Wie maakt het verschil in de wijk?

Interview met Merlijn van Hulst en Mark van Ostaijen, Tilburg University

In elke kwetsbare wijk zorgen actieve buurtbewoners voor positieve veranderingen in hun buurt. In de wijk zijn ze bekend, of het nu gaat om de buurman die iedere week kookt voor mensen met een kleine portemonnee, de theatermaker die voorstellingen maakt over vrouwenemancipatie of de sociaal ondernemer die zich inzet voor het vergroenen van de wijk. Voor lokale beleidsmakers en wijkambtenaren zijn deze personen van grote waarde omdat ze verschil kunnen maken in wijkgerichte opgaven. Ze kunnen gezien worden als een schakel tussen systeem- en leefwereld of tussen beleid en wijkpraktijk. Merlijn van Hulst en Mark van Ostaijen, beiden werkzaam bij Tilburg University, doen onderzoek naar deze personen en vertellen over hun ervaringen in Amsterdam Nieuw-West.

“Het is voor ons begonnen met een onderzoek naar zogenaamde best persons”, begint Merlijn. “We hebben in dit onderzoek gekeken naar iedereen die het verschil maakt in de kwetsbare wijk. Het ging dan bijvoorbeeld om sociale ondernemers, wijkambtenaren of welzijnswerkers. We zagen dat de mensen die systeem- en leefwereld aan elkaar weten te koppelen, kunnen zorgen voor een positieve verandering in de wijk. Het zijn vaak mensen die buiten de lijntjes kleuren wanneer nodig, goed luisteren, ondernemend zijn en zich committeren aan een maatschappelijk vraagstuk. Natuurlijk is niet ieder van deze personen hetzelfde. We concludeerden toen dat best persons zijn op te delen in verschillende typen, waaronder frontliniemedewerkers, bruggenbouwers en alledaagse doeners. Het is de uitdaging voor beleidsmedewerkers en wijkambtenaren om deze best persons te vinden en ruimte te geven.”

Na dit onderzoek wilden Merlijn en Mark verder verdiepen op de kenmerken van buurtbewoners die het verschil maken. Merlijn vertelt: “Na het best persons-onderzoek zagen we kans voor een internationaal vervolgonderzoek onder het kennisprogramma Smart Urban Regions of the Future ( SURF). In Glasgow, Birmingham, Kopenhagen en Amsterdam kijken we naar de lokale situatie en de rol van actieve buurtbewoners en sociale ondernemers daar. Mensen die werken in de overheid nemen we in dit onderzoek niet mee. We spreken nu van smart urban intermediairs.”

De intermediairs zijn mensen die al langere tijd verschil maken in een kwetsbare wijk. Mark geeft een voorbeeld: “In Amsterdam Nieuw-West is een theatermaker actief bij Theater ZID. Dit is een theater dat zich richt op de gemeenschap en ook werkt met buurtacteurs die affectie hebben met drama. De buurtbewoners en buurtacteurs dragen onderwerpen die spelen in de wijk aan en daar wordt dan een voorstelling over gemaakt. Zo hebben ze een voorstelling gedaan over armoede. Dat is heel erg lokaal. Ze zitten ook gewoon in een oude schoolgymzaal. Het opvallende is dat ze ook spelen in Marokko of Griekenland. Dus terwijl het heel lokaal is, zijn ze ook verbonden met een internationaal netwerk. De roerganger van het theater is erg bekend in de wijk. Buurtbewoners noemen hem regelmatig de buurtburgemeester.”

Verschillen en overeenkomsten

Bij het vinden van de intermediairs in Amsterdam Nieuw-West ging Mark langs bij onder andere de stadsdeelvoorzitter, gebiedsmakelaars en mensen uit de buurt. Mark vertelt: “Ik heb aan iedereen gevraagd wie het verschil maakt in Amsterdam Nieuw-West en die namen heb ik genoteerd. Uiteindelijk had ik meer dan honderd namen in mijn database staan. Dit waren allemaal mensen die al langer bezig waren met hun wijkactiviteiten en daardoor bekend waren in de buurt. Uiteindelijk hebben we een selectie gemaakt op diversiteit en hadden we een groep met hele uiteenlopende mensen. Ze houden zich bezig met hele verschillende activiteiten en maatschappelijke vraagstukken en verschillen in bijvoorbeeld leeftijd, achtergrond en geslacht. Dat was ook inherent aan wat we wilden samenbrengen. Door het feit dat ze het verschil maken in hun wijk hebben ze toch overeenkomsten, ook als je vergelijkt met de intermediairs uit andere landen.”

In zogenaamde local labs werden de intermediairs samengebracht om ze niet alleen als individu maar ook als groep te kunnen spreken. Mark vertelt hierover: “In de bijeenkomsten hadden we het over de manier waarop de intermediairs hun werk doen en waar ze tegenaan lopen. Zo zie je dat veel intermediairs hun activiteiten in de wijk naast hun werk doen en lopen ze regelmatig tegen bureaucratie aan. Wat me ook opviel was dat een aantal intermediairs door buurtbewoners of beleidsmakers niet meer gezien werden als intermediair omdat ze al zo lang het verschil maken dat men het vanzelfsprekend vindt. Ze doen toch gewoon wat ze doen? Het uitwisselen van ervaringen leverde daardoor in de bijeenkomsten voor de deelnemers zelf ook herkenning en erkenning van hun rol op.”

Tussen beleid en wijkpraktijk

Een van de bevindingen van Merlijn en Mark in Amsterdam is dat de intermediairs adaptief weten om te gaan met lokaal beleid. Merlijn vertelt: “We zien dat de intermediairs moeten meebewegen met het lokale beleid. Daar zijn ze slim in. Zo kan de focus komen te liggen op mannenemancipatie. Een beweging voor vrouwenemancipatie kan zich dan ook op mannen gaan richten. Ze hebben immers al ervaring op het onderwerp. Dan zie je dat ze meebewegen en soms zie je dat de intermediairs indirecte invloed hebben op beleid. De koppeling tussen intermediairs en lokaal beleid is natuurlijk nooit al te strak. Er wordt een agenda neergezet maar daar kun je op allerlei manieren inhoud aan geven. Op dat vlak vraagt het werk van intermediairs creativiteit.”

Mark vult aan: “Daarom noemen we deze personen ook intermediairs. Ze vertalen constant tussen lokaal beleid en de wijk. Dan doen ze wat ze al doen maar passen ze het aan op de lokale agenda. Daar zit ook wel een spanningsveld hoor. Voor intermediairs is de rol die ze innemen vaak zwaar. Dit zijn mensen die voor de lange termijn een bepaalde rol innemen in een wijk. Ze hebben een eigen visie. Tegelijkertijd zijn ze afhankelijk van kortdurende financiële middelen die volgen op de lokale agenda. Daarom proberen ze eigenlijk een marathon te lopen met het trekken van kortdurende sprintjes. De volgende stap in het onderzoek is dan ook om manieren te vinden waarop gemeenten de groep intermediairs kan ondersteunen.” Merlijn sluit het interview af: “De intermediairs in de vier steden die we onderzoeken zijn allemaal verschillend, maar er zijn ook overeenkomsten in waar ze aan werken, hoe ze dat werk doen en waar ze tegenaan lopen. Dat schept ook kansen voor beleidsmakers en wijkambtenaren om ze op de juiste manier te ondersteunen.”

Meer informatie

Wilt u meer weten over het SURF-onderzoek Smart Urban Intermediairs? Kijk dan hier. U kunt de onderzoekers ook benaderen via m.j.vanhulst@utv.nl.