Wijkgericht verduurzamen is naast een technische ook een financiële en sociale opgave

“Woningen en gebouwen worden wijk voor wijk verduurzaamd.” Het bieden van lokaal maatwerk is een van de hoofdpunten uit het Klimaatakkoord. En ook in de duurzaamheidsagenda’s van steden staat een wijkgerichte aanpak centraal. Maar hoe zorg je ervoor dat je rekening houdt met zowel de technische, financiële als sociale aspecten die daarbij komen kijken? In de Community of Practice aardgasvrije wijken leren gemeenten en andere betrokkenen hierover van elkaar en van externe experts.

Warmtenetten, helemaal elektrisch, warmtepompen, duurzaam gas? Er zijn vele bestaande en in ontwikkeling zijnde technische oplossingen om woningen en gebouwen te verduurzamen. Wat de juiste keuze is voor wie, dat moet wijk voor wijk bepaald worden, aldus de eerste hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, dat in juli verscheen. Ook in de coalitieakkoorden kiezen veel steden voor een maatwerkaanpak voor aardgasvrije wijken. Maar als je aan de slag gaat met zo’n wijkgerichte aanpak, kom je diverse vraagstukken tegen. Die niet alleen maar gaan over die technische kant van het verduurzamen, maar ook over onder andere de financiële en sociale kant. Hoe gaan we aanpassingen financieren en hoe betrekken we bewoners in het proces? Dankzij verschillende casussen, zoals die van het Ramplaankwartier in Haarlem, krijgen de deelnemers van de Community of Practice (COP) aardgasvrije wijken meer zicht op dergelijke vragen en waar mogelijk antwoorden.

Duurzaam Ramplaankwartier

Dankzij bewonersinitiatief D(uurzame) E(nergie) Ramplaan zet de wijk Ramplaankwartier in Haarlem stappen richting een aardgasvrije toekomst met hun project SpaarGas. In de aanpak werken de gemeente, een wijkinitiatief en de TU Delft samen en houden op die manier rekening met de verschillende opgaven die hierbij komen kijken. Zo werken zij voor de technische kant samen met de TU Delft. “Wij willen zoveel mogelijk lokale opwek, dus in de wijk zelf”, zegt Eelco Fortuijn, bewoner van het Ramplaankwartier en een projectleider van het wijkinitiatief. “Uit het technisch onderzoek van de TU kwam een mooi eerste plan, dat we nog niet terugzien in de warmtetafels: een lage temperatuur feed-in warmtenet. Dat betekent: zoveel mogelijk PVT-panelen die teveel opwekken in de zomer, dat slaan we op en krijgen we in de winter weer retour.”

Betaalbaarheid

De initiatiefnemers streven naar een betaalbare oplossing voor de wijk. “We willen goed inzicht hierin hebben”, zegt Fortuijn. “We willen laten zien wat de (maatschappelijke) consequenties hiervan zijn en de uiteindelijke voordelen voor de huishoudens.” Dat blijkt in de praktijk wel ingewikkeld. “Het ontwikkelproces van de oplossing vergt ook een flinke investering van de gemeente en bewoners, wil je dat het goed aansluit bij de wijk. Er wordt dan wel een oplossing ontwikkeld die ook in andere, vergelijkbare wijken kan worden geïmplementeerd. Bovendien hoef je een groot deel van het ontwikkelproces dan niet meer te doorlopen omdat het voorwerk al is gedaan”, vertelt Eline de Jong van de gemeente Haarlem. “Daarna kunnen die aanpakken als voorbeeld dienen voor de rest van de stad.”

Bewoners betrekken

Naast deze technische en financiële aspecten spelen er verschillende sociale opgaven voor een gemeente. Het betrekken van bewoners bijvoorbeeld, blijft ook een belangrijk aandachtspunt. In de Community of Practice spreken deelnemers vaak met elkaar over dit onderwerp. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de besluitvorming over zo’n wijkgerichte aanpak ook democratisch is? Bij het Ramplaankwartier nemen de gemeente en het wijkinitiatief de bewoners stap voor stap mee in hun keuzes. Maar wat volgens de deelnemers van de Community of Practice echt aandacht vraagt is het inzicht in de consequenties en impact van die keuzes en de afwegingen die worden gemaakt. “Pas dan kunnen bewoners ook echt invloed uitoefenen”, vindt Kirsten Notten, die in de bijeenkomst het bewonersperspectief verdedigt.

Combineren van opgaven

In de coalitieakkoorden van gemeenten ontbreekt vooralsnog vaak de koppeling van milieutechnische verduurzaming aan de sociale aspecten om bewoners hierin te betrekken. Er liggen daarnaast kansen in een koppeling met sociale verduurzaming van buurten en wijken. En dat is opvallend, want in veel wijken zijn er ook opgaven op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Ook hiervoor moet aandacht zijn in de aanpak voor aardgasvrije wijken en het helpt om bewoners mee te krijgen, vinden ook de deelnemers van de COP. Juist die maatwerkaanpak biedt daar mogelijkheden voor. In het Ramplaankwartier zijn bewoners betrokken omdat een groot deel van hen gemotiveerd is om te werken aan duurzame productie van energie en innovatie. “Maar voor andere wijken moet je andere verwachtingen hebben, zegt de Jong. “Daar zijn mensen weer bezig met andere vraagstukken, zoals veiligheid of behoefte aan sociaal contact, maar kunnen daarop wel heel betrokken zijn. Je kunt dan beter uitgaan van die thema’s en dat vervolgens combineren met duurzaamheid.”

Community of Practice: op naar aardgasvrije wijken

In deze Community of Practice werkt Platform31 samen met onder meer Green Deal-gemeentes, provincies, bewoners, energiecoöperaties, belangenorganisaties en netbeheerders aan governance- en besluitvormingsvraagstukken rond de energietransitie. De resultaten en lessen uit deze community of practice delen we met iedereen, zodat deze ook gebruikt kunnen worden bij soortgelijke (multi-level) governance vraagstukken bij andere complexe opgaven.
Klik hier voor meer informatie over de Community of Practice en de resultaten hiervan.

Wilt u meer verdieping en achtergronden over dit onderwerp? We bundelen alle kennis over aardgasvrije wijken overzichtelijk in ons Kennisdossier Aardgasvrije wijken.

Verduurzaming kwetsbare wijken

Om verder aan de slag te gaan met de energietransitie in kwetsbare wijken start Platform31 samen met Nyenrode Business Universiteit een experimentenprogramma. Hierin wordt het aardgasvrij maken van wijken verbonden aan de sociale opgaven bijvoorbeeld in de sfeer van de leefbaarheid en veiligheid.
Meer informatie over dit programma vindt u hier. Of neem contact op met