De eerste stappen richting aardgasvrij

Het Energieakkoord voor duurzame groei (september 2013) is een eerste sprong voorwaarts in het samenbrengen van partijen om verduurzaming te realiseren. Onder leiding van de Sociaal Economische Raad (SER) committeren veertig organisaties zich aan het verduurzamen van de economie. De economische insteek laat het warmtevraagstuk op wijkniveau nog enigszins onderbelicht. De gasinfrastructuur en de benodigde aanpassingen daarin staan wel vernoemd. In de Voortgangsrapportage Energieakkoord blikt de SER terug op de ontwikkelingen rondom de uitvoering van het akkoord in de afgelopen vijf jaar (2013 tot en met 2018). Daarnaast beschrijft het rapport de behaalde resultaten.

Het Klimaatakkoord van Parijs (december 2015) is een aanjager in de aandacht voor de energietransitie. Nederland committeert zich aan de ambitie om de aarde met niet meer dan 2 graden Celsius te laten opwarmen. Nederland klimaatneutraal betekent automatisch ook het stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas als warmtebron voor onze gebouwen.

Het Energierapport (januari 2016) is de eerste stap in een serie beleidsdocumenten die de benodigde transitie inzet. Het rapport geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het rapport schetst de uitgangspunten van het energiebeleid en vermeld de noodzaak van het afbouwen van aardgas als verwarmingsbron. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt op lokaal en regionaal niveau met het Rijk als ondersteuning via beleids- en marktregels. Over het algemeen is het rapport een eerste aanzet die in opvolgende documenten nader worden uitgewerkt.

In de Energiedialoog (november 2016) is aan een breed aantal partijen en burgers gevraagd om mee te praten. In de dialoog geven provincies, gemeenten, netbeheerders, marktpartijen en belangenorganisatie ook aandacht aan aardgasvrije wijken. Er blijkt met name behoefte te zijn naar urgentie, juridisch kaders en het aantrekkelijk maken van de transitie. Kort door de bocht lijkt het erop dat meer zekerheden nodig zijn om een grote transitie in te zetten.

De uitkomsten van de Energiedialoog zijn de aanzet voor de Energieagenda (december 2016). Het doel is een helder en ambitieus perspectief schetsen voor de energietransitie. Voor aardgasvrije wijken wil de Energieagenda de kaders scheppen om de transitie naar alternatieve warmtebronnen te maken. De agenda verwoord het voornemen om de aansluitplicht van huishoudens op gas om te zetten in een warmterecht en benadrukt nogmaals de rol van gemeenten en netbeheerders als hoofdrolspelers in de transitie.

In 2016 zijn de versnellingstafels gestart. Aan de tafels werken overheden en marktpartijen aan zes thema’s waarin een leertraject wordt doorlopen. De Warmtetafel (thema decentrale individuele duurzame warmte) heeft een Kader voor afweginsprocessen gepubliceerd gericht op de verduurzaming van de warmte- en koudevoorzieningen in de gebouwde omgeving. Verder is een korte terugblik beschikbaar.

Parallel aan het rijksbeleid ontstaan initiatieven die willen pionieren in de transitie naar aardgasvrije wijken. Betrokken partijen verbinden zich aan elkaar om voorop te lopen op grotendeels onbekend terrein. Een voorbeeld van deze verbinding is te vinden in de Green Deal Aardgasvrije Wijken (maart 2017) die is ondertekend door 31 gemeenten, het Rijk, de VNG, betrokken netbeheerders, het Interprovinciaal Overleg en Netbeheer Nederland. Elke gemeente doet samen met de betrokken partners onderzoek naar de transitiemogelijkheden voor een geselecteerde wijk. Deze Green Deal is afgerond en geëvalueerd door KWINK groep.

Indirect gerelateerd heeft het kabinet het initiatief genomen om met de bouwsector de bredere bouwopgave het hoofd te bieden. Hieruit is de Bouwagenda ontstaan. Op het thema duurzaamheid geeft de bouwagenda aan: ‘Duurzaamheid moet niet alleen uitgaan van energieprestatie en/of aardgasvrij, maar ook van levensloopbestendigheid, circulariteit en ‘natuur inclusief’ voor wooncomfort en maatschappelijk rendement.’ De bouwsector wil opschalen en innoveren om deze opgave het hoofd te bieden.

De doelen uit het Klimaatakkoord en de Nationale Omgevingsvisie hebben een vertaalslag nodig naar de regio. Dit gaat gebeuren in de vorm van een Regionale Energie Strategie (RES). Het Rijk, VNG, IPO en de Unie van Waterschappen hebben de Handreiking Regionale Energie Strategieën gepubliceerd. De publicatie gaat in op het waarom, hoe en wat van een RES inclusief een stappenplan, handreikingen en een overzicht van beschikbare data. De indeling van Nederland in RES-regio’s vindt u hier.