Reflectie expertpanel

De marktuitvraag

Corporaties, bouwers, ontwikkelaars en ontwerpers/architecten zijn in het voorjaar van 2020 in een brede uitvraag door Platform31 benaderd. De oproep richtte zich op gerealiseerde of in uitvoering genomen renovatieprojecten van sociale huurwoningen in vier verschillende woning/wijktypologieën – vooroorlogse laagbouw; tuinstad hoogbouw 1950-1975 (galerij- en portiekflats); eengezinswoningen 1950-1975 en bloemkoolwijken tot 1970-1975 – waarbij een combinatie van energetische maatregelen (op het niveau van energielabel A) met circulaire en/of klimaatadaptieve is toegepast.

De marktuitvraag resulteerde in zes aanmeldingen: vier aanmeldingen van corporaties, twee van bouwbedrijven. Daarmee lijkt in de sociale huursector de spoeling van renovatieprojecten met de gezochte combinatie van energetische met circulaire en klimaatadaptieve maatregelen nog dun. Tegelijkertijd realiseert het expertpanel zich dat de marktuitvraag niet alle partijen tot een indiening heeft verleid. De indieningstermijn was kort en viel samen met de uitbraak van de Covid-19 pandemie. De ingediende projecten vormen slechts een momentopname en indiceren dat een deel van de woningcorporaties en bouwbedrijven actief circulaire en – in mindere mate – klimaatadaptieve maatregelen bij het verduurzamingsproces van de bestaande woningvoorraad betrekken. Het expertpanel concludeert dat hier zowel in de corporatiesector als bij bouwbedrijven nog tal van ontwikkelkansen liggen.

Circulair renoveren: een zoektocht

Binnen de renovatiepraktijk van corporaties staat het werken met circulair materiaalgebruik en het aanpassen van woningen aan toekomstige klimaatverandering nog in de kinderschoenen. In alle ingediende projecten werden circulaire maatregelen in meer of mindere mate toegepast en vormen voor de betrokken organisaties leerprojecten. Daarbij experimenteren ze vooral met hergebruik van geoogste materialen uit eigen woningvoorraad, de toepassing van hergebruikte materialen van elders, of de toepassing van nieuwe, ‘virgin’ circulaire materialen en bouwcomponenten.

Toepassen van circulaire principes roept dilemma’s op. Bijvoorbeeld wanneer woningen die door renovatie in stand gehouden kunnen worden toch niet meer voldoen aan de (toekomstige) vraag. Wordt omwille van circulariteit dan gekozen voor levensduurverlenging of voor het vervangen van deze woningen? Ook bij circulaire maatregelen die ten koste gaan van de energieprestatie doen zich soms lastige vragen voor. Om die reden is het van belang om energieverbruik mee te nemen als één van de kringlopen die gesloten moeten worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij het delven van grondstoffen uit bestaande gebouwen en hergebruiken door ze terug te brengen op hetzelfde niveau als ‘virgin’ materialen, rekening moet worden gehouden met de energiebelasting van verwerkingsstappen en logistiek.

Materialenpaspoort

Een belangrijk middel om circulariteit te verankeren in het vastgoedmanagement van corporaties is de introductie van een materialenpaspoort. Zo’n paspoort is in verschillende projecten toegepast, wat als een belangrijke stap in de goede richting wordt aangemerkt. Een materialenpaspoort biedt als voordeel dat vastgoedbeheerders en bouwers/ontwikkelaars op elk moment in beheer- en renovatieprocessen kunnen vaststellen welke materialen zijn toegepast, wat ervan de condities is en op welke plaats ze zijn toegepast. Dit draagt bij aan zuinig en efficiënt materiaalgebruik.

Klimaatadaptatie: vooral op korte termijn gericht

Verder valt op dat het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen zich vooral richt op het aanpassen van woningen en directe woonomgeving aan de huidige situatie van het klimaat. Bij geen van de projecten lijkt een analyse te zijn gemaakt over wat de impact van een veranderend klimaat op het wonen zal zijn en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn. Verwacht wordt dat neerslagpieken en hittegolven in de toekomst in aantal en hevigheid toenemen. Het in de directe nabijheid van wooncomplexen vervangen van steen door groen en het planten van meer struiken en bomen zijn goede eerste stappen, maar leveren tijdens toekomstige zomers geen afdoende koeling. Het verdient aanbeveling nu al renovaties van woningen en woonomgeving op de te verwachten klimaatveranderingen te dimensioneren. Overigens constateert het expertpanel dat het gebrek aan heldere en geaccepteerde richtlijnen, standaarden en normen voor klimaatadaptatie bij het ontwikkelen van renovatieprojecten een hindernis vormt. Het Overleg Standaarden KlimaatAdaptatie (OSKA) moet hierin in de toekomst handvatten bieden.

Het toepassen van op klimaatadaptatie gerichte maatregelen is bij twee van de zes ingediende projecten achterwege gebleven. Bij deze projecten had klimaatadaptatie, om verschillende redenen, geen prioriteit. In de ogen van het expertpanel met het oog op in de toekomst te verwachten klimaatveranderingen is dat een gemiste kans.

Inbedding in bedrijfsstrategie

De oplossingen die zowel voor circulariteit als klimaatadaptatie worden gevonden zijn over het algemeen projectspecifiek, gericht op losse elementen en passend binnen de bedrijfseconomische kaders van het betreffende project. De uitdaging voor woningcorporaties is om deze lessen uit pilotprojecten te vertalen naar een inbedding van circulariteit en klimaatadaptatie in hun bedrijfsstrategie en herhaalbare oplossingen die standaard in projecten worden toegepast. Een strategische samenwerking met ketenpartners die hetzelfde doel nastreven kan hierbij een belangrijke succesfactor zijn. Ook een integrerend denkkader als The Natural Step kan als hulpmiddel dienen voor het integreren van circulaire principes in de bedrijfsstrategie van organisaties.

Externe expertise en kennisdeling

Bij een aantal ingediende projecten is externe expertise ingehuurd om circulaire bouwmethoden in de organisatie te introduceren en in het project toe te passen. Een logische en goede ontwikkeling waarvan het expertpanel hoopt dat de hiermee verworven kennis bij opdrachtgevers goed wordt verankerd in de organisatie. In het verlengde hiervan is het van belang dat organisaties hun inzichten met elkaar delen en tot vergelijkbare aanpakken komen. Het lijkt immers voor met name kleine(re) woningcorporaties lastig om voldoende capaciteit vrij te maken voor het maken van analyses, het bepalen van een op circulariteit en klimaatadaptatie gerichte strategie en te zorgen dat gemaakte keuzes consequent in de bedrijfsvoering worden toegepast. Kennisdeling kan behulpzaam zijn bij het verbreden van het draagvlak en het creëren van voldoende massa om circulaire en klimaatadaptieve oplossingen ook economisch rendabel te maken. Met name grotere corporaties kunnen hierin het voortouw nemen. Bij een enkele indiener was hier bewust aandacht voor.

Straat in verbouwing

Expertpanel

Jeroen Kluck (Hogeschool van Amsterdam/Tauw), is lector Water in en om de stad aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast werkt hij bij adviesbureau Tauw. In deze rol adviseert hij gemeenten bij vraagstukken rondom klimaatadaptatie.


Guus Mulder (TNO), is onderzoeker innovatie management bij TNO, met als bijzondere focusgebieden energietransitie in de gebouwde omgeving en circulaire economie. Hij maakte in 2019 deel uit van de Nederlandse jury voor de Circular Energy Awards.

Rob Bogaarts (Woningcorporatie Brabant Wonen), is directeur klant en samenleving bij woningcorporatie Brabant Wonen. In deze en voorgaande functies (bij o.m. Woonbedrijf in Eindhoven) deed hij veel ervaring op met de ontwikkeling en toepassing van principes en methodes van circulair – en klimaatneutraal bouwen. Zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad.