De wooncoöperatie als dochteronderneming

Notitie

Sinds juli 2015 is de wooncoöperatie opgenomen in de Woningwet, als vorm waarmee sociale huurders meer zeggenschap en zelfbeheer beheer kunnen voeren over hun woningen. Daarbij zijn er twee hoofdsmaken, óf de bewoners nemen taken over maar blijven huren van de corporatie óf het hele bezit van de woningen, en alle bijbehorende verantwoordelijkheden, gaat over naar de wooncoöperatie en haar leden.

Dochteronderneming

In de nadere uitwerking van de wooncoöperatie binnen de Woningwet door Platform31 kwam nog een derde variant naar voren: de dochteronderneming. Het is corporaties onder de wet toegestaan een b.v. op te richten voor woningen die niet meer binnen de strikte kaders voor sociale huur vallen, maar ze nog wel in bezit willen houden. Ook de woningen van de wooncoöperatie zouden in zo’n b.v. geplaatst kunnen worden, waarvan de corporatie aandeelhouder is en het collectief van bewoners de directie voert.
In samenwerking met het ministerie van BZK, de Autoriteit Woningcorporaties en de Rabobank onderzocht Platform31 of en hoe de b.v.-constructie voor wooncoöperaties kan werken. Deze notitie beschrijft de uitkomsten van de verkenning. Voor initiatieven en corporaties die de wooncoöperatie als dochteronderneming willen vormgeven, is stapsgewijs weergegeven wat er nodig is en welke regels er gelden.

Verregaande vrijheid

De dochteronderneming blijkt waardevol voor wooncoöperaties die streven naar verregaande vrijheid in het beheer en toewijzing van (sociale) huurwoningen. Aantrekkelijk is ook de mogelijkheid om stapsgewijs, via aandelen, het bezit over te nemen. De b.v. stelt als hulpconstructie voor wooncoöperaties wel veel eisen aan het initiatief en de betrokken corporatie. In hoeverre dit opweegt, hangt af van de intentie van de bewoners met de wooncoöperatie en de waarde van het vastgoed.

cover-de-wooncooperatie-als-dochteronderneming