Alternatieven

Wat moet er aangepast worden?

Het energieverbruik van Nederlandse huishoudens bestaat momenteel uit elektriciteit voor licht en apparaten en gas voor koken en het verwarmen van water en daarmee het huis. Met name het verwarmen kost veel energie. Dit wordt momenteel hoofdzakelijk gedaan met aardgas. Het vervangen van deze warmtebron is het onderwerp van dit kennisdossier.

De warmtetransitie vraagt om:

  • Het vervangen van de infrastructuur door het afsluiten van aardgas en het aanbrengen van een alternatief;
  • Het aanpassen van woningen voor de alternatieve warmtebron en het isoleren waardoor de warmtevraag afneemt;
  • Het bewust worden in gedrag mede door het toepassen van moderne hulpmiddelen zoals op afstand per mobiel de thermostaat aan of uitzetten wanneer je er thuis niet aan hebt gedacht.

Wat zijn de alternatieven en welke voor- en nadelen zijn er?

Onderstaande teksten zijn in aangepaste vorm overgenomen uit de Platform31-publicatie Wegwijs in Warmte.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft het advies Warm aanbevolen uitgebracht over het versnellen van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Daarbij komen alternatieven en aanbevelingen om die te realiseren naar voren.

Om de warmtevoorziening in de woningvoorraad aardgasvrij te maken, zijn er meerdere opties mogelijk:

  • All-electric (warmtepompen en infraroodverwarming)
  • Aansluiting op warmtenetten
  • Groen gas (bijvoorbeeld uit vergisting of synthetisch gas met behulp van duurzame elektriciteit)
  • Houtpellet verbranding
  • Combinaties van oplossingen (hybride)

All-electric

Een steeds vaker toegepaste mogelijkheid is ‘all-electric’. Dit is meestal uitgewerkt als een collectieve of individuele warmtepomp met een grote hoeveelheid zonnepanelen om de elektriciteit die de warmtepomp nodig heeft duurzaam op te wekken. De warmtebron voor de warmtepomp kan bestaan uit buitenlucht, ventilatielucht, de bodem of bijvoorbeeld een warmtenet met lage temperatuur.
Een warmtepomp werkt optimaal met systemen voor lage temperatuurverwarming zoals vloer- of wandverwarming (leidingen in muren) of radiatoren (ook wel convectoren). Een (forse) na-isolatie met eventueel warmteterugwinning is een logische combinatie met warmtepompen en om de omvang van de verwarmingsinstallatie te beperken.

tabel-all-electric

Warmtenet met duurzame warmtebron
Wanneer er nieuwe duurzame warmte (of warmte uit bestaande restcapaciteit van duurzame bronnen) aan het warmtenet wordt geleverd, kunnen woningen daarvan gebruik maken. De warmte uit het warmtenet is dan bedoeld voor ruimteverwarming en voor de productie van warm tapwater. De (deels) duurzame warmtebronnen leveren de warmte inclusief het verlies in het net (25 – 30 procent op jaarbasis). Het eventuele niet-fossiele deel van de geleverde warmte kan op woningniveau desgewenst worden gecompenseerd met extra zonnepanelen.

Maar wanneer is een warmtenet dan echt duurzaam? Dat hangt af van de warmtebron: is dit restwarmte, biomassa of geothermie. Welke de hulp-warmtebron is daarnaast nodig op zeer koude dagen en hoe groen is de voor de elektrische pompen en de temperatuur van het warme water (hoe lager, hoe minder warmteverlies).

Brochure Rol van gemeenten warmtenetten
Over de complexe rol van gemeente bij het aanleggen van warmtenetten schreven Kaapz, RVO, PIANOo en het programmabureau warmte koude van de provincie Zuid Holland de brochure Rol van gemeenten bij het aanleggen van warmtenetten (pdf, 4 MB). Het vertrekpunt is de vraag: Hoe gaat de gemeente om met het gunnen van gebieden aan warmtepartijen? De auteurs laten zien dat hét eenduidig antwoord op deze vraag niet bestaat en in hoge mate bepaald wordt door keuzes die een gemeente zelf kan en moet maken. De brochure is een hulpmiddel bij deze keuzes.

Lees ook het verslag terug van de G40-bijeenkomst over governance en financiering van de warmtenetten van de toekomst (21 mei 2019). Enkele statements uit de bijeenkomst: Hou het in publieke handen’, ga uit van maatwerk per situatie en creëer daar de ruimte voor. Laat gemeenten naar gelang de situatie zelf een warmtevoorziening bouwen en reguleren en accepteer dat er verschillen ontstaan in tarieven en betrokkenheid.
Lees het verslag

Groen gas
Een optie met een beperkt potentieel is de route via “groen gas” ofwel gas van biologische oorsprong (uit bijvoorbeeld vergisting van mest of rioolslib). Het gas wordt verbrand in een bestaande of aangepaste ketel op collectief- of individueel niveau. Circa 10 procent van het huidige gasgebruik is vervangbaar voor groen gas. Meer geschikte biomassa voor de productie is niet aanwezig in Nederland. Import is ook mogelijk, maar dan legt Nederland een claim op de ruimte die andere landen wellicht willen benutten.

Het is ook mogelijk om groen gas te produceren met duurzame elektriciteit en bijvoorbeeld CO2 (Power to Gas). Hierbij ontstaat gas in de vorm van waterstof of methaan. Deze route is echter vooralsnog weinig efficiënt en vereist een grote hoeveelheid elektriciteit. Het is met name geschikt als opslagmedium bij overproductie van elektriciteit waarbij het gas wordt bijgemengd in aardgas of verbrand ter verwarming.

De ontwikkelingen op dit gebied gaan echter snel en met nieuwe innovaties kan groen gas voor warmte gaan zorgen. De vraag is dan echter of we het in moeten willen zetten voor het verwarmen van huizen. Met name de industrie heeft behoefte aan hoge temperaturen die makkelijker zijn te bereiken door middel van verbranding. Huizen zijn ook goed te verwarmen met andere middelen. Het HIER Klimaatbureau verzamelde projecten die bezig zijn met waterstof.

tabel-groen-gas

Houtpelletketel
Houtpellets zijn geperste korrels hout. Een speciale pelletkachel heeft een rendement van 80-97% en is goed te reguleren. Een ketel kan zowel op individueel als collectief niveau warmte produceren en de geproduceerde warme water is in de bestaande verwarmingsinstallaties toepasbaar. Aan de andere kant levert het lokaal verbranden van hout extra uitstoot van verbrandingsgassen (NOx en PM10/deeltjes) op en beïnvloed het daarmee de luchtkwaliteit meer dan bij het verbranden van gas. Meer informatie over pelletkachels biedt Milieu Centraal.

tabel-houtpallet

Hybride oplossingen
Er zijn ook (hybride) oplossingen mogelijk waarbij meerdere opties met elkaar worden gecombineerd. Voorbeelden zijn een elektrische warmtepomp met een ketel op groen gas voor de piekvraag.

Kortom

Net als aardgas hebben ook de alternatieven voor- en nadelen. De ideale oplossing bestaat niet. Groen gas kan beperkt geleverd worden. Het ligt dus voor de hand dat dit alleen beschikbaar komt voor de plekken waar de andere mogelijkheden niet geschikt zijn. All-electric oplossingen in de bestaande bouw en zeker in de gestapelde bouw zijn uitdagend, maar over de mogelijkheden voor all-electric (in combinatie met een schilisolatie) is al veel kennis opgedaan door het innovatieprogramma Energiesprong. Deze kennis wordt momenteel op verschillende plekken doorontwikkeld.

Het gebruik van warmtenetten is momenteel een veel voorkomende keuze omdat er bijvoorbeeld een bestaande warmtebron in de buurt is. Daarnaast hebben een behoorlijk aantal wijken in Nederland al een warmtenet.

warmtepomp

Meer informatie over alternatieven

algemeen

voor huiseigenaren en huurders