Download

Pdf (792 kB)

×

Download bestand

EU-subsidies: hoe gaan kleinere gemeenten te werk?

Inzichten en lessen uit de praktijk

Een aantal kleinere gemeenten doet het opvallend goed bij het aanvragen van Europese subsidies en fondsen. Platform31 onderzocht waarom en verzamelde inzichten en praktische tips.

De Europese Unie heeft grote bedragen beschikbaar voor subsidieregelingen en andere financieringsmogelijkheden. Ook voor de huidige programmaperiode 2021-2027 van de EU lijken er weer volop mogelijkheden te zijn voor gemeenten om aanspraak te maken op verschillende Europese subsidiespotjes en fondsen. Veel gemeenten, zeker de kleinere gemeenten, weten de weg naar Europese subsidies echter niet of maar moeizaam te vinden. Hoe gaan meer succesvolle kleinere gemeenten te werk om aanspraak te maken op EU-subsidies (in het domein van duurzaamheid)?

Beperkte ervaring

Het aantal kleinere gemeenten (gemeenten met minder dan 50 duizend inwoners) dat ervaring heeft met EU-programma’s en EU-subsidies is beperkt. Uitgaande van de ERAC-database heeft ongeveer 1 op de 7 gemeenten kleiner dan 50.000 inwoners hiermee directe ervaring. Maar ook binnen de gemeenten die wel actief inzetten op én bezig zijn met EU-programma’s en -subsidies is slechts een zeer beperkt aantal ambtenaren (en geregeld maar één) hiermee actief. Dat is jammer, want EU-subsidies fungeren vaak als vliegwiel om maatschappelijke opgaven op te pakken. Ook kan het leiden tot investeringen die een bijdrage leveren om een lokale of regionale duurzame, inclusieve en circulaire economie te realiseren.

Resultaten en lessen

Er is met negen kleinere gemeenten gesproken die ervaringen hebben (soms als lead partner) in het binnenhalen van EU-subsidies op de thema’s duurzaamheid of energietransitie in de programmaperiode 2014-2020. Ook is er gesproken met vier provincies. Om als kleinere gemeente aan de slag te gaan met EU-subsidies en programma’s is een grondige kennis van de eigen gemeente, een breed extern netwerk en kennis van lopende en startende EU-subsidies en EU-projecten noodzakelijk. Met deze bagage is goed in te schatten wanneer de kans op succes (het binnenhalen van een EU-subsidie) het grootst is – en wanneer niet. Niettemin is ondersteuning in de vorm van de inzet van een subsidieadviesbureaus aan te bevelen, met name bij het schrijven van de aanvraag en voor de administratieve- en financiële verantwoording.

Opvallend uit de gesprekken met gemeenten was dat meerdere keren naar voren kwam dat één persoon, de zogenaamde ‘éénpitter’, een cruciale rol speelde in het binnenhalen van de door de EU gefinancierde projecten. Deze éénpitters beschikken over inhoudelijke kennis, strategisch inzicht, sterke sociale vaardigheden, kennis van EU-programma’s en EU-calls en een groot (internationaal) netwerk. En wellicht het belangrijkste: ze zijn intrinsiek gemotiveerd en ondernemend ingesteld om de benodigde financiën voor een project binnen te halen.

Cover