Zicht op passende opvang voor ernstig verslaafden in de regio Oss

Voor hoeveel mensen met een ernstig verslavingsprobleem moet er opvang komen? Welke vorm van huisvesting is voor hen geschikt? Wat willen die cliënten zelf? En wie gaat de opvang uitvoeren en betalen? Allemaal vragen waar de gemeenten en zorginstellingen in Noordoost-Brabant Oost mee worstelden. In een praktijklab over meerpartijensamenwerking gingen deze partijen met elkaar aan de slag om beter zicht te krijgen op de opgave en het samenwerkingsproces. In twee sessies ontdekten Emine Yildirim (beleidsadviseur sociaal, gemeente Oss) en Ingrid van den Berkmortel (hoofd primair proces Verdihuis Oss) dat de denkkracht van de andere partijen om tot oplossingen te komen voor deze opgave stokte toen ze het project als een losstaand issue inbrachten. De oplossing was om de opvang voor ernstig verslaafden onder te brengen in de bestaande opgaven van de partijen. Daardoor leek het probleem eenvoudiger op te lossen.

Met een bestuursopdracht op zak, zoeken naar de oplossing

Emine en Ingrid zaten met het volgende issue: in de regio Noordoost-Brabant Oost ontbreekt een opvanglocatie voor verslavingszorg. Ernstig verslaafden kunnen niet terecht in de maatschappelijke opvang in Oss. Instellingen in de regio voor verslavingszorg bieden wel behandeling voor deze doelgroep maar geen opvang. Hoe kunnen we een structurele samenwerking tussen maatschappelijke opvang, GGZ, verslavingszorg en gemeenten in de regio Noordoost-Brabant Oost voor elkaar krijgen om deze opvang te realiseren? Via een bestuursopdracht van de centrumgemeente Oss is aan de betrokken instellingen gevraagd of zij een gezamenlijk plan van aanpak wilden maken om deze opgave aan te pakken. Het idee was om met de gemeente Oss en regio-gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en Sint Hubert, Sint Anthonis, Uden en de zorginstelling Verdihuis, GGZ, MO, Novadic Kentron in twee praktijklab-bijeenkomsten oplossingen op eerder genoemd issue uit te werken. Eind 2018 hebben deze bijeenkomsten plaatsgevonden.

De opgave om een opvang te realiseren bleek complexer dan in eerste instantie gedacht. In de eerste bijeenkomst bleek al snel dat de partijen geen gedeelde probleemanalyse hadden en niet dezelfde urgentie voelden om de opgave op te pakken. Sommige betrokkenen gaven zelfs aan geen problemen te ervaren rondom dit vraagstuk omdat het niet over de doelgroep ging die zij normaliter bedienen. Door anderen werd juist aangegeven dat ze ook andere soorten voorzieningen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid en/of een verslaving misten. De aandacht ging tijdens de bijeenkomst vooral uit naar de financiering van een nieuwe voorziening en minder naar de nog te ontwikkelen samenwerking. De gemeente werd vooral als de ‘probleemeigenaar’ van het ontbreken van een goede opvang gezien.

Verbreden van de opgave

Om inhoudelijk beter te kunnen beoordelen wat nodig was in de regio stelde Emine Yildirim, de beleidsadviseur van de gemeente Oss, voor om de bestuursopdracht te koppelen aan een andere opgave en opdracht voor de regio Noordoost-Brabant. Deze opdracht ging over het gezamenlijk onderzoeken wat nodig was om passende hulp en ondersteuning te kunnen bieden aan inwoners met een complexe zorgvraag. Vanuit deze ‘bredere opgave’ werd opnieuw een gezamenlijke probleemanalyse gemaakt door de betrokken organisaties en instellingen. Dit leidde tot nieuwe inzichten, voorstellen en denkrichtingen. De uitkomsten van de tweede bijeenkomst leidde tot een voorstel aan de gemeentelijke bestuurders in de regio om:

  1. Een meer integrale benadering te kiezen in de transformatie van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheidszorg. Dit ook met het oog op de ’doordecentralisatie’ in de regio van het beleid. Schematisch brachten ze in beeld hoe de zorg, ondersteuning en woonopgaven de komende jaren vorm zou moeten krijgen. Een beschermende woonomgeving voor mensen met chronische verslavingsproblematiek is zo één van de onderdelen van het palet aan woonvarianten in de regio voor mensen in kwetsbare posities.
  2. Om te komen tot regionale afspraken over de opvang, behandeling en begeleiding voor mensen met een psychische kwetsbaarheid (inclusief verslaving) door de regionale samenwerking met zorgverzekeraars, GGZ aanbieders, cliëntenraden en andere maatschappelijke partners te versterken.

Transitieverhaal bekend, agendasetting vanuit eigen referentiekader

Het aanbod van voorzieningen en de behandeling en begeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid is veranderd. Zorgpartners en gemeenten hebben de taak om de zorg en ondersteuning anders te organiseren. Het (landelijk) beleid is dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zo veel en zo lang mogelijk thuis blijven wonen en in die situatie passende zorg en ondersteuning krijgen. Organisaties zijn afzonderlijk van elkaar én met elkaar aan het onderzoeken hoe ze met deze nieuwe opdracht om moeten gaan. De vraagstukken worden vaak benaderd vanuit het bestaande referentiekader en dienstenaanbod van de gemeente, corporatie of zorginstelling.

Dit zag je ook duidelijk in Oss toen alle betrokkenen met elkaar spaken over de opvangvoorziening voor ernstig verslaafden. De argumenten en voorbeelden die door de ene partij als heel sprekend en overtuigend worden ervaren zijn dat niet altijd ook voor de andere partijen. Het gevaar is dat informatie die door andere partijen niet direct op waarde geschat kan worden – omdat een voorbeeld niet herkend word, of omdat partijen niet op die manier ergens last van hebben- worden dan te snel terzijde gelegd. Het kan zomaar voorkomen dat één partij voor zijn gevoel al tig keer een onderwerp op de agenda heeft proberen krijgen, maar dat andere partijen simpelweg niet of heel weinig ontvankelijk zijn. Het onderwerp komt er dan niet doorheen. Pas toen de partijen samen een bredere probleemanalyse en opgave schetsten ontstond er ruimte voor constructief overleg over de vraagstukken.

Bij dit type complexe maatschappelijke vraagstukken van wonen, zorg en welzijn is het van groot belang niet te snel in oplossingen te denken, maar met elkaar de tijd te nemen om een goede en gedeelde analyse uit te voeren. Op basis hiervan kun je met elkaar noodzakelijke en gezamenlijke acties bepalen die kunnen rekenen op de steun en inbreng van de afzonderlijke partijen.

Leerpunten

Op basis van de ervaringen in Oss kunnen we de volgende leerpunten meegeven:

  • door de opvang van ernstig verslaafden in een grotere opgave in te passen is het makkelijker om meer partijen bij het vraagstuk te betrekken;
  • daarmee wordt een actieve en creatieve bijdrage van samenwerkingspartners gevraagd op het regionale speelveld van overleg, afstemming en onderhandeling;
  • zo ontstaat er draagvlak voor het oplossen van de problemen die zich nu in de praktijk van ‘zorg in het sociaal domein’ voordoen;
  • gemeenten hebben bij het ontwikkeling en organiseren van ‘zorg in het sociaal domein’ een belangrijke regiefunctie. Zij kunnen partijen uit hun netwerk bij elkaar brengen om de opgave op te pakken ;
  • Het is niet vanzelfsprekend dat de professionals uit verschillende domeinen om tafel gaan zitten en samen de opgave oppakken. De inhoudelijke en relationele complexiteit vereist een nieuw soort professionaliteit van deze mensen. Zij hebben nieuwe vaardigheiden nodig: kennis van relatiemanagement en de durf om te prioriteren. Een goede ondersteuning voor deze mensen door bijvoorbeeld leerkringen, praktijklabs, en praktijkkringen met collega’s is zeer waardevol.