Vraag en antwoord woonwagenbeleid

Kennis- en leerprogramma Lokaal woonwagenbeleid

In deze ‘Vraag en antwoord’ behandelen we 9 thema’s. De thema’s komen voort uit vragen die leven onder gemeenten, woningcorporaties en woonwagenbewoners, en de bouwstenen voor nieuw beleid uit het beleidskader van het ministerie van BZK. De antwoorden zijn gebaseerd op literatuur, ervaringen verzameld tijdens bijeenkomsten met experts van gemeenten, interviews met experts van woningcorporaties en gesprekken met (vertegenwoordigende organisaties van) woonwagenbewoners.

Klik op de vraag, dan verschijnt het antwoord.

1: Culturele kenmerken en identiteit

a: Wie zijn de woonwagenbewoners?
Er is niet één soort woonwagenbewoner. De groep woonwagenbewoners is divers.
Lees verder

b: Hoeveel woonwagenbewoners zijn er momenteel in Nederland en waar zijn zij gehuisvest?
In Nederland wonen naar schatting 50.000 woonwagenbewoners verspreid over 1.150 woonwagencentra in 370 gemeenten (Woonbond, 2018).
Lees verder

c: Uit welke (beschermde) culturele kenmerken bestaat de culturele identiteit van woonwagenbewoners en waarom is kennis hierover belangrijk?
Voor het voeren van een mensenrechten-proof woonwagenbeleid (zie hiervoor, Thema 2 ‘Mensenrechtelijk kader’) is kennis van de cultuur van woonwagenbewoners onmisbaar.
Lees verder

d: Wat zijn de kenmerken van een woonwagen? Wat is het verschil tussen een woonwagen en een woonwagenwoning? En is de woonwagenwoning een alternatief voor woonwagens?
Een ‘woonwagen’ is van hout en staat op wielen. De ‘woonwagenwoning’ is van steen. De wagens en caravans lijken tegenwoordig vaak op gewone huizen, maar zijn dat niet.
Lees verder

e. Tegen welke belemmeringen loopt men in de praktijk aan bij het culturele kenmerk trekvrijheid? En in hoeverre is de overheid verplicht om dit onderdeel van de woonwagencultuur te beschermen?
In de praktijk is er tegenwoordig geen sprake meer van trekvrijheid. Dat heeft niet alleen te maken met het landelijke tekort aan standplaatsen, maar ook met de wijze waarop de samenleving is ingericht.
Lees verder

2: Mensenrechtelijk kader

a: Met welke grond- en mensenrechtelijke uitgangspunten en overwegingen moeten gemeenten rekening bij het te voeren woonwagen- en standplaatsenbeleid?
Bij het te voeren woonwagenbeleid en bij de huisvesting van woonwagenbewoners moeten gemeenten rekening houden met onder meer de volgende grond- en mensenrechten:
Lees verder

b: Welke arresten en overwegingen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn bepalend geweest voor de mensenrechten van woonwagenbewoners?
In opeenvolgende rechtszaken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, de rechtelijke instantie die toeziet op naleving van het EVRM, heeft de betekenis van dit recht voor woonwagenbewoners zich steeds verder uitgekristalliseerd.
Lees verder

c: Welke andere ontwikkelingen en instanties zijn bepalend geweest voor de mensenrechten van woonwagenbewoners?
Het nationale mensenrechteninstituut, het College voor de Rechten van de Mens, de Nederlandse rechtbank en de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, spelen een belangrijke rol in de uitleg van het recht op gelijke behandeling in relatie tot woonwagenbewoners.
Lees verder

d: Waarom is het belangrijk om het mensenrechtelijk kader, dat ten grondslag ligt aan het beleidskader, als basis te laten dienen voor de woonvisie en het woonwagenbeleid?
Het mensenrechtelijk kader is een juridische verplichting voor overheidsinstanties om mensenrechten te beschermen en garanderen. Dat geldt ook voor woningcorporaties waar zij overheidstaken uitvoeren.
Lees verder

e: Wat is de betekenis van het mensenrechtelijke kader voor de praktijk?
Gemeenten hebben een zorgplicht om een woonbeleid en ruimtelijk-ordeningsbeleid te ontwikkelen dat het woonwagenleven voldoende faciliteert en beschermt.
Lees verder

3: Beleidskader

In juli 2018 publiceerde het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (hierna: het beleidskader).

a: Wat hield het Nederlandse woonwagenbeleid van voor het beleidskader in? En wat was de aanleiding voor het Rijk om te komen tot een beleidskader?
In het overheidsbeleid nemen de woonwagenbewoners een aparte plaats in met een steeds wisselende positie.
Lees verder

b: Waar dient het beleidskader toe? En welke bouwstenen voor het nieuwe mensenrechten-proof woonwagenbeleid komen terug in het beleidskader?
Het beleidskader geeft aan dat het nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid zich moet ontwikkelen binnen het mensenrechtelijk kader.
Lees verder

c: Is het beleidskader juridisch afdwingbaar?
Het beleidskader is geen wet en is juridisch gezien niet afdwingbaar.
Lees verder

4: Sociale agenda, bestrijden discriminatie, integrale benadering en de fysieke en sociale aanpak verweven

a: Wat is in de basis nodig voor een goed functionerend woonwagen- en standplaatsenbeleid met uitbreidingsmogelijkheden?
Gemeenten en woningcorporaties zien in dat voor een goed functionerend woonwagen- en standplaatsenbeleid met uitbreidingsmogelijkheden, het op orde brengen van de fysieke, sociale, beleidsmatige en organisatorische randvoorwaarden de basis is.
Lees verder

b: Op welke manier raakt het lokale woonwagenbeleid aan andere beleidsterreinen, zoals sociale zaken en werkgelegenheid?
Het beleidskader is vanuit het woonperspectief aangevlogen, maar het woonwagenbeleid raakt ook aan domeinen als ruimtelijke ordening, arbeidsmarkt, veiligheid en het sociaal domein.
Lees verder

5: Bewonersparticipatie en (zelf)organisatie

a: Op welke manier vindt participatie door woonwagenbewoners in de totstandkoming van het woonwagenbeleid plaats? En hoe kan de betrokkenheid, (zelf)organisatie en vertegenwoordiging van woonwagenbewoners bevorderd worden?
In het nieuwe beleidskader wordt gevraagd om een nadrukkelijke inzet op een duurzame dialoog en een actieve en constante betrokkenheid van woonwagenbewoners.
Lees verder

b: Op welke manier kan de communicatie met woonwagenbewoners worden bevorderd?
Het aanhalen van het contact met de woonwagengemeenschap is essentieel. Veel gemeenten en corporaties willen beter in beeld brengen wat er speelt op woonwagenlocaties en waar de bewoners behoefte aan hebben.
Lees verder

6: Aanbod, behoefte-inventarisatie en toewijzing

a: Wie is eigenaar van de standplaatsen?
Het onderzoek van Companen uit 2018 naar het aantal woonwagenstandplaatsen onder 310 gemeenten laat zien dat het grootste deel van de 7.723 standplaatsen in eigendom blijkt van corporaties.
Lees verder

b: Wat is de behoefte aan woonwagenstandplaatsen in Nederland?
De laatste inschatting van de vraag naar woonwagenstandplaatsen, is gedaan in 2009 door het toenmalige ministerie van Wonen, Wijken en Integratie. In totaal werd het tekort landelijk ingeschat op 3.000 standplaatsen (Woonbond, 2018).
Lees verder

c: Welke methoden voor een behoefte-inventarisatie zijn er?
In het Beleidskader wordt ervoor gepleit om een onderzoek uit te zetten bij woonwagenbewoners die wonen in een woonwagen, hun inwonende familieleden en bij spijtoptanten.
Lees verder

7: Rolverdeling en samenwerking

Vraag en antwoord volgen later.

8: Eigendomsverhouding en bezit

Vraag en antwoord volgen later.

9: Ontwikkeling, beheer, onderhoud en exploitatie

Vraag en antwoord volgen later.

Woonwagens Schiedam LR