat er onvoldoende passend werk in de regio is. Als daar geen instroom van nieuwe bewoners tegenover staat, of wanneer zich vooral kwetsbare huishoudens zich vestigen in de vrijkomende woningen, dreigt een neerwaartse spiraal. In hoofdstuk vier gaan we nader in op de gevolgen van bevolkingsdaling voor domeinen als de woningmarkt, het welzijn en de economie.

Anderzijds waarschuwen de krimpregio’s vaak voor een eenzijdige, negatieve focus en voor het ontstaan van stereotype beelden van de krimpregio’s. Zij wijzen erop dat veel inwoners van krimpregio’s, ondanks de genoemde maatschappelijk opgaven, een goede kwaliteit van leven ervaren. Zo blijkt uit een studie van het Sociaal Cultureel Planbureau (2017) dat bewoners van dorpen in krimpgebieden de leefbaarheid niet negatiever waarderen dan bewoners van andere dorpen en dat ze zich relatief vaker inzetten als vrijwilliger of deelnemen aan een bewonersinitiatief. Uit een studie van het Fries Sociaal Planbureau blijkt dat er geen provincie is waar de inwoners zo tevreden zijn met hun leven (89%) of zo gelukkig zijn (92%) als in Friesland, terwijl het grootste deel van de provincie kampt met bevolkingsdaling. Economische en demografische krimp hoeven dus niet noodzakelijkerwijs te leiden tot een slechtere kwaliteit van leven.

Daarnaast is er steeds meer aandacht voor de kansen van krimp. Prof. Dr. Gert-Jan Hospers wijst in zijn essay Stad en land samen verder (2019) op de kwaliteiten van rurale krimpregio’s voor de aanpak van de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd, zoals vergrijzing en klimaatadaptatie. Daarnaast menen velen dat de ruimte en de rust die krimpregio’s bieden een waardevolle eigenschap kunnen zijn in een samenleving die gericht is op groei. Zo bieden de lagere woningprijzen kopers in krimpgebieden juist kansen om woonwensen te realiseren die in andere woningmarktgebieden niet realiseerbaar zijn. Steeds vaker hoort men daarom dat het beleid in krimpregio’s niet alleen gericht moet zijn op het omgaan met problemen, maar juist ook op het doorontwikkelen van de positieve eigenschappen en het inzetten op de kansen die dit biedt. In het volgende hoofdstuk gaan we nader in op de beleidsontwikkeling voor bevolkingsdaling, in hoofdstuk vijf presenteren we praktijkvoorbeelden van aanpakken voor het omgaan met bevolkingsdaling.

cbs-krimp-2035
CBS: Bevolkingsgroei tussen 2018 en 2035 (prognose)