Wensen en behoeften wonen en zorg: ga het gesprek aan met inwoners

Interview met Bert van Helvoirt

Hoe stem je als gemeente je inspanningen rond wonen en zorg goed af op wensen en behoeften van inwoners? Daarvoor moet je die inwoners opzoeken en met hen in gesprek gaan. Bert van Helvoirt, beleidsmedewerker sociaal domein/programma-manager sociaal langer thuis: “In Geertruidenberg organiseren wij bewonersavonden voor geïnteresseerde inwoners uit drie kernen. In de gesprekken staan drie vragen: Wat kan ik doen om langer thuis te blijven wonen? Wat moet er in mijn huis gebeuren om langer thuis te blijven wonen? Wat is er in mijn wijk nodig om langer thuis te blijven wonen?”

Langer Thuis wonen heeft al meerdere jaren de aandacht van de gemeente Geertruidenberg. Het begon met een gezamenlijke visie van de gemeente, corporaties, zorg- en welzijnsinstellingen. Daarop werd een programma Wonen en Zorg gemaakt en in 2017 keurde de gemeenteraad het plan van aanpak goed. Onderdeel daarvan was om per kern met inwoners en maatschappelijke organisaties in gesprek te gaan over langer thuis wonen.

Bewustwording creëren en informatie ophalen

Van Helvoirt: “Veel inwoners krijgen de komende jaren te maken met langer thuis wonen: als bewoner/gebruiker of als familielid/mantelzorger. Het aantal huishoudens met 75 plussers in onze gemeente neemt tussen 2015 en 2030 fors toe. Wij wilden onze bewoners stimuleren om na te denken over wat langer thuis wonen voor hen zelf en de kern zou betekenen: bewustwording. En we wilden hun wensen en behoeften ophalen. Er kwamen huurders én woningeigenaren.” Hij vervolgt: “We hebben nu gesprekken in Geertruidenberg en Raamsdonkveer-Zuid gehad. Bij onze eerste bijeenkomst waren ongeveer 60 inwoners; bij de tweede zo’n 80 mensen. Voor de laatste bijeenkomst die helaas niet kon doorgaan vanwege de corona – hadden zich 100 mensen aangemeld. Daaruit blijkt dat het een onderwerp is dat veel mensen aanspreekt. Bij de bijeenkomsten waren trouwens ook medewerkers van de corporaties, welzijns- en zorgorganisaties en de GGZ aanwezig, om te luisteren en om antwoorden te kunnen geven op vragen.”

Gebiedsanalyses

Voorafgaand aan de gesprekken zijn er per kern gebiedsanalyses gemaakt. Die bevatten bijvoorbeeld cijfers over het percentage inwoners in de kern, het percentage 65-jarigen nu, het aantal woningen en het deel dat nu geschikt is voor mensen met een fysieke beperking en waar welke (zorg) voorzieningen zijn. Van Helvoirt: “De belangrijkste informatie laten we op een soort placemat drukken. Op de andere kant van de placemat staan de drie kernvragen voor het gesprek rond Ik, Huis en Wijk.”

Wensen en behoeften

De eerste gesprekken bevestigden een aantal zaken die de gemeente al wist, bijvoorbeeld dat een groot deel van de inwoners liefst in eigen huis en/of binnen de eigen kern wil blijven wonen. “Maar ik was bijvoorbeeld verrast hoe veel mensen graag kleinschalige beschermde woonvormen in de buurt willen hebben”, aldus Van Helvoirt. “En wat ik me bijvoorbeeld ook niet had gerealiseerd is, dat ouderen die misschien wel zouden willen verhuizen naar een meer geschikte woning, het aanbod niet kennen. Als er al een geschikt huis wordt aangebonden vind je dat online. En ouderen zijn niet altijd handig op internet en dan vaak te laat.”

Plan per kern

De gebiedsanalyses plus de uitkomsten van de gesprekken met de inwoners worden omgezet in een plan van aanpak per kern. Dat wordt ook nog aan bewoners die dat willen voorgelegd, met de vraag of ze de opbrengsten van het gesprek herkennen. In het plan wordt een onderscheid gemaakt tussen de dingen die snel geregeld kunnen worden, bijvoorbeeld herstel van een stoep zodat mensen met een rollator weer bij de huisarts kunnen komen, zaken die op de redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd en grote uitdagingen, zoals het realiseren van kleinschalige woon-en-zorgcomplexen. Bij ieder onderdeel staat wie dat gaat of gaan realiseren. Van Helvoirt: “De gemeente gebruikt dit plan ook als een onderlegger voor besluiten over subsidies en prestatieafspraken met de corporatie.”