Klimaatakkoord

Waar de Klimaatwet de klimaatdoelstellingen opneemt in de wet, gaat het Klimaatakkoord over de praktische invulling zodat deze doelen ook daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Het akkoord wordt gesloten tussen het Rijk, medeoverheden, vakbonden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De betrokken partijen maken afspraken die moeten leiden tot het halveren van de CO₂-uitstoot in Nederland. Het akkoord kwam tot stand door uitvoerig overleg binnen vijf Klimaattafels: gebouwde omgeving, mobiliteit, elektriciteit, industrie en landbouw en landgebruik. De voorzitters van de vijf tafels vormden samen het Klimaatberaad.

Het ontwerp-Klimaatakkoord van 21 december 2018 is doorontwikkeld naar een definitief Klimaatakkoord dat op 28 juni 2019 door het kabinet werd gepresenteerd. In dit akkoord hebben de betrokken partijen zich gecommitteerd aan:

  • Het uitvoeren van de afspraken waarbij hun partij betrokken is
  • De realisatie van de ambities en afspraken van hun sectortafel
  • Het doel van het klimaatakkoord (49% emissiereductie in 2030)

Sociaal-maatschappelijke opgave

De afspraken en maatregelen die in dit akkoord staan dienen om de versnelling van de CO₂-reductie en de energietransitie te leiden. Veel maatregelen hebben gevolgen op het dagelijks leven van de burger. Hun wensen en zorgen moeten daarom zichtbaar worden meegewogen in de keuzes die gedurende de transitie gemaakt worden volgens het Klimaatakkoord. Dit moet op alle niveaus gebeuren: in de nationale politieke keuzes, in keuzes op regionaal niveau, lokaal niveau en in relatie tot keuzes die raken aan het eigen bedrijf, huis en omgeving. In het Klimaatakkoord zijn de financiële en technische opgaven ondergeschikt aan de sociaal-maatschappelijke opgave. Zonder de maatschappelijke omslag wordt de transitie niet haalbaar geacht.

De doorberekening van de definitieve versie van het klimaatakkoord is nog niet beschikbaar, maar op 13 maart 2019 presenteerden het Planbureau van leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) de doorberekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord. De bevindingen van het PBL vindt u via deze link en het CPB via deze link. Het PBL concludeert dat de totale reductie die de klimaatmaatregelen beogen de doelstelling kunnen halen, maar dat dit waarschijnlijk niet gaat lukken.

Op naar de 1,5 miljoen woningen

Het rapport geeft ook de doorrekening voor de gebouwde omgeving weer. De afspraken in het ontwerp-Klimaatakkoord kunnen leiden tot een reductie van CO₂-emissie tussen de 0,8 tot 3,7 Mton per jaar in 2030. Het totale pakket aan voorstellen vraagt om een flinke investering in de gebouwde omgeving: 6,8 tot 13,5 miljard euro in de periode tot 2030. Ook op het gebied van warmteproductie en de verwijdering van aardgasaansluitingen worden grote investeringen verwacht: tussen de 0,8 tot 3,9 miljard euro.

Met het voorgestelde pakket aan maatregelen kunnen tussen de 250.000 tot 1.070.000 woningen en utiliteitsgebouwen aardgasvrij worden gemaakt. Dit is minder dan het beoogde doel van 1,5 miljoen. Dit doel is volgens het definitieve Klimaatakkoord wel haalbaar wanneer het tempo voor de verduurzaming van bestaande woningen opgevoerd wordt tot meer dan 50.000 bestaande woningen per jaar (vanaf 2021). Vóór 2030 moet dit aantal worden opgeschroefd tot 200.000 per jaar. Dit moet uiteindelijk leiden tot 3,4 Mton minder CO₂-uitstoot in 2030. Dit alles is alleen bereikbaar wanneer er voldoende duurzame warmte beschikbaar kan worden gemaakt.

Op 24 oktober 2019, de eerste nationale Klimaatdag, publiceert het PBL een Klimaat- en Energieverkenning, met de laatste cijfers en actuele ontwikkelingen. Op dezelfde dag presenteert de regering de jaarlijkse Klimaatnota, waarin de partijen uit het huidige kabinet verantwoorden wat ze het afgelopen jaar hebben gedaan.

Regionale Energie Strategie

De doelen uit het Klimaatakkoord en de Nationale Omgevingsvisie hebben een vertaalslag nodig naar de regio. Dit gaat gebeuren in de vorm van een Regionale Energie Strategie (RES). Het Rijk, VNG, IPO en de Unie van Waterschappen hebben de Handreiking Regionale Energie Strategieën gepubliceerd. De publicatie gaat in op het waarom, hoe en wat van een RES inclusief een stappenplan, handreikingen en een overzicht van beschikbare data. De indeling van Nederland in RES-regio’s vindt u hier.

Transitievisie Warmte

Voor de warmtetransitie in gebouwde omgeving zijn gemeenten de regisseurs. Samen met vastgoedeigenaren, bewoners, netbeheerders en medeoverheden moeten zij eind 2021 een transitievisie warmte klaar hebben. Hierin staat hoe de gemeente aardgasvrij wordt. Zo bevat de visie wijk-voor-wijk stappenplan. Dit moet alle betrokken partijen in de wijken houvast geven wat betreft de planning.

De doelen uit het Klimaatakkoord en de Nationale Omgevingsvisie hebben een vertaalslag nodig naar de regio. Dit gaat gebeuren in de vorm van een Regionale Energie Strategie (RES). Het Rijk, VNG, IPO en de Unie van Waterschappen hebben de Handreiking Regionale Energie Strategieën gepubliceerd. De publicatie gaat in op het waarom, hoe en wat van een RES inclusief een stappenplan, handreikingen en een overzicht van beschikbare data. De indeling van Nederland in RES-regio’s vindt u hier.